Ter voorbereiding op de zondag (Marcus 8, 27-35)

Jezus trekt steeds verder naar het noorden, weg uit zijn thuisland. Weg van de lijdensweg die hem te wachten staat. Diep van binnen weet Jezus dat hij die weg niet kan ontkomen, maar het kan niet anders dan dat ook hij twijfel heeft gekend. Is dit echt mijn roeping? De weg die ik moet gaan? ‘Wie zeggen de mensen dat ik ben?’ Ze antwoordden Hem: ‘Johannes de Doper; anderen zeggen Elia en weer anderen zeggen dat Gij een van de profeten zijt.’

Het is een vraag die ook nu nog steeds over Jezus heen hangt: wie is deze man? Profeet? Zoon van God? Wonderdokter? Mysticus? Leraar?

Petrus weet beter, of heeft in ieder geval een sterk vermoeden: deze man moet de Christus zijn, de Messias waarover het gonst dat hij niet lang meer op zich zou laten wachten. Jezus verbiedt het spreken hierover, niet omdat het niet zou kloppen, maar weet Petrus wel waarover hij het heeft? Wat het impliceert?

Jezus begint te onderwijzen, hij legt uit dat zijn weg een weg van lijden is, van verworpen worden, van sterven.

Het is een verhaal wat Petrus niet wil horen: Het kan toch niet zo zijn dat na al die mooie dingen, de blinde die hij weer liet zien, de doofstomme die weer kon horen, dat na deze wonderen er een weg van lijden moet worden gegaan tot stervens toe?

‘Ga weg, satan, terug! je laat je niet leiden door wat God voor de geest staat, maar de mensen.’

Het is inderdaad een hele menselijke reactie: willen vasthouden aan wat er is. Het geluk, de fijne momenten, het is toch goed zo? Petrus houdt zich echter zo vast dat hij zich afsluit voor de toekomst. Hij staat met zijn menselijke overwegingen letterlijk tussen Jezus en de weg naar Jeruzalem.

Niet alleen Jezus heeft zich te verhouden tot die weg, ook zijn leerlingen. Ook wij. Sprekend met elkaar wordt er steeds meer duidelijk over wat dat nu betekent “messias zijn”.

Het lijden en het sterven wordt door Jezus in één adem genoemd met de opstanding. Jezus gaat ons voor in dat geloof, in die Godsrelatie. Het is aan zijn leerlingen om zich hieraan toe te vertrouwen, hier in mee te bewegen. En ook aan ons is deze opdracht gericht. Laten we vertrouwen op de weg die voor ons ligt, op de relatie die God met ons heeft. Hij laat ons niet vallen of wij vallen in zijn handen.