Ter voorbereiding op zondag ( Johannes 6,41 – 51)

Vorige zondag eindigde de lezing met de woorden van Jezus: “Ik ben het brood des levens.” Daarmee geeft Jezus aan dat om een goed en gelukkig mens te worden je Hem nodig hebt. Hij geeft zichzelf voor het leven van de wereld.

De menigte die van de broden hebben gegeten zijn in deze passage versmald tot woordvoerders die min of meer gaan optreden als joodse religieuze leiders.

Deze mensen vragen zich af wat Jezus kan bedoelen. Ze zijn nogal kritisch.

Ze blijven denken en spreken vanuit hun eigen ervaring en kennis.

“Brood uit de hemel”, dat was toch het manna in de woestijn? Wat kan Hij dan bedoelen? Ze kennen ook wel het latere beeld: de Tora, de Joodse Wet, is als het ware brood uit de hemel. Wie volkomen naar die Wet leeft, leeft gelukkig en zal van God het eeuwig leven krijgen. Maar de Wet is moeilijk om in zijn geheel te onderhouden. Alleen de uitverkorenen zullen het misschien kunnen, niet de massa of de menigte die noch lezen noch schrijven kunnen en daarom de Wet niet kunnen verstaan. Maar Jezus neemt het juist voor de menigte op. Gods voorkeur gaat naar hen uit. Daarom ook heel concreet dat feestmaal met al zijn overvloed.

De Joden morden, zo begint het gedeelte van de lezing vandaag. Morren is een woord dat we in de verhalen van de Tora vaak tegen komen. Het is een woord dat we vaak tegen komen in het verhaal van de woestijn tocht die veertig jaar zal duren. Morren tegen Mozes. Waarom voer je ons weg naar nieuw land? Nu hebben we niets te eten. In Egypte het slavenhuis, hadden we nog wat. Morren is gebrek hebben aan vertrouwen in de goede afloop. De weg naar bevrijding is zwaar en moeilijk. Je met het waagstuk aan van het geloof dat God met je meegaat. Dat Hij nabij is als wolk en vuur. Dat Hij op zijn tijd brood geeft en water uit de rots.

De Joden morren -gebrek aan vertrouwen en geloof– tegen Jezus die zich brood uit de hemel noemt.Ze blijven stil staan bij de mens zoals zij hem willen zien: de Zoon van Jozef en Maria, gewone mensen zoals wij. Niets hemels aan. Maar Jezus zegt: “Mort toch niet onder elkaar”. Hij nodigt heb uit om open te staan voor God die Hij zijn Vader noemt. Wie naar de leer van de Vader luistert, gaat naar Jezus toe. Jezus spreekt de woorden van de Vader, doet de werken of daden van de Vader. In Jezus spreekt God de Vader zich uit. Jezus spreekt woorden van eeuwig leven en geeft het eeuwige leven aan hen die in Hem geloven.

Het manna in de woestijn gaf het tijdelijke leven. De leer van de Vader die Jezus is en waar maakt, geeft het eeuwige leven. Daarom kan Jezus zeggen: “Ik ben het levende brood. Wie eet van dit brood zal leven in eeuwigheid. Het brood dat ik zal geven is mijn vlees ten bate van het leven van de wereld.“

En dat is schokkend voor de joodse toehoorders. Alleen voor hen? Wellicht ook voor ons. Het de gerstebroodjes van het feestmaal gaan steeds meer brood van Jezus worden die zich geeft in de Eucharistie. Maar voordat we zo ver zijn moeten we eerst nog over die schok heen om te verstaan hoe het brood van Jezus zijn vlees kan zijn.

Dit is de eerste pagina van
Nummer #33 – zaterdag 7 augustus 2021
Volgende pagina (2) »