Algemene Parochie Avond | Toekomst Titus Brandsmaparochie Oss – Henk Peters


  • UPDATE (25 SEPTEMBER): Nu de Corona-maatregelen achter de rug zijn en we elkaar weer mogen ontmoeten, willen we u van harte uitnodigen om deel te nemen aan de Algemene Parochie Avond (APA) op 18 oktober 2021 vanaf 19.30 uur. Aan de hand van onderstaande visie willen we dan samen met u en elkaar onze toekomst bespreken. De koffie staat klaar!

Voorwaarden

Toen karmeliet pater George Zeegers vanwege ernstige gezondheidsklachten, zijn functie moest neerleggen, hadden we als parochiebestuur een duidelijk beeld met welke beperkingen we moesten werken. Het aantal beschikbare priesters om onze parochie te leiden was zorgwekkend klein zowel binnen als buiten de orde. De bisschop van Den Bosch stelde als voorwaarde voor het voortbestaan van een parochie niettemin de eis dat een parochie alleen bestaansrecht had als zij elke zondag een eucharistieviering kon bieden. Omdat óók met weinig priesters technisch mogelijk te maken verminderde hij het aantal parochies door meerdere parochies een fusie op te leggen voor de vorming van een nieuwe regionale parochie. De eis die hij stelde voor de zondagse eucharistieviering is er (even) mee veilig gesteld maar het parochiële gemeenschapsleven komt er ernstig mee onder druk te staan zodra het eigen vertrouwde Godshuis steeds minder een plaats wordt om elkaar te ontmoeten.

Tijd gekocht

Gelukkig was toen karmeliet pater Tom Buitendijk na wikken en wegen bereid zijn loopbaan af te sluiten door van Amstelveen over te stappen naar Oss tot zijn 75ste verjaardag in augustus 2021 en daarmee werd ons als parochiebestuur tijd gegeven om een goede oplossing te vinden voor het voortbestaan van de parochie als Karmelparochie. We dachten: hoeveel Nederlanders zijn er niet als missionaris naar ontwikkelingslanden vetrokken om daar met groot succes de Blijde Boodschap te verkondigen, dan moet het toch kunnen dat nu vanuit ontwikkelingslanden priesters komen om de schaarste hier op te vangen? Dat hebben we ook geprobeerd. Twee Indonesische paters karmelieten hebben ook ernstig geprobeerd vanuit Boxmeer om in Nederland te wennen, maar onze vormen van geloofsbeleving verschilt te veel van wat hen (en ons) gelukkig maakt. En zo werd die optie een onbegaanbare weg.

Twee vliegen in één klap

Maar we kunnen van ontwikkelingslanden waar die ook met priester schaarste te kampen hebben misschien wel leren hoe je daar als parochie mee kunt omspringen. Dat bleek leerzaam. Want als je één priester meerdere parochies laat bedienen waar hij alleen pastoraal verantwoordelijk voor is en hij de coördinatie van de geloofsgemeenschap aan een goed opgeleide leek kan over laten, stel je twee doelen veilig. Je kunt het sacramentele leven veilig in gewijde handen blijven leggen, en het gemeenschapsleven veiligstellen door de gelovigen te laten omzien naar elkaar in pastoraat, gemeenschapsvorming, diaconie en catechese. Ons parochiebestuur onder voorzitterschap van Maarten vd Sanden had op deze optie al een voorschot genomen door zeven parochianen in de periode 2004-2009 een opleiding spiritualiteit en pastoraat aan het Titus Brandsma Instituut van de Radboud Universiteit te laten volgen om hen toe te rusten voor de uitvoering van pastorale taken die niet aan gewijde gelovigen op zich zouden kunnen nemen. En het bestuur onder voorzitterschap van Harry Faassen zorgde dat de financiën daarvoor in orde waren. Het huidige bestuur vroeg Kees von Harenberg om zijn theologiestudie te verdiepen met een masteropleiding geestelijk verzorger. We zijn dus al een aantal jaren onderweg.

Gezagsdragers

Wij kunnen als parochiebestuur wel van alles willen maar als het gezag –de bisschop van Den Bosch en de priorprovinciaal van Karmel– dat niet zien zitten, ben je nog niet bij een oplossing. Gelukkig was hulpbisschop Mutsaerts pastoraal eindverantwoordelijk voor een heleboel parochies waar de bisschop geen geschikte priester voor kon vinden. En waarom kan dat in zijn geval zo maar en zou dat voor ons niet kunnen? Zo is ook de abt van Berne –Dennis Hendriks– “pastoor” van meerdere parochies die aan de Norbertijnen zijn toevertrouwd. In allebei de voorbeelden worden sacramentele taken door priesters vervuld die “de goede gang” van de parochie kunnen overlaten aan een degelijk opgeleide en toegeruste coördinator voor diaconie en pastoraat. In ons geval zou dan de karmelorde de pastorale eindverantwoordelijkheid moeten willen nemen voor onze parochie. We hadden al een uitstekende kandidaat voor de coördinatie van de parochie achter de hand!

Karmel blauwdruk voor pastoraat

Het Karmelbestuur bleek al een aantal jaren geleden te hebben nagedacht over hoe zij in tijden van priesterschaarste haar pastorale taken zou kunnen veiligstellen en had die visie vastgelegd in een blauwdruk.

“Als het over pastoraat gaat dan denken wij niet alleen aan priesters en hangen we aan die functie ook niet het voortbestaan van een parochie op. Sterker nog: wij vinden dat in een gelovige gemeenschap ieder lid een eigen pastorale verantwoordelijkheid heeft. Elke gelovige moet zich herder voelen van alle leden van de geloofsgemeenschap.”

Bovendien zegt het Karmelbestuur: hangen wij het kunnen voortbestaan van een parochie niet alleen op aan het waarborgen van eucharistievieringen (er zijn meerdere manieren om biddend samen te komen) maar ook gemeenschapsopbouw, pastoraat, diaconie en catechese moeten veiliggesteld zijn. Zij verwijzen naar 1 Kor 12: Het ene lichaam en de vele ledematen. Daarbij kan geen enkel deel zich erop laten voorstaan belangrijker te zijn dan welk ander lidmaat ook. Ze kunnen niet zonder elkaar….

Reactie van onze parochie

Dankbaar en met instemming hebben wij kennisgenomen van de visie op pastoraat van de Karmelprovincie. Dankbaar omdat wij kunnen constateren dat er in de bijna 100 jaar dat wij met elkaar zijn opgetrokken als orde en parochie er een verwantschap in wijze van denken en handelen is gegroeid: Het kernpunt van pastoraat is de zorg voor de ander; de bewogenheid om de ander; waarbij de zorg om de ziel; om de geestelijke gezondheid van mensen, voorop staat. De erkenning ook dat we allemaal verschillende talenten hebben en dat er door al die verschillende talenten in te zetten, samenhang en gemeenschap tot stand komt. Juist op dat vlak ligt onze rijkdom maar door vergrijzing ook in toenemende mate onze beperking. Dat geldt voor de orde en dat gaat in gelijke mate ook op voor de parochie. Een wetenschap waarmee we het moeten doen. Dat wij als leden van onze gemeenschappen naar elkaar moeten omzien, er voor elkaar moeten willen zijn, is een besef dat in onze kring leeft en wordt beleefd. Daarbij moeten wij erkennen dat niet alles van ons afhangt maar tegelijkertijd ook wel dat wij zelf Gods handen zijn. Gods handen die medemensen op de been moeten houden of helpen met speciale aandacht voor wie verloren lopen.


Zie ook: