Ter voorbereiding op de 11e zondag door het jaar; Marcus 4,26 -34

Nu de grote feesten voorbij zijn keren we terug naar ‘de gewone zondag door het B-jaar.’ We lezen het evangelie volgens Marcus, het kortste van de vier evangeliën. Jezus leefde in een agrarisch milieu. Daar haalt hij ook zijn gelijkenissen vandaan. Ook al is hij zelf timmerman, hij ziet ook wat een boer doet. Een boer heeft een speciale band met de natuur. Hoe goed hij zijn werk ook doet, over het resultaat heeft hij weinig te zeggen. Zijn voornaamste taak is zaaien en wachten tot de oogst.

Klankbord: Dank U Heer

Klankbord: Dank U Heer

Jezus ziet het zaad als beeld van Zijn verkondiging van het Rijk Gods. Je zaait het uit, maar je weet niet wat het uitwerkt in de hoofden en de harten van de mensen. Ook vandaag is dat nog zo: geloofsopvoeding is zaaien en hoopvol en met vertrouwen wachten. Ouders, catecheten, pastores moeten geduldige en hoopvolle mensen zijn of zien te worden.

Het resultaat van geloofsopvoeding duikt altijd wel ergens op in het leven.

Daar mag je op vertrouwen.

Ooit verscheen er een boek over catechese met als titel: “Terwijl de boer slaapt”. Catechese is ‘het geloven’ aanbieden. Leren geloven is een proces.

Het zaad moet eerst ontkiemen. Maar om te ontkiemen moeten de condities gunstig zijn. In onze tijd valt het niet mee. Gelovig-zijn wordt in onze samenleving niet erg gewaardeerd. Soms zelfs voor zielig versleten. ‘Ach, geloof je nog?’, vraagt men dan.

Maar als de voorwaarden gunstig zijn, dan kan het zaad toch ontkiemen. Een aantrekkelijke en levendige parochie, hulp bij geloofsopvoeding, de woorden en daden van de paus en van onze bisschop, de onderlinge band in de gemeenschap, dit alles helpt het zaad ontkiemen.

Geloven is een eigen kracht die in ieder mens schuilt. Ontkiemd geloof is niet meteen vruchtbaar geloof. Zoals een korrel niet ineens een volle aar is. Marcus zegt: eerst de halm, dan de aar en dan pas het volgroeide graan. Geloven is altijd leren geloven. Ontkiemd geloof groeit als een langzaam proces. Soms stopt het even en later zet de groei door.

Vaak vragen ouders zich af: “Heb ik het goed gedaan? Geen van de kinderen gaat nog naar de kerk.” Ze hebben de geloofsopvoeding gegeven onder de condities van hun tijd en met de middelen die ze toen ter beschikking hadden.

In de jaren zeventig werd plotsklaps in kerk en maatschappij alles anders.

Er kwamen allerlei veranderingen op die nu nog steeds niet uitgewerkt zijn.

Geloofsgesprek en geloofscommunicatie zijn dringend nodig. We weten nog steeds niet goed hoe we dit op gezinsniveau of parochieniveau gestalte moeten geven. Veel ouders hebben hun uiterste best gedaan. Hun voorbeeld van trouw zijn aan hun geloof is óók als zaad dat werkzaam zal zijn in de hoofden en de harten van de nieuwe generaties. Ooit ontkiemt er iets en soms zal dat na een lang proces vrucht dragen. Ooit zei een man tegen me: “Eigenlijk geloof ik zelf niet zo veel. maar mijn ouders zijn altijd blijven bidden. Dat ontroert mij nog steeds”. Ook het gebed voor kinderen kan krachtig zaad zijn.