Titus Brandsma Tijdingen

Uitgave 716 februari 2021

Pagina 1

Ter voorbereiding op zondag Marcus 1, 40 -45

Marcus 1, 40 -45

Marcus 1, 40 -45

Het evangelie van Marcus geeft in korte verhalen telkens een portret van Jezus. Jezus de verkondiger, de genezer, de bidder. Vooral de genezingsverhalen zijn boeiend omdat er in eeen paar zinnen zo ontzettend veel gebeurt. Jezus trekt met zijn leerlingen door Galilea. “ Iedereen zoekt U”, zegt Simon Petrus.

Er komt een melaatse naar hem toe. Ook melaatsen hadden verwachtingen van hem. Die melaatsheid is geen lepra, maar wel een ernstige huidziekte. Wie die ziekte had, werd uitgestoten en uitgesloten van het sociale en religeuze leven.

Genezing wordt reiniging genoemd. Dat betekent dat je weer geschikt bent tot deelname aan het gewone leven. Door medelijden bewogen raakt Jezus de melaatse aan. Dat is riskant want daardoor word jezelf onrein. Jezus medelijden is zo groot dat hij het gebod negeert. Maar Jezus heeft niet de bedoeling tegen de joodse wet in te gaan. Jezus respecteert de wet en zegt met klem: laat je onderzoeken door de priester en breng een voorgeschreven dankoffer. Maar onderweg begint de genezen man overal te vertellen wat er gebeurd is: “Hij raake me aan en ik werd rein”. En dat wordt moeilijk voor Jezus. Kan Jezus nu nog wel in de stad komen nu hij onrein is? Kan iemand die de wet overtreedt wel over God spreken? Kan hij nog wel in een synagoge het woord vragen? Jezus kiest ervoor om op eenzame plaastsen te verblijven. Ineens zijn de rollen omgedraaid: de melaatste kan zich onder de mensen begeven; Jezus neem zijn plaats in in de eenzaamheid. Toch blijvven de gewone mensen naar hem toekomen. Ze blijven van hem iets verwachten.

Het lijkt mij dat actualiteit niet ver te zoeken is. Wij kennen veel melaatsen in onze samenleving. Van overheidswege worden mensen gediscrimineerd en als fraudeurs bestempeld op basis van hun achternaam of postcode.

Vluchtelingen worden op één hoop geveegd met criminelen. Vluchtelingen verdienen “meer beperkende regels en minder rechten dan de wettelijke rechten” volgens de staatssecretaris. Vermindering van rechtsbescherming dus!

Een christelijk echtpaar Shafqat en Shagufta wachten in een Pakistaanse dodencel al jaren op hogen beroep. Ondanks alle petities en verzoeken hebben deze christenen weinig kans op vrijlating. Onze regering steekt geen hand uit om hen te helpen. Klachten over deze regering zijn helaas terecht. Zij màken mensen melaats.

Maar doen wij niet hetzelfde als wij onverschillig zijn voor andermans leed en lot? Hebben wij niet in eigen kring onze ‘melaatsen’ door mensen te negeren of uit te sluiten? Hoe vaak steken wij door medelijden bewogen ons handen uit?