No feed items found.

Zesde zondag door het jaar 17 februari  2019

De schaamte van de armoede

Het zou best wel eens kunnen zijn dat u denkt: “o, die zaligsprekingen ken ik al”.  Dat is de Bergrede, dat is de catechismus van hoe wij moeten leven. Helaas, u vergist zich. De Bergrede vinden we bij Mattheus.

Bij Mattheus gaat Jezus de berg op, gaat daar zitten en kijkt van boven af naar de menigte. Hij spreekt de menigte met wie hij medelijden heeft, bemoedigend toe: gelukkig jullie armen van geest, jullie eenvoudige zielen, gelukkig jullie die hongeren naar gerechtigheid, gelukkig jullie die bedroefd zijn.

Maar vandaag lezen we Lucas. Jezus was aan het bidden op een berg en daalt van de berg af naar beneden, naar de vlakte. Geen Bergrede, maar een Veldrede.

Jezus, door zijn bidden nog van God vervuld, staat nu te midden van de mensen en ziet hoe ze hier en nu honger lijden, hier en nu tot armoe zijn vervallen, hier en nu door de samenleving worden geminacht, hier en nu huilen van ellende.

Mattheus heeft het over een mentaliteit. Lucas heeft het over een sociale realiteit. Mattheus heef negen uitroepen: zalig, gelukkig ben je.

Lucas heeft er vier. Tegenover vier keer zalig heeft hij ook vier keer: Wee jullie; pas op jullie: jullie rijke, verzadigde, lachende en veel geprezen mensen. In die wee roepen schetst Lucas een beeld van de zelfgenoegzame mens, die zichzelf wel redden kan. Die geslaagd is.

Die binnen is en …. die niets meer heeft te verwachten.

Die zelfgenoegzame mens staat tegenover de mens die nog alles te verwachten heeft. Als eerste het Rijk van God, vervolgens verzadiging en vreugde, tenslotte als beloning de gaven van het hemelse leven.

Het beeld van de verwachtingsvolle mens staat lijnrecht tegenover de zelfvoldane en zelfgenoegzame mens.  Bij wie voelen we ons thuis? Bij wie gaan we in de rij staan? Het leven is kiezen!

De sociale realiteit waarin de armen en de randfiguren gelukkig worden genoemd is geen romantiek. Er is op zich niets goeds aan armoede Behalve dan dat Jezus belooft: God ziet naar jullie om. Daar mag je op vertrouwen. Maar dat vertrouwen moet je maar aan durven. Is God niet vaak ver weg?

In Nederland zijn 250.000 mensen zó arm dat ze een bewindvoerder nodig hebben om hen te helpen uit de schulden te komen. Deze mensen leven van een uiterst krap minimum. Het grootste deel van hun inkomen is afbetaling. Maar deze mensen hebben hoop en perspectief. Ze hebben het vaste voornemen eruit te komen. En dat is hun kracht. Ze vertrouwen méér op iemand die hen helpt, dan op eigen kunnen.

Deze mensen verdienen een beloning, zegt Jezus. Een plaats in het Rijk van God waar mensen met elkaar delen, elkaar helpen, elkaar dienstbaar zijn en zo de weg naar geluk zoeken. Dat Rijk van God is midden onder U.

Er heerst in ons een land en in onze stad veel stille armoede. Het kenmerk daarvan is schaamte. 400.000 Huishoudens hebben minder dan het wettelijke minimuminkomen om van te leven. Er is een groeiende groep ‘werkende armen ‘, mensen die ondanks hun baan te weinig inkomen hebben. Door de combinatie van beperkte sociale zekerheid en lage minimumlonen verdienen steeds meer mensen te weinig om van te leven. Wie komt daarvoor uit? Wie ziet deze mensen staan?  Ze verstoppen zich in de randen van de maatschappij.

Daar vindt Jezus hen en zegt hun: ook voor jou is het Rijk Gods er. Ook voor jou is er perspectief. Als het Rijk van God ergens moet beginnen, dan is het daar.

Als wij met Jezus geloven dat God naar de armen omziet en dat het Rijk Gods in ons midden kan groeien, dan móet de kerk toch pleitbezorger voor de armen zijn, dan móet de kerk toch een daad van barmhartigheid stellen aan de treurende, dan móet de kerk toch oog hebben voor mensen aan de randen van de maatschappij.

De vraag is: durven wij dat? Kiezen we er voor? Gelóven wij dat het rijk Gods hier en nu mogelijk is? Ik weet het niet of ik als pastor, of wij als parochie, wij allen als kerk in Nederland, zo dapper zijn dat wij aan de kant van de armen gaan staan en onze stem verheffen tegen al die zelfgenoegzame rijken die zeggen: “ Er hoeft geen armoede te zijn. Niemand hoeft honger te hebben. Iedereen heeft in januari meer op zijn loonstrookje zien staan.”

Tegenover de arme schetst Lucas de rijke mensen die plezier in het leven hebben en die zó van alles genoeg hebben dat zij materieel bezien niets meer te wensen hebben. Maar brengt rijkdom ook geen ellende met zich mee? De verslaving aan geld, aan nog meer geld willen hebben, en dan ongelukkig zijn omdat je dat niet lukt.

Om geld liggen families uit elkaar, worden er moorden gepleegd, worden de harten van mensen koud en onverschillig voor noden van anderen.

Wie alleen maar eurotekens in zijn ogen heeft, waarschuwt Jezus, zal honger hebben naar sociale contacten zonder prijskaartje, zal naar een vriendelijk woord verlangen dat om niet geschonken wordt, zal hopen op een daad van belangeloze vriendelijkheid. Hij zal merken dat zijn rijkdom een barrière is. Iedereen denkt toch: die rijkaard heeft alles al en anders koopt hij het maar. Geluk kun je niet kopen; geluk wordt alleen maar geschonken.

Rijkdom op zich is niet slecht zoals armoede niet perse goed is. Dat weet Lucas ook wel. Toch zegt hij: Zalig en Wee tegenover elkaar en wijst op de omkering die God brengt. De armen worden verzadigd en de rijken gaan heen met lege handen.

Als wij niets doen dan zal dat uiteindelijk zo zijn. De wereld omgekeerd.

Maar wij kunnen ook zelf met een ommekeer beginnen!

Gelukkig de rijken die weten te delen. Gelukkig de mensen die zoeken naar verbondenheid met lotgenoten. Gelukkig de mensen die hun ogen niet sluiten voor andermans nood. Gelukkig de mensen die dienstbaar zijn aan anderen; als een mantel om hen heen. Gelukkig de mensen die anderen zien staan, de hand reiken en hen uit de ellende halen.

Behoren wij bij die gelukkige mensen die vanuit hun armoede durven vragen en die vanuit hun rijkdom durven delen? Behoren wij bij die gelukkige mensen die met Jezus in de sociale realiteit staan en die een gezonde mentaliteit hebben van samen leven, van samen delen, van samen solidair zijn?

Wanneer mensen zich openen voor elkaar in behulpzame liefde en zorgzaamheid, daar ontmoeten ze iets van God. God die zichtbaar wordt in handen en ogen en monden van mensen. God is een nabije God voor ieder die Hem toelaat in de ruimte van zijn hart.


Pastor Tom Buitendijk

Pastor Tom Buitendijk

Pastor Tom Buitendijk is pastor van onze parochie, vormt samen met pastoraal werker Leon Teubner het pastoraat, en is voorzitter van het parochiebestuur. Meer informatie en biografie »

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *