Willibrord, patroon van onze stad Oss en van de Nederlandse Kerkprovincie.

Willibrord

Willibrord werd geboren in het Engelse koninkrijk Northumbrië in het midden van de 7de eeuw.

Zijn vader vertrouwde hem al heel jong toe aan een klooster waar hij zelf ook intrad, vermoedelijk na het verlies van zijn vrouw.

Op zijn 20ste verhuisde Willibrord naar een klooster in Ierland.

Daar was hij getuige van verschillende overzeese missies naar Frisia, een rijk dat zich uitstrekte van het Zwin nabij Brugge tot aan de monding van de Wezer in Duitsland. Al die missies mislukten.

Geen eitjes die heidense Friezen! De heilige Egbert was abt van het klooster Rathmelsigi en hij zag het verlangen van Willibrord en anderen om ‘in den vreemde het evangelie te verkondigen.

Zij wilden het Licht van Christus brengen aan volken die in het duister van het heidendom verbleven. Willibrord zag zo’n avontuur wel zitten.

Maar hij ging iets pragmatischer te werk dan zijn voorgangers. Hij zorgde eerst voor een volmacht van de nieuwe Frankische bewindvoerder Pepijn van Herstal.

Die had net Frisia veroverd en vond een nieuwe godsdienst wel passen in zijn politiek. In 690 waagde Willibrord de oversteek, samen met 11 of 12 gezellen. Historici en de traditie zijn het er niet helemaal over eens waar ze precies voet aan wal zetten. In ieder geval begon voor Willibrord een rusteloos leven in dienst van de verspreiding van het Evangelie. Reizend tussen Utrecht, Antwerpen en Echternach waar hij een abdij stichtte. Hij ging ook twee keer naar Rome om zich van een pauselijk mandaat te voorzien.

De paus maakte hem aartsbisschop van de Friezen. Let op de benaming. Niet aartsbisschop van Utrecht, wat toen nog een onbeduidend plaatsje was. Maar aartsbisschop van het hele Friese rijk. Dat paste goed in de politiek van Pepijn. Willibrord was de oprichter en bouwer van veel kerken en kloosters. Maar niet alles ging hem voor de wind. Zijn missie naar Denemarken liep op een sisser af. En na de dood van Pepijn brak er oorlog uit.

De Friese koning Radboud heroverde Utrecht: kerken en kloosters werden geplunderd en priesters een kopje kleiner gemaakt. Willibrord trok zich tijdelijk terug in de abdij van Echternach en verkondigde in de Zeeuwse en Brabantse contreien. Later kon hij alles moeizaam weer opbouwen. Toen hij op 80-jarige leeftijd stierf, werd hij op eigen verzoek begraven in zijn geliefde abdij.

Daar vind je tot op vandaag zijn graf in de crypte onder het altaar. Omwille van zijn missionering in de Lage Landen werd Willibrord patroonheilige van de Nederlandse kerkprovincie. Toen paus Sergius Willibrord tot bisschop wijdde gaf hij hem een nieuwe naam: Clemens, de zachtmoedige. Aan de Willibrordusweg vinden aan klein monument dat gebouwd is over een bron of put. Met dat bronwater heeft Willibrord de eerste bekeerde Ossenaren gedoopt. Het restaurant heeft heel lang “t Putje” geheten. De huidige eigenren hebben het net als paus Sergius een nieuwe naam gegeven: Restaurant Clemens.