( voor kinderen, verschenen in De Weg: jrg1, nr1 )

Het is bijna donker in de kamer. De vrienden van Jezus zitten bij elkaar,
maar de luiken hebben ze dichtgedaan. Van buiten klinkt zachtjes muziek.
Het is feest in Jeruzalem.
Het nieuwe graan is rijp en de appels kunnen ook weer geplukt worden.
Iedereen wil God bedanken voor de nieuwe vruchten en het nieuwe graan.
Daarom is het nu feest. Petrus loopt heen en weer in de kamer.

 “Hoe kunnen de mensen nu feest vieren. Is iedereen Jezus alweer vergeten?“

Johannes slaat zijn arm om de schouder van Petrus.
“Kom, ga zitten en kijk om je heen. Het huis zit vol met vrienden.

Wij vergeten Jezus nooit.” Petrus zucht en kijkt de kamer rond.

Hoe moet het nu verder? Petrus weet niet meer wat hij  moet doen.

Een hele tijd is het stil, niemand doet iets. Dan zwaait ineens een luik open.
Het lijkt wel of het plotseling stormt.
Fel zonlicht komt de kamer binnen en ook geluiden van de straat.
Jakobus springt op om het luik weer dicht te doen, maar dan roept Petrus:

“Nee, niet doen!” Petrus staat midden in de kamer.

 “Vrienden, nu weet ik wat we moeten doen.
Jezus heeft het ons zelf verteld. We moeten alles wat we van Jezus weten, doorvertellen. Iedereen mag het horen.” Petrus gloeit ervan, hij kan niet meer stoppen.
“Jezus heeft toch beloofd dat iemand ons komt helpen.
Ik wist daarnet niet meer wat ik moest doen, maar nu durf ik het aan, wie doet er mee?”

Jakobus, Johannes en de andere leerlingen zijn ook opgesprongen.
Iedereen gloeit als vuur. “Ja, we gaan mee”, klinkt het van alle kanten.
Petrus zwaait de voordeur open. Allemaal struikelen ze naar buiten.
De mensen op straat blijven staan. “Moet je zien, die zijn nu al dronken”,
zegt een koopman die staat te kijken. Petrus hoort het en zegt:
“Nee mensen, wij zijn niet dronken. Wij zijn blij.

Wij willen jullie iets belangrijks vertellen.
Wij zijn vrienden van Jezus. Hij is hier in Jeruzalem gedood,
maar wij weten zeker dat hij weer is opgestaan. Daarom zijn wij blij.
God wil niet dat dood gaan het einde is. 
Hij wil dat iedereen Jezus leert kennen en wij kunnen daarbij helpen.”

Johannes is de straat opgelopen. “Kent U Jezus?, vraagt hij aan een vrouw.
Ook de andere leerlingen praten met mensen op straat. “Hoor je dat?
Ik kom helemaal uit Egypte en toch versta ik wat ze zeggen.”
Ook andere mensen, uit vreemde  landen, verstaan wat de leerlingen zeggen.

Steeds meer mensen komen erbij staan.

De leerlingen praten en praten maar door.
Iedereen mag weten dat Jezus weer is opgestaan.
Iedereen mag horen dat bij Jezus iedereen meetelt.
Als een lopend vuurtje gaat het door Jeruzalem.

ER BEGINT IETS NIEUWS EN IEDEREEN MAG HET HOREN


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *