(verschenen in het parochieblad jaargang 24, nummer 5)

VERBINDING ZOEKEN, OVER GRENZEN HEEN.

Een mooi thema: ‘verbinding zoeken, over grenzen heen’. ‘Verbinding’, een woord dat het goed doet in deze tijd. Voorheen was ‘je grenzen verleggen’ ook zo’n trendy begrip, vaak samengaand met ‘uit je comfortzone komen’. Opvallend is dat deze ‘wijsheden’ vaak instrumenteel gebruikt worden, om een bepaald doel – vaak een economisch doel – te bereiken. Zoals dat in de baas zijn tijd de werknemers Zen-momenten (of iets dergelijks) worden aangeboden, vanuit de verwachting dat ze er dan beter door zouden gaan presteren.

Ook bij ‘Verbinding zoeken, over grenzen heen’ kun je instrumenteel nadenken om er iets mee te  bereiken. Dan vraag je je af: Wat levert het op? Wat past goed bij mij? En: zijn de baten de kosten wel waard? Wat kan ik ermee winnen? enz. Ik zou dat geen religieuze benadering willen noemen van dit thema. Een religieuze vraag bij ‘Verbinding zoeken, over de grenzen heen’ zou kunnen zijn: Wie of wat drijft mij er innerlijk eigenlijk toe aan om verbinding met iets of iemand te zoeken – zelfs als dat over mijn grenzen heen gaat? Wie of wat bezielt mij, beweegt mij, opent mijn innerlijke ruimte om dat te doen?

Bij de oude Grieken was het antwoord op zulk soort vragen: het is de Eros, de liefde of de liefdesdrift die dat doet, die je raakt en bezit van je neemt en je beweegt contact te maken met iets of iemand buiten jezelf. Het Christendom heeft dit perspectief met een uitspraak van Johannes – God is liefde – overgenomen en verder uitgewerkt. Grote kerkleraren en mystici uit onze traditie als Augustinus, Berardus, Hadewijch en Jan van het Kruis, gaan uit van een ingeschapen, natuurlijk Godsverlangen in de mens. Ons diepste verlangen zou een verlangen zijn om in verbinding met God te leven – en van Hem uit met alles en iedereen. Het probleem in hun ogen echter is, dat door de dag heen, dit verlangen om in en vanuit God in verbinding met al wat is te leven, begraven raakt onder allerlei andere verlangens naar geschapen dingen – geestelijke én materiele. Etty Hillesum beschrijft deze ervaring heel helder:

Binnen in me zit een heel diepe put. En daarin zit God. Soms kan ik erbij. Maar vaker liggen er stenen en gruis voor die put, dan is God begraven. Dan moet hij weer opgegraven worden. Ik stel me voor, dat er mensen zijn, die bidden met hun ogen naar de hemel geheven. Die zoeken God buiten zich. Er zijn ook mensen, die het hoofd diep buigen en in de handen verbergen, ik denk, dat die God binnen in zich zoeken.’

Dat God binnen in ons verblijf houdt wist ook Jezus, die wijze rabbi uit Nazareth. ‘Maak je niet zo druk en bezorgd. Slechts één ding is nodig. Zoek altijd eerst Gods aanwezigheid in je, en al het andere zal je vanuit Hem gegeven worden’, hield Hij zijn leerlingen voor. In Jezus’ ogen is het God die alles op elkaar betrekt en met elkaar verbindt.

God woont in ieder van ons. Maar dagelijks begraven we Hem in een diepe put die we dichtgooien met allerlei verlangens en zorgen, angsten en gemis. En zo raken we de verbinding van God uit met onszelf en elkaar en al wat is kwijt. Het is aan ons om Hem steeds weer op te graven in onszelf, waardoor Hij de kans krijgt om ons vrij en onvoorwaardelijk met elkaar te verbinden.

Misschien was Frans van der Lugt s.j. wel zo iemand. Hij verbond, vanuit zijn relatie met God, en met alle risico’s van dien, zijn lot aan die van zijn naasten in Syrië. Of Titus Brandsma, die vanuit zijn Godsverbondenheid ook zijn beulen niet ontliep, omdat hij ze kon zien als van God uit aan hem gegeven. Dat is verbinding zoeken over grenzen heen. Zij konden niet anders, zij waren een instrument geworden in Gods hand. Zij handelden uit een innerlijk liefdesverlangen dat God zelf is.

p. Leon Teubner.


0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *