Nieuws, mededelingen en berichten van pastoraat, bestuur en de werkvelden

1929 – Unilever ontstaat uit overname Hartog door Margarine Unie

Margarine Unie neemt Hartog over vanwege de margarinetak van het Osse bedrijf en staat sindsdien bekend als Unilever. 

1937 – Hartog krijgt nieuwe naam: UNOX

De Hartog-fabriek krijgt de naam Unox, naar verluidt een samentrekking van Unilever en het Engelse ‘ox’, dat os betekent. 

1929 – Unilever ontstaat uit fusie Margarine Unie en Britse Lever Brothers

Nadat ze in 1929 Hartogs Vleeschfabrieken overnemen fuseert hun bedrijf Margarine Unie datzelfde jaar met het Britse Lever Brothers tot het Unilever-concern.

1871 – Antoon en Jan Jurgens starten met de productie van Margarine

Antoon Jurgens is de zoon van boterhandelaar Wilhelminus Jurgens (1780-1836). Hij bouwt het bedrijf van zijn vader verder uit. Van 1844 tot 1850 is hij lid van de gemeenteraad in Oss. Ook is hij president van het armenbestuur en gedurende 25 jaar lid van het katholieke kerkbestuur. Hij betaalt onder meer mee aan de inrichting van de Grote Kerk en in 1876 schenkt hij een nieuw hoofdaltaar.

Antoon en zijn vrouw Johanna Lemmens krijgen vijf kinderen waarvan drie zonen, Jan (Johannes Arnoldus, 1835-1913),  Henri (Henricus Leonardus, 1840-1888) en Willem (Wilhelmus Johannes, 1844-1881). Het gezin van Jan Jurgens en zijn vrouw Josina Jansen (1850-1903) gaan in een villa aan de Molenstraat wonen, op de hoek waar het  huidige Titus Brandsma Lyceum is gelegen.

In mei 1871 krijgt Jan Jurgens een monster kunstboter van de Bossche broers Cordeweener die kapitaal zoeken om dat fabrieksmatig te gaan maken. Jan besluit direct om met de broers Cordeweener en hun Brusselse zwager Peeters naar het door de Duits-Franse oorlog aangeslagen Parijs te gaan. Daar bezochten zij de Franse scheikundige Hippolyte Mège Mouriès die twee jaar daarvoor in opdracht van Napoleon III een ‘kunstboter’ had ontwikkeld op basis van zogenaamde oleo-margarine die uit gesmolten rundvet werd bereid. Al in datzelfde jaar start Jurgens met hun Bosche partners De Bossche de fabriek Cordeweener & Cie. Drie jaar werd er hard in deze fabriek gewerkt maar loopt men tegen het probleem aan dat er te weinig grondstoffen waren om aan de groeiende vraag te voldoen. Omdat er geen grote slachterijen in de buurt om aan het rundsvet te komen trok Jurgens door heel Europa en benaderde alle abbatoirs. Nog was het te weinig en daarom gebruikte Jurgens vanaf 1885 voortaan katoenzaadolie uit de Verenigde Staten.

Op 25 april 1876 richt Antoon Jurgens samen met zijn zoons Jan, Hendrikus en Arnoldus de vennootschap Antoon Jurgens op bij notaris Simon Petrus Bijvoet te Berghem met een looptijd van vijftien jaar tot 14 mei 1882. De firma die dan 10 man personeel heeft koopt boter op in onder meer het Land van Cuijk, Eindhoven, Limburg en Krefeld, maar ook in Zuid-Duitsland en Oostenrijk.

In juli 1879 krijgt Antoon Jurgens van de regering het recht voor de aanleg en het gebruik van een stoomtramweg voor goederenvervoer vanaf de Maas in Lithoijen tot aan Oss, waarvan de kosten werden geraamd op 80.000 gulden. Hij laat de bedrijfsvoering rond die tijd voornamelijk over aan zijn drie zoons, en beheert nog wel hun boerderijen en is mede-eigenaar van de gasfabriek in Oss.

In Nederland bestond tot 1910 geen octrooiwetgeving, in tegenstelling tot de omliggende landen. Het verhaal in de Jurgens-overlevering dat Jan Jurgens het octrooi van Mège Mouriès in 1871 heeft gekocht is dan ook niet waar; waarschijnlijk heeft hij alleen betaald voor een demonstratie van het procédé en daarmee voor de overdracht van kennis. Daarom kon Jurgens zich met succes verdedigen tegen de beschuldiging inbreuk te hebben gemaakt op het Britse Mège Mouriès-octrooi tijdens een langdurig proces (1881-1883) in Groot-Brittannië.

Bronnen:

Historische foto uit 19 september 1944 van Britse Cromwell-tank van sergeant Edmunson in de Molenstraat te Oss met op de achtergrond villa Josina, het Carmelcollege Oss (het latere Titus Brandsma Lyceum) en het oude postkantoor.

1944 – Oss bevrijd door de Britten maar Duitsers blijven gevaarlijk tot overgave mei 1945

Op 17 september 1944 begonnen de geallieerde troepen aan een grote aanval onder de naam Operatie Market Garden. Vanuit het zuiden wilden zij doorstoten naar Arnhem, om van daaruit naar Duitsland te kunnen optrekken. De aanval ging door de lucht en over de grond. Dit plan mislukte voor het grootste deel. De Duitsers leverden veel zwaarder strijd dan verwacht, bij Arnhem maar ook op alle andere plaatsen van de marsroute. De strategisch gelegen spoorbrug bij Ravenstein werd door de Duitsers opgeblazen en de pont onklaar gemaakt. Het kleine vliegveld bij Keent speelde een belangrijke rol binnen Market Garden en werd gebruikt voor de aan- en afvoer van geallieerde troepen en materieel.

Foto uit 19 september 1944 van Britse Cromwell-tank van sergeant Edmunson in de Molenstraat te Oss met op de achtergrond het Carmlecollege Oss (het latere Titus Brandsma Lyceum)

De luchtaanval van de geallieerden begon op 17 september met het overbrengen van grote aantallen troepen door de lucht naar landingsterreinen bij Arnhem. De vliegroute liep over Oss. Met de mond open van verbazing over die ontzagwekkende stroom vliegtuigen keken de Ossenaren naar de lucht. En van vreugde, de bevrijding was misschien echt dichtbij. Maar door de heftige tegenstand van de Duitsers liep de aanval al spoedig vast. Op de Rijksweg onder Grave hoopten de geallieerde voertuigen zich op. Verschillende inwoners van Oss gingen hiernaar kijken, bij de uitspanning De Kleine Elft. Op 19 september 1944 vertelde een politieman uit Oss aan de geallieerden dat er op het station van Oss een paar Engelse of Amerikaanse piloten stonden die door de Duitsers weggevoerd werden. Hierop besloot een Engelse commandant een kleine strijdmacht van twee tanks en een vrachtwagen soldaten naar Oss te sturen in een poging de piloten te redden. Bij het station werd kort gevochten, hierbij raakte de Engelse sergeant Brown dodelijk gewond. De Duitsers die zich in de toren van de Visserskerk verschansten, gaven zich na een kort vuurgevecht over. Overal in Oss verscheen de Nederlandse vlag, de bezetter leek eindelijk verjaagd. Maar de Engelsen verlieten Oss weer en op 20 september keerden de Duitsers terug. Zij schoten op huizen waar vlaggen hingen en haalden voedselvoorraden uit de vleesfabrieken en de Philipsfabriek. Na deze gebeurtenissen stuurden de Engelsen opnieuw troepen naar Oss. De voedselvoorraden waren ook voor hen belangrijk omdat hun opmars was vastgelopen.

Op 25 september 1944 vielen de Duitsers Oss aan vanuit Heesch. Langs de Hescheweg en bij het Mgr. Van den Boerpark werd zwaar gevochten. De aanval werd afgeslagen en de Duitsers staken op hun terugtocht meer dan twintig huizen in brand. De gevechten rondom Heesch, Geffen en Nuland duurden nog tot 28 september voort. Hierbij vielen veel slachtoffers en veel huizen en boerderijen gingen in vlammen op.

Hierna ontstond een gevaarlijke tijd. De Duitsers zaten aan de overkant van de Maas en richting ‘s-Hertogenbosch. De polder was ’s nachts niemandsland, waar de Duitsers aanslagen pleegden op de Engelse troepen die daar patrouilleerden. Ook schoten de Duitsers vanaf de overkant vliegende bommen (V-1’s) af die veel schade aanrichten.

Op 14 januari 1945 viel een V-1 op Lith. Twee mensen kwamen om het leven, een tiental raakte gewond. In Herpen kwam op 8 maart 1945 een Duitse V-1 raket neer en raakten 10 mensen zwaar gewond. Ook dichtbij Oss vielen bommen. Vanwege deze gevaren sliepen veel mensen vanaf de bevrijding in september 1944 tot aan de overgave van de Duitsers op 5 mei 1945, in schuilkelders. Al die maanden was er gevaar door de strijd in de omgeving en gebrek aan kolen en voedsel, maar de opluchting en blijdschap die de bevrijding meebracht, liet zich niet verjagen.

Bron: Osse Canon – #36 Bevrijding (Tekst: Paul Spanjaard)