Nieuws, mededelingen en berichten van pastoraat, bestuur en de werkvelden

1872 – Simon van den Bergh start met productie Margarine

afbeelding van Bergh, Samuel van den

Samuel van den Bergh () is de zoon van de

Simon van den Bergh (Geffen, 1819 – Rotterdam, 6 april 1907) is een Geffense koopman die zijn handelswaar (manufacturen en koloniale waren) verkoopt aan de vele boeren in de regio in ruil voor hun boter. In 1858 verhuist hij met zijn gezin en bedrijf naar Oss dat een centrum van boterhandel is en waar ook de concurrent Antoon Jurgens actief is. De afzetmarkt is Londen, maar door de felle concurrentie van Jurgens levert de boterhandel vooral verlies op en gaan ze in 1868 failliet.

Van den Bergh herstelt en start in 1872 met de produktie van margarine, in navolging van het succes van zijn Jurgens, die daar een jaar eerder mee was begonnen. Het was het begin van wat een felle concurrentiestrijd zou worden.

Hun oudste zoon Samuel (Sam) van den Bergh (Oss 6-4-1864 – Nice, Frankrijk 4-2-1941) komt na zijn Gymnasium-studie in Maastricht in 1882 in hun zaak werken en wordt net als hun vierde zoon Arnold van den Bergh in 1888 vennoot. In datzelfde jaar laat Arnold Villa Constance bouwen in de Molenstraat, vernoemd naar zijn dochter.

Vanaf het begin probeert Sam de margarine te verbeteren onder meer door contact met vooraanstaande chemici. Ook concentreert hij zich op de internationale opbouw van het bedrijf waarvan hij de algemene leiding heeft. In 1888 wordt een fabriek in Kleef (Duitsland) geopend en in 1895 volgt Brussel. En Engeland was al lang een steeds groeiend afzetgebied.

Om de groeiende stroom goederen te kunnen vervoeren ontwikkelt Arnold samen met Anton Jurgens plannen voor een kanaal van het Osse Station naar de Maas.

Jurgens had als katholieke concurrent betere toegang tot de gemeentepolitiek dan de joodse familie Van den Bergh. De broers Anton en Jan Jurgens worden invloedrijke gemeenteraadsleden die plannen in het voordeel van hun bedrijf beslechten. Als Anton Jurgens uiteindelijk de plannen voor het kanaal weet te blokkeren, verhuist de fabriek van Van den Bergh in 1891 naar Rotterdam.

Daarop verkoopt Arnold van den Bergh zijn huis aan Arnold Jurgens, die het omdoopte in Villa Johanna, naar zijn vrouw.

Bronnen:

1938 – Zedenzaak Oss als opmaat voor val kabinet Colijn en jodenvervolging

In het begin van 1938 is Nederland in de ban van Hitler. En van de Osse zedenzaak. De marechaussee, die permanent in Oss gestationeerd was voor de aanpak van de Osse Bende, onthult zijn ernstige vermoedens van misbruik van vrouwelijke werknemers bij Organon door hun directeur Sam Zwanenbergmisbruik van vrouwen door een katholieke priester, en het misbruik van minderjarige jongens door een tweede katholieke priester. Dat zou uiteindelijk de druppel vormen die de regering Colijn doet vallen. Maar het schandaal vormt ook voer voor Het Nationale Dagblad, Volk en Vaderland, Arnold Meijers, de leider van het Zwart Front, en Rost van Tonningen, namens de democratisch gekozen NSB in de tweede kamer, voor een goed georkestreerde hetze tegen de joden.

#MeToo avant la lettre?

Het zal nog tot 2010 duren voor de katholieken (gedwongen) durven kijken naar de misstanden in eigen gelederen. En nog 6 jaar vooraleer conclusies worden getrokken. En niet alleen naar de feitelijke misbruikers, maar vooral ook naar de rol van de kerkelijke zielzorgers en bestuurders die dat –al dan niet stilzwijgend– lieten bestaan, en de vaak permanente gevolgen voor de slachtoffers.

Datzelfde geldt voor Oss. Terwijl de jood snoeihard wordt aangepakt door de impopulaire Nederlanders met nazi-sympathiën, blijven Osse katholieke kerk en volk oorverdovend stil over hun priesters. En voeden daarmee onbedoeld de snode plannen van de NSB-ers. Al weet men wel beter; immers kent iedereen wel een slachtoffer in eigen fabriek, kerk of gezin. Het gebeurt en gonst al lang vóór 1938. Het komt het katholieke volk, zelf ook niet vrij van (latente) antisemitische opvattingen, eenvoudigweg te goed uit. En hetzelfde geldt voor hun machthebbers in kerk en  lokale- en nationale politiek. De katholieken zouden er alles aan doen om vervolging van de priesters te voorkomen. Dat uiteindelijk tot de val van de regering zou leiden. Ook Titus Bransma –die al geruime tijd in Nijmegen woont– blijft hierover voor zover bekend stil. Verontrustend is ook dat de krant die hij Oss naliet zich erg duidelijk afkeurend uitlaat over deze vorm van lokaal zedenverval … van de jood weliswaar!

Natuurlijk was de tijdsgeest anders. Getuige ook de discussies en inzichten die #MeToo zou opleveren. Maar wel pas 80(!) jaar nadien. 

Van slechte zeden naar systematische vernietiging

Foto van bord jodenverbod bij ingang Zwaneneberg-kantoor in Oss (geschat 1942/1943). Bron: http://3.bp.blogspot.com/-2ZqC499EWaY/T4VCEzmnSHI/AAAAAAAAACc/UD2gfra9FT4/s1600/zwanenberg.bmp

Uiteindelijk vormt de zedenzaak voor Oss zo de bijzondere en pijnlijke opmaat naar de nog veel moeilijkere vervolging en vernietiging van de joden vanaf juni 1942. En die van Titus Brandsma in diezelfde periode. 

De gemeente Oss geeft aan de Duitse autoriteiten door dat er in de maand juni 1942 364 personen als “Jood” gekwalificeerd wonen. Waaronder  “Volljuden”, “gemengd gehuwden” en gedoopte joden. Daarnaast overledenen en personen die  Oss al lang verlaten hadden. Enkele gezinnen vertrekken uit Oss, een enkeling emigreert, en 77 personen ‘duiken onder’ waarvan 7 alsnog worden gedeporteerd. Van de in totaal 252 gedeporteerde Ossenaren overleven slechts 6 mensen de concentratiekampen en keren terug in Oss.

Bronnen:

1875 – Hartog Hartog start met varkensslachterij Hartogs Vleeschfabrieken

In 1875 begint Hartog Hartog met zijn vleesfabriek Hartogs Vleeschfabrieken, in de volksmond “d’n Hertog” genoemd. Later kwam er de ontwikkeling van onder andere margarine bij. Hartog zou later met Zwan (van de familie Zwanenburg) uitgroeien tot Unilever en onderdeel uit gaan maken van UNOX. 

1884 – Nathan van Zwanenberg start tweede industriële Osse slachterij

In 1884 vestigde Nathan van Zwanenberg zijn industriële slachterij en vleesverwerkingsbedrijf Zwanenberg in Oss. Het groeide snel uit tot een grote concurrent van Hartog, en zou later met dat bedrijf samensmelten tot Unliver en UNOX . 

1894 – Hartog en Zwanenberg worden buren

De fabrieken van Hartog en Zwanenberg verhuizen beiden naar het terrein De Rooijen, vlakbij het spoor. De concurrentie werd nu nog feller aangezien ze nu directe buren waren. 

1923 – Saal van Zwanenberg sticht Organon als zusterbedrijf van Zwanenberg

Saal van Zwanenberg start naast de vleesfabriek met het zusterbedrijf Organon, dat  insuline onttrok uit de alvleesklieren van de geslachte varkens. Voorheen werd dat nog als slachtafval beschouwd.