Onze diaconie richt zich met name op het ondersteunen van mensen en gezinnen in armoede. Dat is een groot probleem. In onze regio alleen al zijn er 9.000 kinderen van 4 tot 18 jaar die moeten opgroeien in gezinnen met een inkomen dat lager is dan 120% van de bijstandsnorm. Gemeten naar besteedbaar inkomen  dan wordt het beeld helemaal treurig gezien de grote schuldenlasten van velen.

Wie treft armoede in Nederland?

Het betreft in meerderheid gezinnen waar met werken de kost wordt verdiend. Het het aantal gezinnen van uitkeringsgerechtigden is zwaar in de minderheid. Voor een heleboel van hen geldt dat ze de druk tot kopen niet kunnen weerstaan, waarmee ze als consumenten voortdurend worden belaagd. Sommigen van hen kunnen niet goed genoeg met geld om gaan, en willen te veel en te vaak. We vinden allemaal dat we minstens een gemiddeld welvaartspakket verdienen en onze kinderen moeten niet uit de toon vallen en ook kunnen mee doen met mode en mobieltjes. We hebben een beetje het gevoel gekregen dat we allemaal recht hebben op welvaart.

Oorsprong diaconale taken

We hebben als kerk een rijke geschiedenis als het gaat om onze diaconale taken. We kennen allemaal nog wel de Vincentiusvereniging of de parochiële diaconie. Toen de bijstandswet werd ingevoerd leken deze diaconale taken door de overheid te worden overgenomen. Maar al snel werd duidelijk dat er gaten gingen vallen. Daarom gingen Vincentiusverenigingen zich aanbieden als schuldhulpmaatje, voor zorg aan dak- en thuislozen, als instantie voor bijzondere bijstand. Maar uit dezelfde vereniging ontstaat ook de Stichting Leergeld, die zich tot taak stelt dat alle kinderen met leeftijdgenoten moeten kunnen mee doen op school en in vrije tijd ongeacht het inkomen van hun ouders of verzorgers. De rij helpers en ondersteuners is veel groter: Stichting Jeugdsportfonds (JSF), de Stichting Jeugdcultuurfonds (JCF), KITZTAS, Stichting Nationaal Fonds Kinderhulp, Stichting Jarige Job en Interkerkelijke Noodfondsen al of niet in samenwerking met scholen en jeugdhulpinstellingen.

Allemaal bemensd door onbetaalde vrijwilligers. Niet alleen uit de kerken maar vaak wel door haar op de been gebracht. En om die vrijwilligers te faciliteren en aan geld te helpen om hen te kunnen laten helpen zijn er dan kerken en kloosters, Rotary en Lions, golfclubs, mensen of instanties die iets te vieren hebben, buurtverenigingen en personeelsverenigingen die allerlei acties op zetten die inkomsten genereren. En de overheid zorgt voor een gedegen financieel fundament zodat er altijd geholpen kan worden.

Wat al die helpende handen dan te bieden hebben?

Geen geld. Ze betalen alleen de rekening van aanschaffingen of diensten waar om gevraagd wordt dan kan het geld ook alleen daarvoor gebruikt worden. Voor een fiets om naar school te kunnen, lesmateriaal, een laptop als leermiddel, ouderbijdragen, bijdrage aan een schoolreisje, huiswerkbegeleiding, balletles of deelname aan een muziekvereniging, lidmaatschap sportclub of scouting, dansles, zwemles, een pakket om je verjaardag te kunnen vieren en om op school ook te kunnen trakteren, Sinterklaasfeest e.d.

Je zou zeggen dat het armoedeprobleem met zoveel helpende handen moet op te lossen zijn. Maar die helpende handen bereiken maar 1/3 van de doelgroep. Nog steeds schamen heel veel mensen zich voor hun armoede. Veel mensen laten bijvoorbeeld liever de huurschuld oplopen of kopen op de pof en proberen daarmee te voorkomen dat hun kinderen niet gelijkwaardig met leeftijdgenoten kunnen mee doen. Het geld is er, de helpende handen zijn er, maar te veel gezinnen worden door schade en schande geblokkeerd om daadwerkelijk hulp in te roepen. De kerken hebben als het hierover gaat nog voldoende moreel gezag om mensen in de benen te krijgen voor elkaar en een betere wereld.

Geloven doe je. Dat besef is bij heel veel mensen onverminderd blijven hangen!