(verschenen in het parochieblad jaargang 24, nummer 1)

Wat we aan 2018 hebben beleefd, ligt nog vers in ons geheugen, maar is voltooid verleden tijd. Ongetwijfeld is er reden om dankbaar terug te kijken, maar er zullen ook zaken zijn die we met een zucht achter ons laten. En dan blijven er nog genoeg zaken over die we met ons mee slepen het nieuwe jaar in. Zorg om gezondheid of de pijn van het ouder worden. Zorgen om kinderen of kleinkinderen. En er blijft genoeg te wensen over voor 2019. Een optimist is niet iemand die denkt dat alles goed zal gaan, maar iemand die weet dat niet alles fout zal gaan. En met zo’n optimisme ben ik het nieuwe jaar in gestapt.

De Duitse keizer kreeg lang geleden van zijn neef, de tsaar van Rusland, een kudde elanden ten geschenke. De keizer was daar erg gelukkig mee, want die diersoort was in zijn eigen rijk helemaal uitgestorven. Hij zorgde ervoor dat het de kudde aan niks ontbrak. Vredig graasde de kudde elanden in het beschermde en veilige reservaat. De keizer ging dagelijks tussen de bedrijven door naar de kudde kijken en genoot van de prachtige dieren. Maar op een dag bleef de kudde liggen en stond niet meer op. De keizer schrok zich rot en stuurde ijlings een bode naar Rusland met het verzoek iemand te sturen die kon vertellen waarom die mooie dieren zo vadsig en lui waren, niet meer in de benen te krijgen. Die deskundige had zijn diagnose voor die slome kudde gauw gesteld en zei: “Keizer, u hebt bijna overal voor gezorgd, die beesten hebben niks te wensen over. Maar u hebt iets over het hoofd gezien dat voor een mooie kudde van levensbelang is. U vergat de wolven.”

Als je de media mag geloven (en dat mag je denk ik in Nederland met een gerust hart doen) dan wordt onze wereld er niet mooier op. De manier waarop we omgaan met elkaar wordt er niet beschaafder op. Overal onrust en we gunnen elkaar het licht in de ogen niet. Ook op micro niveau – familie en buurt – spelen er vaak zaken om je zorgen over te maken. Maar we hebben wolven als “de Trumpen” in Amerika, Brazilië, Filipijnen, Afrika, Hongarije, Polen en in eigen land nodig om te weten wat we niet kwijt willen. Om te beschermen wat ons dierbaar is en om ons te weer te stellen tegen alles wat we niet willen.

Zeker we leven in een tijd waarin het adagium is “ieder voor zich en God voor ons allen” en “alles wat kan, mag”. De ander is tegenpartij, bedreiging en geen verrijking. Veel politieke leiders geven een voorbeeld waar we ons diep voor schamen, omdat zij zich nergens voor lijken te schamen. Daarom is het goed dat wij elkaar blijven vertellen en in onze leefomgeving blijven rondstrooien dat het op hun manier geen leven is. Dat er om ons heen aanstekelijke voorbeelden zijn aan te wijzen van barmhartige mensen. Dat wij met Kerstmis gevierd hebben dat God (de Liefde dus) ooit geboren is in een mens. Dat God in mensen een gezicht krijgt, in helpende handen, een luisterend oor, een arm om iemands schouder. Gods schepping is nog maar pas aan haar evolutie begonnen (want wat is nou die paar miljoen jaar in het licht van de eeuwigheid). Het zal nog even duren, voordat deze wereld niet meer om halen, hebben en houden draait, maar om het gegeven dat wij iets met elkaar hebben dat liefde heet. Misschien hebben we daar nog honderdduizend jaar voor nodig voor we dat enigszins gerealiseerd hebben. Maar we geven die droom niet op en gaan er in het nieuwe jaar weer fris tegenaan om er een gelukkig nieuwjaar van te maken voor ieder van ons. Zo bezien is het maar goed dat wij van de inbreng van wolven ook verzekerd kunnen zijn!                                                                               

Henk Peters, parochiebestuur 

Categorieën: Parochieberichten

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *