ODE AAN DE HOFFELIJKHEID

Kerstmis is in onze huidige cultuur vooral een gezins- en familiefeest geworden. Een feest van geborgenheid, van geschenken geven en geschenken ontvangen. Een feest van goed eten en drinken. Dat alles heeft zijn waarde, maar het heeft niet veel te maken met de christelijke inhoud van het Kerstfeest. Kern daarvan is immers dat God ons onvoorwaardelijk bemint; wij weten dat door de komst van Christus, de Immanuel, God – met ons. God wil met ons in verbinding staan. In Christus komt Hij ons rakelings nabij. De God van de Bijbel is een God die zich openbaart en ons aanspreekt. Hij vraagt om ons antwoord. Onze God is uit op communicatie met zijn mensen. Geroepen tot hoffelijkheid Wij leven in een snelle, digitale wereld vol communicatiemogelijkheden. Snelle communicatie met mensen over de hele wereld is mogelijk. Maar digitale communicatie is vaak anoniem. Niet zelden leidt dat tot een verruwing van omgangsvormen. Wij weten allemaal dat een deel van het internet een open riool vormt. Met iedere dag een stroom van vuilspuiterij, vol van discriminatie en beledigingen. Er zijn in ons vaderland vandaag de dag veel boze burgers. Mensen die, in een snel veranderende wereld, het gevoel hebben niet gezien en gehoord te worden. Verlies van perspectief heeft bij hen niet zelden geleid tot cynisme. Niet weinigen schieten in een slachtofferrol. En er zijn genoeg zondebokken te vinden om de onvrede op af te reageren. Vaak wordt er meer op de persoon dan op de bal gespeeld. Niet argumenteren maar schelden is dan het parool. Met afschuw denken wij terug aan de racistische spreekkoren en het geweld bij de intocht van Sint Nicolaas in Eindhoven en andere steden. Bij de Algemene Politieke Beschouwingen van afgelopen september liep het debat ook in de Tweede Kamer uit de hand.                               Het debat zat vol venijn. Kamervoorzitter Arib greep in na klachten van burgers. Een politiek commentator schreef over de verplatting en verwildering van de Haagse omgangsvormen. Het debat in de Kamer werd gekenmerkt door versimpeling en verharding. Schelden, het respectloos benaderen van mensen, is naar mijn overtuiging, niet onschuldig. Het heeft een negatieve invloed op het morele weefsel van de samenleving. Steeds fellere standpunten kunnen op den duur de samenleving ontwrichten. Maar dat is natuurlijk geen natuurverschijnsel dat wij maar moeten accepteren. Mensen kunnen ook voor andere omgangsvormen kiezen. Als bisschop van Groningen-Leeuwarden was ik jarenlang ambassadeur van compassie. De gemeente Groningen had twaalf min of meer bekende stadsbewoners voor die taak gevraagd. Compassie als gemeenschappelijke waarde in een uitermate pluriforme stad. In die tijd stond in Amsterdam een andere waarde centraal. Wethouder Andrée van Es had gekozen voor hoffelijkheid. Hoffelijkheid als bepalende waarde in de openbare ruimte. Een prachtig woord. Het klinkt misschien plechtig en misschien zelfs wat ouderwets, maar iedereen beseft dat hoffelijkheid in de omgang met elkaar het bestaan kan verrijken. Hoffelijkheid heeft alles te maken met voorzichtigheid, respect en wellevendheid. De filosoof Emmanuel Levinas spreekt over la petite bonté: de kleine goedheid. Voor Levinas heeft dat te maken met het appèl dat uitgaat van het kwetsbare aangezicht van de ander. Grofheid en lompheid zijn besmettelijk maar vriendelijkheid is dat evenzeer. De ene glimlach roept de andere op. Een kleine daad van goedheid vormt iets groots in het licht van het geloof. Ik zag hoe een oudere man bij een ticketautomaat op het treinstation door een jonge student werd geholpen. Een bescheiden gebaar maar met een diepe inhoud. Een vorm van hartelijkheid en hoffelijkheid. Recent kwam mij een prachtig gedicht van Sophia den Otter over een dementerende ouder onder ogen:

Als ik zo oud geworden ben

dat ik geen mens meer herken

en niet eens jouw naam meer weet

pak dan mijn hand heel even beet

en zeg me gedag

laat me voelen

dat je me mag.

Wellicht dat ik het gevoel herken

dat ik voor iemand, iemand ben.

Hoffelijkheid en menselijke waardigheid Vriendelijkheid en hoffelijkheid: la petite bonté. Het kleine goede van Levinas heeft voor een christen alles te maken met het besef dat wij door God gewild zijn. Juist die notie geeft ieder mens een waardigheid die in God is gefundeerd. Wie een ander schendt, schendt daarmee de Schepper. Juist dat besef kan mensen aanzetten tot hoffelijkheid. Binnen de katholieke gemeenschap bestaat vrijheid en ruimte voor verschillende vormen van geloofsbeleving. Als Christus ons met ons licht én donker heeft aanvaard, wie zijn wij dan dat wij elkaar niet van harte aanvaarden. Hoffelijkheid veronderstelt dienstbaarheid en nederigheid. Juist met het Kerstfeest vieren wij dat God zich in Christus klein en kwetsbaar heeft gemaakt. In Christus toont God zich als de nederige dienaar bij uitstek. Hoffelijkheid en onrecht Maar, zo denkt u misschien, kunnen verheven woorden over hoffelijkheid niet wat soft en week overkomen? Wij leven immers in een harde wereld met het nodige onrecht. Een wereld met talloze voorbeelden van liefdeloosheid. Is hoffelijkheid in die context niet het voorrecht van de gearriveerde mens? In situaties van onrecht is immers een ferm handelen noodzakelijk. Een handelen waardoor het onrecht ondubbelzinnig wordt benoemd. In januari van dit jaar hield ds. Rikko Voorberg de oecumenelezing in de Grote Kerk. Zijn lezing was prikkelend en ging over de creatieve kracht van woede. Naast destructieve woede bestaat er ook woede die mensen moed geeft om situaties ten goede te keren.                Ds. Voorberg had tijdens zijn lezing een aansprekend voorbeeld. Tijdens de vluchtelingencrisis van 2015 werd ergens in Nederland een huis van vluchtelingen bekogeld met verfbommen. De woede en verontwaardiging over dit gebeuren leidde via de sociale media tot een spontane actie: het inzamelen van geld voor bloemen voor de vluchtelingen. De volgende dag werd bij het huis van de vluchtelingen voor 800 euro bloemen bezorgd. Een zee van bloemen als antwoord op de verfbommen. Woede en verontwaardiging werden omgezet in een ludiek en menslievend handelen. Tussen een zee van bloemen konden de vluchtelingen van de schrik bekomen. Liefdeloosheid en onrecht moeten vanzelfsprekend scherp worden aangeklaagd en veroordeeld. Indirect werden degenen die de verfbommen hadden gegooid met de bloemenzee beschaamd en tot de orde geroepen. Waarheid en liefde horen bij elkaar, zo zegt Paulus. Niet voor niets vraagt de Apostel dat wij de waarheid spreken en doen in liefde. Dat geldt ook voor ons handelen over onrecht door anderen bedreven. Met de nodige inventiviteit en creativiteit kan een hoffelijk antwoord worden gegeven op onrecht. Tot slot Het Kerstfeest is aanstaande. Kerstboom en kerststal worden opgebouwd. Eten en drinken worden in huis gehaald. Hopelijk blijft er binnen deze context ruimte om Christus in uw leven te verwelkomen. De Geest van God wil ons bestaan openen voor Hem. Wat zou het goed zijn als wij Christus navolgen door een leven van dienstbaarheid, vergevingsgezindheid en naastenliefde. Een naastenliefde die zich concreet vertaalt in een hoffelijke omgang met de mensen die ons gegeven zijn. Ik wens u en al uw dierbaren een zalig, een gezegend Kerstfeest.

Mgr. dr. Gerard De Korte Bisschop van ’s-Hertogenbosch


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *