(verschenen in het parochieblad jaargang 25, nummer 7)

Als er iemand is die vroomheid en humor kan combineren, dan is dat wel Jan van Herwijnen. Hij is een zestig jaar koorzanger en organist. Wat hij in de vele kerken waar hij speelde zag en meemaakte, zette hij om in een mopje. Hij woonde in Wijchen, was organist en onderwijzer in Lithoijen, zijn vrouw Mien kwam uit Heesch. Vanuit Wijchen fietste hij voor de Hoogmis naar Lithoijen, van daaruit naar Heesch naar zijn Mien en vertrok ’s middags weer naar Lithoijen voor het Lof. Iedere zondag een tochtje van 60 kilometer. Vanaf de dag dat hij een baan kreeg in Oss, is Jan betrokken bij de paterskerk. Als koorzanger en als vervangend organist. Ruim 25 jaar begeleidde hij ook het Sterreboskoor. Zijn hoge leeftijd is voor hem geen reden om zicht tot op de dag van vandaag als cantor in te zetten. Het is wachten op: ken je het verhaal van die cantor…

Ook al komen de koren niet samen toch is een woord van dank op zijn plaats aan de cantors die zondags zingen. Daar moet op geoefend worden en John Blummel, organist, docent muziek en cultuurgeschiedenis, ingezonden brievenschrijver, commentator van stad en parochie, liefhebber van mooie Volvo’s enz. helpt hen met plezier. Als kleine jongen was John al bij het koor betrokken.
Het verhaal gaat dat zijn vader die organist was in de oude Paterskerk, op een zondagmorgen ziek was. Hij stuurde de twaalfjarige John naar de kerk om te zeggen dat hij niet kwam spelen.  John echter zei dat niet tegen de dirigent. Hij zei: “Vandaag kom ik spelen”. En hij is nooit meer weggegaan van koor, orgel en paterskerk tot op de dag van vandaag.


0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *