No feed items found.

( verschenen in het catecheseblad voor kinderen en ouders De  Weg: jaargang 1, nummer 4 )
de weg jrg1-nr 4.Download


1)De Krans. Wat je nodig hebt is een rieten kransje als basis, ijzerdraad en heel veel kerstgroen.  Leg een klein takje kerstgroen op de krans en wikkel er ijzerdraad omheen. Leg er weer een takje naast en wikkel verder. Zorg dat je ook groen langs de randen van de krans legt, niet alleen erbovenop (anders blijf je het riet zien) als je lang genoeg doorgaat, is je krans helemaal vol met kerstgroen.

2) De kaarsjes. De tweede stap is het bevestigen van vier dikke stompe kaarsjes. Om de kaarsen in de krans te steken, kun je een simpel trucje gebruiken. Knip twee stukjes ijzerdraad van ongeveer dezelfde lengte. Maak de uiteindes met een aansteker warm en steek ze onderin de kaars. Hou ze recht en vast tot het vet van de kaars weer gestold is. Herhaal dit voor alle vier de kaarsen. Nu kun je ze eenvoudig in de krans steken

3) Versieren. Als alle vier de kaarsen erin zitten, kun je gaan versieren. Een paars lint om de krans gewikkeld kan heel mooi zijn. Je kunt er ook al kleine kerstballetjes inhangen. Kastanjes en dennenappeltjes die je in het bos of op straat hebt opgeraapt staan ook mooi.

Categorieën: Parochieberichten