No feed items found.

Het is vandaag acht dagen geleden dat het feest van Godsgeboorte in mensen begon. In de Joodse traditie is het van oudsher gebruikelijk dat het pasgeboren kind na acht dagen besneden wordt. En in de tijd van het eerste testament kreeg het dan ook zijn naam.

Dat hoorden we ook zojuist in het evangelie verhaald: ´Nadat de acht dagen voorbij waren en men Hem moest besnijden, ontving Hij de naam Jezus, zoals Hij door de engel was genoemd voordat Hij in de moederschoot werd ontvangen.`

In het eerste testament lezen we bij de profeet Jesaja nog over een andere naam die aan het kindje wordt gegeven: ‘Zie, het meisje zal zwanger worden en een zoon ter wereld brengen, en zij zal Hem de naam Immanuël geven.’

Onze christelijke traditie ziet, i.t.t. de Joodse, in deze profetie van Jesaja de komst van Christus voorzegd. Het meisje staat dan voor Maria, en haar zoon Immanuel voor Jezus. De evangelist Matheus betrekt deze beide namen – Immanuel en Jezus – op elkaar, waar hij schrijft, dat Jozef in een droom van een engel hoort:

Jozef, zoon van David, wees niet bevreesd Maria tot u te nemen; Dit alles is geschied, opdat vervuld zou worden wat de Heer gesproken heeft door de profeet, die zegt: Zie, de maagd zal zwanger worden en een zoon ter wereld brengen, en men zal Hem de naam Immanuël geven.

Twee namen klinken in het tweede testament op voor dit pasgeboren kindje: één, komend uit een ver verleden: Immanuel –  de naam die mensen aan het kindje zullengeven; en één: Jesjoeah of Jezus welke vanaf nu klinkt, en hem van God uit gegeven wordt. Het eerste en het tweede testament worden zo in de naamgeving van dit kindje samengehouden.

Deze namen zijn belangrijk omwille van hun betekenis. De naam Immanuel betekent: ‘met ons is de Machtige’. Dit ‘met ons’ geeft de relatie aan van God met ons, en de relatie van ons met Hem. Want we kunnen deze relatie van twee kanten bezien. Namelijk: ‘God met ons’ van óns uit gezien, of: ‘God met ons’ van Hém uit gezien.

Dat geldt ook zo voor onze menselijke relaties. Waar twee mensen elkaar ontmoeten of samen leven, daar spelen altijd deze twee perspectieven: de een bekijkt en beleeft de relatie of ontmoeting zus, en de andere precies dezelfde relatie zo. Dat geeft vaak veel stof tot discussie of onenigheid. Wat we zien en beleven blijkt vaker haaks op elkaar te staan, en geeft dan allerlei verwarring of onenigheid. Zo is het ook met de naam Immanuel: ‘God is met ons.’

Deze naam Immanuel komen nog in onze tijd tegen:

  • kerkgenootschappen noemen zich zo, en ook kerken: bv. de Immanuelkerk;
  • maar ook stond deze naam op onze bankbiljetten, rijksdaalders en guldens, en tot op de dag van vandaag op de rand van ons 2-euromuntstuk (kijk u zo meteen maar eens bij de collecte);
  • het diende als een wachtwoord in tijde van oorlog;
  • maar het staat ook op koppelriemen en medailles van soldaten.

Hier wordt de naam Immanuel gezien en gebruikt vanuit óns perspectief. Hier wordt deze naam van God door ons toegeëigend. Hier wordt de betekenis van ‘God is met ons’ van ons uit ingevuld. God is dan, zachtjes uitgedrukt, in elk geval met óns, met degenen die zijn naam roepen in hun kerken of die ze op hun koppelriemen hebben staan.

Deze toe-eigening kan ontaarden in: God is enkelmet-ons. Dan vervormen we onze relatie met Hem tot een instrument voor ónze autonomie, óns succes, ónze militaire kracht, voor ónze economische welvaart, voor ónze suprematie. Dan is ‘God met ons’ enkel nuttig als Hij ons laat slagen in het leven.

Maar je kunt de naam Immanuel – ‘God-met-ons’ – ook bekijken van het perspectief van God uit. En dan komt de naam ‘Jesjoeah’ / Jezus in beeld. De naam Jezus betekent: Het is God die redt, God die bevrijdt. En niet wijzelf.

Maar dit perspectief, kijken van God uit naar zijn relatie met ons, dat is in ons concrete leven een stuk moeilijker. Want dan openbaart zich zijn Naam niet alleen in ons succes, in onze economische welvaart of macht, maar óók in onze zwakheid en in onze dwaasheid. En dat is in onze cultuur maar moeilijk te geloven.

Onze relatie met God ‘van Hem uitgezien’ tekent zich vooral af in ons menselijk tekort, in onze afhankelijkheid, en komt pas werkelijk aan het licht in onze toekeer naar Hem.

Precies zó heeft Jezus ons zijn relatie met zijn Vader voorgeleefd: Hij probeerde dagelijks te leven met zijn God van God uit, in een blindelings zichzelf toevertrouwen aan zijn Vader, in elke situatie van zijn leven. Zelfs op het kruis en in de dood vertrouwde Hij zich toe. Hij heeft zichzelf niet gered, zijn leven niet toegeëigend – hetgeen Hem de hoon en de spot opleverde van zijn medegelovigen.

Jezus spande zijn Vader niet voor zijn eigen karretje, maar liet zich dagelijks inspannen voor het karretje van God. Voor het koninkrijk van zijn Vader heeft Hij altijd geleefd, een koninkrijk dat alleen God zèlf op aarde kan en wil stichten. Gedurende heel zijn leven vertrouwde Jezus, wiens naam betekent: God redt en bevrijdt, erop, dat niet Hijzelf, maar dat zijn Vader zou werken – in Hem én in degene die Hij op zijn weg ontmoette.

Talloze malen wanneer Hij iemand geneest, doet Hij niet veelmeer dan zijn ogen op God richten, soms een biddend zuchten, een enkel gebaar, maar bijna altijd tegen de genezene zeggen: ‘Ga maar, je vertrouwen heeft je gered.’ Je vertrouwen in God heeft je gered.

En zijn leerlingen leerde Hij ook op die manier te kijken: ‘Al heb je maar het vertrouwen van een mosterdzaadje, dan zou niets je onmogelijk zijn.’ Ook hier gaat het niet om een vertrouwen in zichzelf maar in God, bij wie, i.t.t bij de mens, niets onmogelijk is.

Zo heeft dit pasgeboren kindje werkelijk zijn Naam geleefd: Jesjoeah – ‘God is het die redt, God is het die bevrijdt.’ Zo heeft Hij zich met zijn leven gegeven voor ons: Immanuel – ‘God is met ons’ van Hèm uit gezien.

Zo zegt Hij vandaag tot ieder van ons, die zeggen Hem na te willen volgen: Ga maar, je vertrouwen in mijn Vader, die ook jullieVader is, zal je redden en bevrijden van jezelf.

Zoals God eeuwen eerder ook tegen Mozes zei: Ga maar – mijn Naam is immers Jahwe: ‘Ik ben met je,’ en zo wil ik genoemd en herinnerd worden van generatie op generatie.

Laten wij Mozes en Jezus navolgen elke dag van een geheel nieuw jaar dat voor ons ligt, en waarin ‘God met ons’ met ons wil zijn – van Hem uit; om met ons zíjn weg te gaan, een onbekende weg, zijn nieuwe jaar in, zijn Koninkrijk der hemelen.

Een gezegend Nieuwjaar!


Pastor Leon Teubner

Pastor Leon Teubner

Pastoraal werker Leon Teubner is pastoraal werker bij onze parochie. Hij is tevens verbonden aan het wetenschappelijke Titus Brandsma Instituut in Nijmegen. Meer informatie »

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *