( voor kinderen, verschenen in De Weg: jrg1, nr3 )

Sint Maarten, Sint Maarten

de koeien hebben staarten

de meisjes hebben rokjes aan

daar komt Sinte Maarten aan.

Dit is een gek liedje. Op veel plaatsen zingen kinderen het op 11 november.
Dan gaan ze met een lampion met een kaars er in naar de huizen
om de mensen om snoep te vragen.
De bedoeling is dat mensen op Sint Maartensdag
iets aan arme kinderen geven.

Hoe komen ze erbij?   Nou, dat is het verhaal van Sint Maarten!

Maarten werd in het jaar 316 geboren in Hongarije
dat toen nog Pannonië heette.
Martinus is zijn Latijnse naam.
Zijn vader was officier in het Romeinse leger.
De Romeinen waren de baas over zowat heel de wereld van toen.
Als de vader soldaat was, dan werd de zoon het vaak ook.
Martinus ging naar Italië en kreeg daar een opleiding tot soldaat. 

In het leger waren enkele soldaten christen geworden.
In die tijd waren er nog maar heel weinig christenen.
Martinus hoorde hen over Jezus Christus praten en zei :
“Ik wil ook wel christen worden”.  
Na een lange voorbereiding werd hij gedoopt.
Hij wilde Jezus navolgen en doen wat Jezus deed.

Op een strenge winterdag wordt Martinus naar Amiens gestuurd,
een stad in Noord Frankrijk.  
De winter was veel strenger dan gewoonlijk.
Vele mensen stierven van de kou.
Onderweg kwam hij veel mensen tegen die leden onder de strenge kou.
Alle kleren die hij kon missen, gaf hij weg.
Zo bereikte hij de stadspoort van Amiens.
Hij had alleen nog maar zijn soldatenmantel en zijn wapens.
In de poort zat een bedelaar, die helemaal geen kleren aanhad.
Martinus zag hoe hij de voorbijgangers smeekte om hem te helpen
en medelijden met hem te hebben.
Maar ze liepen hem allemaal voorbij.
Martinus begreep dat hij iets moest doen. Maar wat?
Hij had immers alles al weggegeven.
Toen trok hij zijn zwaard en sneed zijn mantel middendoor.
Hij gaf de bedelaar de ene helft.
De rest sloeg hij zelf weer om zijn schouders.
Er waren omstanders die Martinus uitlachten,
omdat hij er in die halve mantel belachelijk uitzag.
Maar anderen schaamden zich, omdat zij veel meer hadden dan die soldaat,
en toch de bedelaar niet geholpen hadden.

’s Nachts toen de mensen sliepen, had Martinus een droom.
Hij zag Christus vóór zich staan,
nogal raar gekleed met een halve mantel om. 
Christus zei tegen Martinus: ‘Bekijk me eens goed.’
Toen zag Martinus, dat Christus het stuk mantel droeg
dat hij aan de bedelaar had gegeven.
En hij hoorde Hem tegen de engelen zeggen:
” Martinus heeft nog maar pas van mij gehoord; maar toen ik naakt was, heeft hij Mij meteen gekleed.
‘Zo blijkt het waar te zijn wat Jezus over zichzelf vertelt:
‘Wat je aan de minste van de mensen doet, dat doe je aan Mij!’

Rijke mensen die met armen delen.
Daarom gaan de kinderen met een zak of een mandje langs de deuren, zingen een lied en vragen om wat snoep.

Hier woont een rijk man,
Die veel geven kan.
God zal hem lonen,
Met honderdduizend kronen,
Met honderdduizend lichtjes aan,
Hier komt Sint Martinus aan.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *