Een van de kenmerken van de kerk is dat wij één gemeenschap zijn van levenden en van doden. De doden leven voort in de harten en hoofden en in de handelingen van de levenden. De levenden leven reeds in de hemel, doordat de doden ons kennen, weet hebben van wie wij zijn, hun herinneringen aan ons hebben meegenomen naar het hemels vaderhuis.  Door hen zijn ook wij  als aardse mensen al een stukje in de hemel. 

Op Allerheiligen vieren wij onze dankbaarheid en blijheid om hen; op Allerzielen ervaren we de pijn van het gemis. De heiligen die in de hemel zijn wenken ons en houden ons in het spoor Jezus achterna; de doden gedenken wij, omdat hun levensweg ons nog steeds kan inspireren, zoals zij een goed mens te zijn. Dat wij onze doden missen is heel goed. Daardoor blijft de herinnering aan hen bestaan. Het missen van hen duidt op hun betekenis voor ons leven nu. Het samen vieren van deze gedenkdagen relativeert ook de  dood. De dood is geen absoluut einde, geen val in het donkere niets, geen verdwijnen in de leegte. Dood is doorgaan naar nieuw leven, opgetild worden door Gods handen, als zuster en broeder gegroet worden door Jezus, voltooid worden door de Geest die Levendmaker heet. Wie gelooft en vertrouwt heeft eeuwig leven. Nu al en in eeuwigheid.

Pastor Tom Buitendijk 


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *