Nieuws, mededelingen en berichten van pastoraat, bestuur en de werkvelden

OECUMENISCHE GESPREKSMAALTIJD:

wat is heilig voor jou?”

Dit jaar hebben we ervoor gekozen om met ons oecumenisch programma aan te sluiten bij het thema van de PKN: ‘Aan tafel: Van de Maaltijd van de Heer naar de tafel van verbinding’

Zoek met ons naar een nieuwe manier van kerk-zijn

Graag willen we dit jaar letterlijk met elkaar aan tafel gaan, elkaar ontmoeten tijdens een maaltijd en tot dieper gesprek komen over verschillende thema’s.

De eerste maaltijd staat gepland voor komende donderdag, 17 november om 17u in de st. Jozefkerk. We willen met elkaar in gesprek over heiligheid. Het is een oud woord dat wellicht wat weerstand oproept. Wat verstaan we onder heiligheid? En wat is jou heilig? 

Met dit thema hopen we elkaar te ontmoeten, tot gesprek te komen, en natuurlijk een gezellige avond met elkaar te hebben.

Om tegemoet te komen in de kosten vragen we om een vrijwillige financiele bijdrage voor deze avond.

Als u bij deze gespreksmaaltijd aanwezig wilt zijn: geeft u zich dan op voor 16 november door een mail te sturen naar: oecumenischprogramma@outlook.com

Willibrord, patroon van onze stad Oss en van de Nederlandse Kerkprovincie.

Willibrord

Willibrord werd geboren in het Engelse koninkrijk Northumbrië in het midden van de 7de eeuw.

Zijn vader vertrouwde hem al heel jong toe aan een klooster waar hij zelf ook intrad, vermoedelijk na het verlies van zijn vrouw.

Op zijn 20ste verhuisde Willibrord naar een klooster in Ierland.

Daar was hij getuige van verschillende overzeese missies naar Frisia, een rijk dat zich uitstrekte van het Zwin nabij Brugge tot aan de monding van de Wezer in Duitsland. Al die missies mislukten.

Geen eitjes die heidense Friezen! De heilige Egbert was abt van het klooster Rathmelsigi en hij zag het verlangen van Willibrord en anderen om ‘in den vreemde het evangelie te verkondigen.

Zij wilden het Licht van Christus brengen aan volken die in het duister van het heidendom verbleven. Willibrord zag zo’n avontuur wel zitten.

Maar hij ging iets pragmatischer te werk dan zijn voorgangers. Hij zorgde eerst voor een volmacht van de nieuwe Frankische bewindvoerder Pepijn van Herstal.

Die had net Frisia veroverd en vond een nieuwe godsdienst wel passen in zijn politiek. In 690 waagde Willibrord de oversteek, samen met 11 of 12 gezellen. Historici en de traditie zijn het er niet helemaal over eens waar ze precies voet aan wal zetten. In ieder geval begon voor Willibrord een rusteloos leven in dienst van de verspreiding van het Evangelie. Reizend tussen Utrecht, Antwerpen en Echternach waar hij een abdij stichtte. Hij ging ook twee keer naar Rome om zich van een pauselijk mandaat te voorzien.

De paus maakte hem aartsbisschop van de Friezen. Let op de benaming. Niet aartsbisschop van Utrecht, wat toen nog een onbeduidend plaatsje was. Maar aartsbisschop van het hele Friese rijk. Dat paste goed in de politiek van Pepijn. Willibrord was de oprichter en bouwer van veel kerken en kloosters. Maar niet alles ging hem voor de wind. Zijn missie naar Denemarken liep op een sisser af. En na de dood van Pepijn brak er oorlog uit.

De Friese koning Radboud heroverde Utrecht: kerken en kloosters werden geplunderd en priesters een kopje kleiner gemaakt. Willibrord trok zich tijdelijk terug in de abdij van Echternach en verkondigde in de Zeeuwse en Brabantse contreien. Later kon hij alles moeizaam weer opbouwen. Toen hij op 80-jarige leeftijd stierf, werd hij op eigen verzoek begraven in zijn geliefde abdij.

Daar vind je tot op vandaag zijn graf in de crypte onder het altaar. Omwille van zijn missionering in de Lage Landen werd Willibrord patroonheilige van de Nederlandse kerkprovincie. Toen paus Sergius Willibrord tot bisschop wijdde gaf hij hem een nieuwe naam: Clemens, de zachtmoedige. Aan de Willibrordusweg vinden aan klein monument dat gebouwd is over een bron of put. Met dat bronwater heeft Willibrord de eerste bekeerde Ossenaren gedoopt. Het restaurant heeft heel lang “t Putje” geheten. De huidige eigenren hebben het net als paus Sergius een nieuwe naam gegeven: Restaurant Clemens.

1942 — Titus Brandsma wordt gevangen genomen en naar het “Oranje Hotel” in Scheveningen gebracht

Op 20 januari wordt Titus Brandsma opgepakt door de Duitsers en gevangen gezet in het Oranjehotel in Scheveningen. Dat was in de Tweede Wereldoorlog een (Duitse) gevangenis waar Nederlanders die zich tegen de Duitse bezetter verzetten werden verhoord en (meestal) berecht. Voor de meeste gevangenen duurde de gevangenschap daar niet lang. Vaak werd berechtiging gevolgd door verdere gevangenschap in Duitsland. Of tot executie in de duinen op de Waalsdorpervlakte. Naar schatting hebben 25.000 Nederlanders in Scheveningen gevangen gezeten, en zijn er in de duinen bij Den Haag 250 vermoord.

De dag ervoor, op 19 januari 1942, werd hij in zijn klooster aan de Doddendaal te Nijmegen gearresteerd. Hij was net terug van zijn rondreis langs de kranten en overlegde op dat moment met zijn vriend Gerard Bodewes, tevens de directeur van dagblad De Gelderlander, over  de voortgang van het verzet. Ook wilde hij het advies van Titus Brandsma over de benoeming van een nieuwe hoofdredacteur bij zijn krant, waarbij hij vanuit Den Haag onder zware druk werd gezet een NSB’er te benoemen. Uiteindelijk zou Bodewes zijn laatste krant op 14 maart 1942 uitbrengen.

Joan Hemels kwam in zijn recent uitgebrachte boek met de verklaring dat de zoon van een Eindhovense hoofdredacteur aan de Duitsers heeft verraden op welke tijdstippen Brandsma op verschillende locaties zou zijn. De vader heeft de Nijmeegse prior gewaarschuwd, waarop Brandsma vervolgens een aantal dagen uit voorzorg niet is verschenen op zijn woonadres. Prior Verhallen had telefonisch na een paar dagen aan Titus laten weten “dat in Nijmegen de kust veilig was en dat hij best terug kon keren”.

Twee agenten van de Duitse Sicherheitspolizei (SD) voerden hem weg en brachten hem over naar de Koepelgevangenis in Arnhem. Van daaruit werd hij op 20 januari 1942 overgebracht naar het beruchte “Oranjehotel” in Den Haag en in cel 577 opgesloten. Hij verblijft daar zeven weken en wordt herhaaldelijk verhoord door SD-Hauptscharführer Hardegen. Deze gebruikt daarbij een geheim stuk uit Berlijn  waarin Titus Brandsma wordt genoemd als de jarenlange leidende man van perscampagnes tegen het nationaal-socialisme.

Foto van (de replica) van cel 577 van het Oranjehotel in Scheveningen, waar Titus Brandsma in 1942 gevangen werd gezet

Op de derde dag in Scheveningen moet Brandsma een schriftelijke verklaring opstellen waarin hij dient aan te geven waarom het Nederlandse volk en met name het katholieke deel daarvan zich verzette tegen de NSB. Hij stelt dat de NSB een anti-nationaal karakter heeft dat op geen enkele manier aansluit bij de historische ontwikkeling van Nederland. En in de samenleving geen enkele aansluiting tussen de NSB en bestaande sociaal-culturele organisaties bestond, en ook niet met de geldende normen en waarden. Hij stelt dat de NSB in heel haar wezen een vreemde eend in de bijt was. Als tweede argument voert hij aan dat iedereen inzag dat de leiders van de NSB in verregaande mate onbekwaam en ongeschikt waren om leiding te geven. De afhankelijkheid van de NSB van de Duitsers onderstreept dat, zo stel hij, en is bovendien voor het besef van nationale eigenwaarde van de Nederlanders.

Uit de verhoren concludeert Hardegen dat duidelijk is dat aartsbisschop de Jong en Titus Brandsma de drijvende krachten zijn achter de sabotageplannen tegen het Duitse streven de Nederlandse bevolking via de pers in nationaalsocialistische richting te krijgen. In een latere verklaring gaf Hardegen aan welke andere overweging een belangrijke rol speelde:

“De deutschfeindliche houding van pater Brandsma is van oude datum. Hij heeft tegen de Jodenpolitiek geschreven, zeer krasse uitdrukkingen gebruikt; hij heeft een militant anti-nationaal-socialistisch standpunt; ja, hij is principieel anti-nationaal-socialist en laat dat overal blijken, onder professoren, als voorzitter van de scholen, etc”.

Voor Hardegen was de conclusie dan ook volstrekt logisch en duidelijk, namelijk dat:

“…het gewettigd lijkt professor Brandsma gedurende lange tijd in verzekerde bewaring te stellen.”

Titus Brandsma zat hier gevangen voor verhoor van 20 januari tot 12 maart 1942. Van hier werd hij overgebracht naar Kamp Amersfoort. Hierna werd hij opnieuw naar Scheveningen gebracht voor verder verhoor, van 28 april tot 16 mei 1942. Van Scheveningen werd hij direct verder gebracht naar de gevangenis van Kleve, Duitsland.

Titus wekt de indruk zijn eerste verblijf in de gevangenis als een rustpunt te beschouwen, wanneer hij op 12-13 februari 1942 schrijft:

O, Jezus als ik U aanschouw,
Dan leeft weer dat ik van U hou,
En dat ook uw hart mij bemint,
Nog wel als uw bijzondre vriend.

 

Al vraagt mij dat meer lijdensmoed,
Och, alle lijden is mij goed,
Omdat ik daardoor U gelijk,
En dit de weg is naar uw Rijk.

 

Ik ben gelukkig in mijn leed,
Omdat ik het geen leed meer weet,
Maar ‘t alleruitverkorenst lot,
Dat mij vereent met U, o God.

 

O, laat mij hier maar stil alleen,
Het kil en koud zijn om mij heen,
En laat geen mensen bij mij toe:
‘t Alleen zijn word ik hier niet moe.

 

Want Gij, o Jezus, zijt bij mij,
Ik was U nimmer zo nabij.
Blijf bij, bij mij, Jezus zoet,
Uw bijzijn maakt mij alles goed.

Bronnen:

1840 – Koning Willem II heft verbod op uitbreiding katholieke ordes op; Karmelieten blazen Boxmeer nieuw leven in

In 1840 heft koning Willem II het verbod op om nieuwe leerlingen (novicen) aan te nemen bij katholieke kloosters. Dat verbod goldt al sinds de Franse bezetting van Nederland door Napoleon Bonaparte en was door Willem I, de vader van de koning in daarna in standgehouden.

Op dat moment telt het Boxmeerse karmelietenklooster nog maar drie paters. Maar meteen na de opheffen van het verbod melden zich nieuwe leden, en worden nieuwe kloosters gesticht, waaronder die in Zenderen in 1855 en in Oss in 1890. Die groei zal uiteindelijk aanhouden tot in de jaren 1960.

Vanouds combineert de orde actief en contemplatief leven. De nieuwe kloosters zijn gekoppeld zijn aan categoriale en parochiële zielzorg en/of middelbaar onderwijs. De eigen opleiding en de wetenschappelijke vorming krijgen meer aandacht. De Karmel wordt steeds actiever en verwerft zich een plaats binnen katholiek Nederland. Nederlandse karmelieten droegen uiteindelijke bij aan de opbouw van de orde in Europa en elders. Zij (her)stichtten provincies in Duitsland, Brazilië, Indonesië en de Filippijnen.

Bronnen:

1842 – Joannes Zwijsen wordt bisschop zonder bisdom

Joannes Zwijsen wordt geboren op 28 augustus 1794 in Kerkdriel als eerste van 10 kinderen van een molenaarsgezin. De molenaar had van zijn vorige gestorven vrouw ook drie kinderen. Het is de periode van de Bataafse Republiek en het Franse keizerrijk, toen er nog geen Nederlandse bisdommen waren en er tussen de Hollanders en Fransen volop in Noord-Brabant gevochten werd.

Op z’n twaalde moet hij naar de Franse School in Reek, een kostschool die een soort voorloper van het vmbo was. Hij loopt daar twee keer weg, maar wordt telkens door zijn vader teruggebracht. Dan volgt hij het traject dat tot priesterwijding moet leiden en in die tijd gebruikelijk was; eerst naar de Latijnse School (voorloper van het gymnasium), in Uden van 1808 tot 1810 en daarna in Helmond van 1810 tot 1813, en hij gaat studeren van 1813 tot 1817 aan het grootseminarie van Herlaer in Sint-Michielsgestel.

Zijn werk als pastoor begin hij in de parochie van ‘t Heike (de Sint-Dionysiusparochie) in Tilburg. Daarna wordt hij kapelaan in Schijndel, en in 1828 pastoor in Best. Daar laat hij zien naast zachtmoedig inderdaad ook ‘sterk’ op te kunnen treden toen hij de discipline bij het kerkkoor streng aanpakte.

In 1829 houdt hij op eigen initiatief een toespraak voor koning Willem II die hem daardoor in zijn koets uitnodigt. Dat levert een bijzondere en nauwe vriendschap op die duurt tot het overlijden van de koning in 1849. De vriendschap zal grote gevolgen hebben voor de positie en acceptatie van de katholieke kerk in Nederland, en van die voor het (protestantse) koningshuis in (katholiek) Brabant. Zo bereiden de twee samen met Thorbecke de  scheiding tussen kerk en staat in de Grondwet voor.

In 1832 wordt Zwijsen pastoor van ‘t Heike, waar veel arme textielarbeiders wonen. Meer nog dan in Best wordt Zwijsen in Tilburg getroffen door de armzalige omstandigheden van de bevolking. Ze hebben amper onderwijsvoorzieningen, en van armenzorg of verpleging was geen sprake. Hij zoekt naar een manier om dat te verbeteren en sticht daarim in 1832 de congregatie van de Zusters van Onze Lieve Vrouw van Barmhartigheid stichtte, ook wel de Zusters van Liefde genoemd. Hij schrijft daarover:

“Ik had niets anders op het oog dan het oprichten eener school, waarin de arme kinderen zouden onderwezen worden in lezen, schrijven, naaien en breien.”

Dat lukte en de congregatie groeit enorm; toen hij in 1877 overleed, waren er vestigingen op 76 plaatsen in binnen- en buitenland op de gebieden van onderwijs, ziekenverzorging, bejaardenzorg en de zorg voor weeskinderen. Zo ook in Oss waar zij het ziekenhuis St. Anna oprichten (het latere Bernhoven), voor de ouderzorg het Sint Leonardus Gesticht (later Vita Nova, nu De Wellen van Brabant Zorg),  en het onderwijs (MMS Regina Mundi, het huidige Maasland College van OMO, de  huishoudschool mgr. Zwijsen, uiteindelijk onderdeel geworden van Het Hooghuis locatie Oss Zuid/Oss West van Stichting Carmelcollege). Bijzonder is dat hij aandacht bleef besteden aan de sociale nood, zonder te werken aan de oorzaak daarvan (TODO?).

Op 17 april 1842 ontvangt Joannes Zwijsen de titel bisschop. Maar omdat er in Nederland tot 1853 geen katholiek kerkelijk bestuur was toegestaan, werd hem een symbolische “missie”-bisdom toegekend; dat van Gerra, een andere naam voor Egypte. Bij zijn benoeming hoorde ook het recht van opvolging van de bisschop van het voorlopige bisdom Den Bosch.

In diezelfde periode sticht Zwijsen een congregatie van mannelijke religieuzen, speciaal gericht op de opvoeding en het onderwijs van achtergestelde kinderen. Net als de door hem gestichte zustercongregatie wijdde hij de broeders toe aan Onze Lieve Vrouw van de Barmhartigheid. De broedercongregatie werd bekend onder de naam Fraters van Tilburg.

Omdat hij heel goede contacten had met het voorlopige kerkelijke bestuur, koning Willem II en de Nederlandse minister van Katholieke Eredienst wordt hij in 1847 door de paus benoemd tot tijdelijke bestuurder van katholiek Nederland en daarmee de leidinggevende van alle tijdelijke bisschoppen.

Op 13 oktober 1851 overlijdt zijn voorganger monseigneur Den Dubbelden en wordt Joannes Zwijsen de bisschop van het voorlopige bisdom ‘s-Hertogenbosch (officieel: apostolische vicaris van ‘s-Hertogenbosch).

Met het concordaat dat paus Leo XII in 1827 met koning Willem I had gesloten, begonnen de plannen om de bisschoppelijk hiërarchie in Nederland te herstellen. Koning Willem II, die de katholieken goed gezind was, besloot de gesprekken met Rome hierover te intensiveren. Op 4 maart 1853 werd het herstel van de hiërarchie een feit met de pauselijke bul Ex qua die arcano. Daarmee werd het apostolisch vicariaat van ‘s-Hertogenbosch verheven tot bisdom. De apostolische administrator van dit nieuwe diocees werd Zwijsen. Hij werd geen diocesaan bisschop van Den Bosch, omdat de paus hem ook had benoemd tot hoofd van het nieuwe aartsbisdom Utrecht.

Aartsbisschop van Utrecht
Zwijsen was niet blij met zijn benoeming. Als het aan hem had gelegen dan was Utrecht geen aartsbisdom geworden maar ‘s-Hertogenbosch. De paus besliste anders en wees Zwijsen aan als metropoliet van Utrecht. Zwijsen gehoorzaamde. Op 21 april 1853 nam hij bezit van de aartsbisschoppelijke zetel. Zwijsen was daarbij niet zelf in Utrecht aanwezig. Hij vond het vanwege de politieke crisis die door het herstel van de kerkelijke hiërarchie was ontstaan, verstandiger zich te laten vertegenwoordigen door zijn secretaris. Op 7 november 1853 legde bisschop Joannes van Hooydonk van Breda namens de paus hem in grootseminarie Bovendonk te Hoeven het pallium op, het teken van metropolitane waardigheid en aanhankelijkheid aan de Heilige Stoel.

Huize Gerra
Zwijsen mocht zich van de regering niet in zijn residentiestad Utrecht vestigen. Hij liet daarom in Noord-Brabant een huis voor zichzelf bouwen. Het bevond zich tussen Den Bosch en Tilburg, bij het grootseminarie in Haaren. De woning noemde hij Huize Gerra, naar de naam van zijn titulair bisdom.

Krachtig bestuurder
Het aartsbisdom Utrecht omvatte de provincies Gelderland boven de Waal, Utrecht, Overijssel, Drenthe, Friesland en Groningen. Zwijsen nam de organisatie van het nieuwe aartsdiocees krachtig ter hand. Hij stichtte parochies en richtte dekenaten op. In 1857 richtte hij het aartsdiocesaan grootseminarie Rijsenburg op. Zwijsens biograaf Jan Peijnenburg (1996) schreef dat “hij tegenover zijn priesters strèng èn met veel begrip optrad”; “Inzake liturgie en vroomheid, met name als het gaat over de sacramenten van biecht en huwelijk, ontmoeten we een wettische man, soms zelfs op het scrupuleuze af.”

Mysterieuze moordaanslag
In de nacht van 14 op 15 juli 1863 vond in Huize Gerra een moordaanslag op de aartsbisschop plaats. Zwijsen werd badend in het bloed aangetroffen, met een kogel in zijn lichaam. Ook was er 5.000 gulden gestolen. De zaak is nooit opgelost. De aartsbisschop herstelde snel en vestigde zich voorlopig in het Fraterhuis in Tilburg. De aanslag is mogelijk de aanleiding geweest voor Zwijsens verhuizing naar Den Bosch. Op 14 maart 1864 kocht hij een herenhuis in de Peperstraat, dat nog steeds dienst doet als bisschoppelijk paleis.

Provinciaal Concilie
In 1865 presideerde aartsbisschop Zwijsen het Provinciaal Concilie, gehouden in de Sint-Janskathedraal in ‘s-Hertogenbosch. Dit concilie beoogde de strakke ordening van de Nederlandse kerkprovincie en de emancipatie van het katholieke volksdeel. De kerkelijke doctrine werd nauwelijks tot niet besproken. Veel aandacht werd er besteed aan de organisatie van de catechese.

Concilievader Vaticanum I
Als voorzitter van het Nederlandse episcopaat had Zwijsen grote invloed bij de bisschopsbenoemingen door de paus. Rome bezocht hij driemaal: in 1854 bij de afkondiging van het dogma van de Onbevlekte Ontvangenis, in 1862 toen hij regelde dat Andreas Schaepman zijn opvolger zou worden, en in 1870 bij het Eerste Vaticaans Concilie.

Bisschop van Den Bosch
Begin 1868 verzocht Zwijsen de paus hem te ontslaan van het zware ambt van aartsbisschop. Op 4 februari 1868 verleende Pius IX hem eervol ontslag als aartsbisschop van Utrecht; tegelijk benoemde de paus hem tot diocesaan bisschop van ‘s-Hertogenbosch, waarvan hij al sinds 1853 de administrator was. Hij droeg de titel aartsbisschop-bisschop. Tot het laatst toe heeft hij krachtig leiding gegeven aan het bestuur van zijn thuisbisdom.

Bronnen:

1840 – Oss heeft 690 huizen met 4.000 inwoners

In 1840 heeft de gemeente Oss 691 huizen met 4.000 inwoners. Om de ontwikkeling van de leefgebieden in de regio te zien, kunt u in de interactive topografische kaart hieronder de schuifbalk bewegen om te wisselen tussen die van 1840 en 2018.

[h5p id=”2″]

Volledig scherm

In 1840 is de verdeling van bewoners naar dorp/buurtschap naar aantal  huizen is als volgt:

Dorp/buurtschap Huizen Inwoners
Oss en buurtschap Heuvel 189 1.113
Buurtschap Schaijk 66 712
Achterschaijk 22 118
Horzak 13 60
Korenstraat 16 76
Molenstraat 74 374
Heesche Weg 12 53
Ruwaard 21 107
Kortvoort 20 91
Kruisstraat 29 151
Vlashoek 26 123
Boschstraat 46 222
Amsteleind 32 167
Vierhoekje 33 153
Heihoek 20 98
Ussen 22 118
Vlied 50 264

Terug naar de tijdlijn

Bronnen: