Het evangelieverhaal van vandaag is waarschijnlijk een van de bekendste uit het Nieuwe Testament. Ook mensen die niet kerkelijk zijn, kennen, hoewel niet het hele verhaal, de uitdrukking: de Barmhartige Samaritaan.

Maar wij die wel kerkelijk zijn, ook wij kennen het verhaal waarschijnlijk ook meestal maar half. Wij kennen allemaal  wel het middengedeelte, dat zich als een film voor onze ogen voltrekt:

“Iemand wordt overvallen en in elkaar geslagen, waarop twee kerkelijke mensen hem zwaargewond laten liggen, en een derde – een niet kerkelijke Samaritaan, een zgn. ‘ongelovige’ – zijn reis onderbreekt, de gewonde verzorgt, en hem aflevert op een betrouwbaar adres, waarnaar hij zijn weg weer verder vervolgd.”

Doch deze film die wij allen kennen, is slechts de helft van het verhaal. Het is maar een illustratie bij een antwoord, dat Jezus geeft aan een wetgeleerde, een gelovige naaste, toen die Hem vroeg:

Meester, wat moet ik doen om het eeuwig leven als erfdeel te ontvangen?’

Daarop laat Jezus de wetgeleerde zelf antwoorden:

‘Je zult de Heer je God liefhebben met heel je hart, met heel je ziel, met heel je kracht en verstand, en je naaste als jezelf.’

En als de wetgeleerde daarop weer aan Jezus vraagt: ‘Maar wie is dan mijn naaste?’, dan vertelt Jezus hem de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan.

Vandaag wil ik niet zozeer stilstaan bij de barmhartige Samaritaan, maar bij de eerste vraag van de wetgeleerde aan Jezus:

wat moet ik doen om het eeuwig leven als erfdeel te ontvangen?’

Deze vraag van de wetgeleerde bevat eigenlijk drie vragen. Ten eerste: wat is ‘eeuwig leven’? Ten tweede: wat is ‘als erfdeel ontvangen’? En ten derde: wat is hier ‘doen’?

Eeuwig leven betekent bij Jezus niet een ander leven ná dit leven op aarde. Eeuwig leven speelt zich voor Hem hier en nu af. ‘Bemin God, je naaste en jezelf, zegt Jezus met de wetgeleerde, en je leeft’. Eeuwig leven is voor Hem een andere manier van leven die je hier en nu al kunt verwerven:

namelijk door God, je naaste en jezelf meer en meer te gaan beminnen. Eeuwig leven is: hier en nu uit God gaan leven die Liefde is, en in God meer en meer je naaste leren liefhebben, alsook jezelf. Precies zo onvolmaakt als we zijn, jezelf en elkaar gaan beminnen, dat is bij Jezus het begin van eeuwig leven. Hij zegt:

‘Doe dat en je leeft.’

De tweede vraag betreft het erfdeel dat we ontvangen. Ons erfdeel vloeit voort uit het gegeven dat wij erfgenaam-zijn. Zoals kinderen de erfgenamen zijn van hun biologische ouders, zijn wij geestelijk gezien de erfgenamen van God onze Vader, die hier en nu in het verborgene met ons leeft.

Ons erfdeel is dus op de eerste plaats: dat wij allen zonen en dochters van God zijn. Dat betekent dat ons een grote schat gegeven is van God uit: namelijk dat wij allen van goddelijke afkomst zijn. Altijd al, hoe onvolmaakt ook.

Maar wat betekent dat concreet in ons dagdagelijkse leven? Daar komen wij alleen maar achter als wij deze schat vaak in ons leven herinneren en overwegen. Zo komen wij bij het derde punt: wat moeten wij doen.

Het is aan ons gegeven dat wij goddelijke zonen en dochters van God zijn. Dat is onze eeuwigdurende erfenis. Dagelijks het goddelijke in ons herinneren en overwegen als ons eeuwige erfdeel, zal stapje voor stapje ons hart ontvankelijk maken voor Gods inwoning en zijn doorwerking in ons leven.

Wij zullen net als Maria zwanger worden van God, en Hem gaan baren in het concrete leven van alledag. Dat wil zeggen: God die liefde is zal door ons heen gaan stromen, naar buiten toe, naar onze naasten en in zijn schepping.

Wat moet ik doen om het eeuwige leven als erfdeel te ontvangen?

Niet zo heel veel dus. Vooral niet teveel zélf willen doen!

Het is vooral: ons herinneren en ontvankelijk worden voor Gods werkzame inwoning in ons. Het is vooral: Hem niet hinderen door op eigen kracht en kost wat kost onze eigen koninkrijkjes te stichten en te verdedigen. Ontvankelijk leven – elke dag een stapje verder. Liefde begint immers altijd met ontvankelijkheid: voor jezelf, voor de ander, voor de schepping.

Niet in een keer en volmaakt, maar rustig aan, stapje voor stapje. God, jezelf en de ander ‘er eerst maar eens te laten zijn’. Elkaar eerst maar eens het leven gunnen, en vervolgens elkaar niet misvormen naar onze eigen beelden en gelijkenissen.

Wat moet ik doen om het eeuwige leven als erfdeel te ontvangen?

Dat is de ander in ons leven ontvangen vanuit de liefde die God voor ieder van ons heeft. Dat is met Maria zeggen: ‘Hier mij’, wat kan ik voor je doen – jij die mij van God uit op mijn weg gegeven wordt?


Pastor Leon Teubner

Pastor Leon Teubner

Pastoraal werker Leon Teubner is pastoraal werker bij onze parochie. Hij is tevens verbonden aan het wetenschappelijke Titus Brandsma Instituut in Nijmegen.Meer informatie »

0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *