Het evangelieverhaal van de paasnacht is een heel bekend verhaal. Wij weten ook wat aan is voorafgegaan, en eveneens wat erop volgen zal. Het verhaal is zo beeldend en ons zo bekend, dat we mogelijk bepaalde details niet meer horen. En ook zitten we al vol met betekenissen van vroeger, zodat we er niet meer blanco naar kunnen luisteren.

Een derde moeilijkheid aan het verhaal is, dat het ons meerdere perspectieven aanreikt, meerdere brillen om er naar te kijken. Deze moeilijkheid is tegelijk een grote rijkdom. We kunnen het op verschillende manieren horen, en elke wijze heeft zijn eigen rijke betekenis.

De eerste manier van horen is een (heils)historische. Het verhaal is dan precies zo gebeurd zoals het er staat. We luisteren er dan naar als ‘buitenstaanders’, die luisteren naar een objectief feitenrelaas, zoals we dat in een krant zouden kunnen nalezen.

Zo kijkend, zien we Maria van Magdala samen met enkele andere vrouwen, al eersten bij het graf van de gestorven Jezus aankomen om er zijn dode lichaam te balsemen. Maar als zij het graf naderen, zo hoorden we, vonden zij de steen ervan weggerold. Doch zijn lichaam vonden zij niet. Zij raken daarbij geschokt en vol ontzag als twee goddelijke figuren hen vertellen, dat Jezus er niet meer is, maar is opgestaan, precies zoals Hij het hun eerder had voorzegd. Zij herinneren zich dan zijn woorden en gaan weg. Weer teruggekeerd, vertellen zij dit aan de andere leerlingen. Als Petrus dit hoort, staat hij op en rent naar het graf. Daarin ziet hij slechts nog de windselen liggen.En hij verwondert zich over wat geschiedt.

Voor ons wordt, als je zo kijkt, dít de betekenis van het verhaal: we mogen van Lucas aannemen dat Jezus door God uit de dood is opgestaan en dat Hij lééft. Opdat, zo getuigt Paulus in zijn brief aan de Romeinen, ook wij zullen verrijzen na onze dood en eeuwig zullen leven.

Als wij dus als gelovigen met deze bril kijken, dan wordt ons vandaag een geloofswaarheid aangereikt. Een dogma, dat wij mogen aannemen van buitenaf, namelijk uit de hand van de getuigenis van Lucas. En deze is wáár, want élke bril waarmee we kijken, onthuld aan de drager ervan zijn eigen inherente waarheid. Zo ook de (heils)historische lezing van dit verhaal.

Tegelijk levert dit feitenrelaas ons ook een andere bril aan. Dat is de bril van de ervaring die in het verhaal ligt opgesloten. De ervaringen van de vrouwen hier, willen ons helemaal geen buitenstaanders laten, maar willen ons deelgenoten van maken van het verhaal zelf. De ervaringen die de vrouwen hier meemaken, beogen ook ónze ervaringen wekken. Ervaringen van dood en verrijzenis in ons concrete leven.

Als we het verhaal met die bril op nog eens door ons heen laten gaan, dan merken we andere dingen op in het gebeuren. De vrouwen bij het graf, zo zegt de tekst, vinden de steen afgewenteld van het graf, en het graf binnengegaan zijnde, vinden zij het lichaam van de Heer Jezus niet.

De vrouwen vonden dus wat ze niet verwachten: een geopend leeg graf, en vonden niet wat zij er wél verwachtten: het lichaam van Jezus. En in hun ontzetting daarover breekt plotseling een goddelijk inzicht door:

Wat zoeken jullie de Levende bij de doden?

Wat een pijnlijk en schokkend geluk! Pijnlijk en schokkend is, dat zij vanuit een goddelijk inzicht ineens inzien dat zij Hem zochten waar Hij niet is: nl. bij de doden! Zij zochten God zoals je een lichaam zoekt, alsof Hij zintuiglijk waarneembaar zou zijn, een ’iets’ of ‘iemand’ die in een beeld of woord te vangen en tot een bezit gemaakt zou kunnen worden.

Wat een pijnlijk geluk dat God de vrouwen hier ontglipt! Hij die alles en allen als eeuwig uitstromende liefde op elkaar betrekt. Hemel en aarde betrekt Hij op elkaar, het land en de zee, en de planten en de dieren, en de mens op al wat is.

Wat een pijnlijk geluk dat God ook óns ontglipt! Pijnlijk, omdat we deze stroom van liefde enkel maar kunnen ontvangen, niet (be)grijpen – Hij die zich slechts in vrijheid schenken kan. Pijnlijk ook, omdat we God steeds reduceren tot iets geschapens, en zo een schepsel als afgod gaan aanbidden. Pijnlijk is het, om God, die eeuwig dynamische stroom van Liefde, zo te laten stollen en verstillen tot een eindig lichaam, dat je zoeken, balsemen en mummificeren kan.

Maar gelukkig dat God telkens ook ons weer ontstelt, door in ons leven zelf de graven te openen, waarin wij Hem, onszelf en onze naasten, in taal en beelden wikkelen en zo ongewild en ongemerkt doden. Gelukkig ontglipt Hij niet alleen de vrouwen in het verhaal, maar ook ons, en biedt Hij zó ook aan ons de kans, om te ontsnappen aan onze dichtgepleisterde graven.

Maar hoe dan?

Door net als de vrouwen in het verhaal de ontzettingen die óns onverwachts overkomen, niet uit eigen kracht proberen te ontvluchten, maar de inwerking ervan toe te laten en erbij te verstillen. De Heer zal immers voor u strijden, en gij zult stil zijn, hoorden we zojuist in de 1e lezing uit het boek Exodus.

We zullen net zolang in ontzetting en ontzag verstillen, tot God in dat stille graf dat wij dan zijn, tot spreken komt, en zijn bevrijdende stem ook tot ons klinkt:

Wat zoek je Mij toch bij de doden?

Laat Mij je bevrijden uit dat dodenrijk Egypte. Ga met Mij doorheen de dode zee, doorheen de woestenij van het leven. Laat je leiden door Mij, over wegen die niet jouw wegen zijn, langs paden die je niet kent, noch zou wensen te gaan. Ja, Ik zal mij over jou ontfermen, en je doen terugkeren tot Mij.

Ga het graf binnen wanneer God het voor je opent, en zoekt en roept Hem dan aan, zegt de profeet Jesaja, Want Hij wil dáár in ieder van ons opstaan, ons dáár zalven als zijn Zoon en ons verenigen met Hem en met elkaar, tot het één lichaam: het opgestane lichaam van Christus – zijn beminde, in wie Hij welbehagen heeft.hading


Pastor Leon Teubner

Pastor Leon Teubner

Pastoraal werker Leon Teubner is pastoraal werker bij onze parochie. Hij is tevens verbonden aan het wetenschappelijke Titus Brandsma Instituut in Nijmegen.Meer informatie »

0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *