Zie, heden is jullie een redder geboren, de Messias, de Heer. Je zult een kindje vinden in doeken gewikkeld

Heden, niet toen of ooit. We zijn niet op de verjaardag van een goddelijk kind, dat vandaag zijn 2019 jarig feestje viert.

Nee. Heden wil er iets gebeuren. En wel aan ons! Want een stem klinkt tot ons vanavond:

Zie, heden is aan jullie een redder geboren

Wie spreekt hier eigenlijk in het nu, in een eeuwig nu tegen ons? Het verhaal heeft het over een engel van God. Als zo’n engel ergens opduikt en spreekt, dan spreekt altijd God in hem zijn woord.

God spreekt hier tot herders en tot het hele volk, Ja, tot op heden, tot alle volken. En nu dus tot ons, spreekt God zijn woord:

  Zie, heden is aan jullie een redder geboren.

God zelf wil heden aan ons geboren worden, en wel als zijn Zoon, de Messias, zijn Gezalfde.

Aan ons wordt hier vanavond een redder geboren, God zelf – nu, en nu, en nu, … Aan ons. Niet toen en ooit in Bethlehem, maar hier en nu.

Is er iemand hier in de kerk die dit al ziet en wáár-neemt? Daarom wordt dit woord nog steeds elk jaar tot ons gesproken: Zie wat je nog niet ziet.

Zie – heden is aan jullie een redder geboren

opdat ons ooit een keer de schellen van de ogen vallen. Een groot profeet uit Amsterdam zei nog niet zo lang geleden:

Je ziet het pas als je het doorhebt!

Zo gezien is het zeer wel mogelijk dat nu, heden dus, aan ons een redder wordt geboren. Maar dat wij dat nog niet doorhebben en dat wij dat nog niet zien als voorwáár. En klinken er vanavond opnieuw die oude woorden die ons zeer wel bekend zijn, maar die we nog niet ervaren hier en nu:

Zie – heden is aan jullie een redder geboren.

Hoe komt het dat we dat niet doorhebben, dat we de geboorte van God aan ons niet zien, en zo niet het feest van zijn geboorte aan ons kunnen vieren? Misschien kan het beeld van dat kindje in die kribbe, ons helpen bij zijn geboorte aan ieder van ons. Waarom is het dat Hij zo klein en nederig aan ons verschijnt?

Misschien wel om als een voorbeeld voor ons te zijn, opdat wij hem zouden navolgen en dat ook zouden doen: onszelf weer pretentieloos en nederig maken als een pasgeboren mensenkind, onszelf weer terugbrengen tot wat wij zijn: een prachtig geschenk, gegeven uit Gods hand, aan onszelf en aan elkaar en aan zijn schepping, zomaar, om niet, als een pasgeboren kindje.

Misschien zien wij die God, die zich heden als een redder aan ons voltrekken wil, wel niet, omdat wij het nog niet doorhebben dat wij Hem hinderen in zijn geboorte aan ons, die tegelijk ook onze geboorte in Hem is.We hinderen omdat wij ongemerkt onszelf vaak veel te groot maken, omdat we vol zijn van eigen weten – van zeker weten; vol van eigen kracht en eigen macht en eigen wil, terwijl we nog veel kleiner zijn dan een atoomdeeltje in Gods heelal.

Wij zijn vaak niet als die mensenkinderen, die in Jezus’ ogen, met Hem Gods koninkrijk binnen kunnen gaan – hier en nu. Dat zijn geen naïeve kinderen maar volwassen gelovigen, die, net als Jozef en Maria, leeg zijn geworden van zichzelf, en zo ontvankelijk zijn voor de geboorte van God.

Meestal zijn wij niet leeg voor God en voor elkaar, doch veeleer vol van onszelf en bezet met onszelf. Niet omdat wij slecht zijn, onwillig of zondig, maar omdat wij het vaak niet doorhebben dat wij zo ik-gericht bezig zijn en daardoor Gods geboorte in ons hinderen.

We zien het vaak niet dat we ons eigen leven krampachtig in de hand houden. We hebben vaak niet door dat we God vergeten in onze dagelijkse beslommeringen om ons eigen wel en wee, en Hem buiten onszelf en ons concrete leven plaatsen. Hooguit is en een plekje voor Hem in een kribbetje, of bij onze dood.

We hebben vaak niet door dat we ons vergrijpen aan zijn schepping en aan zijn koninkrijk, door alles en iedereen als maakbaar te beschouwen, en elkaar te vervormen tot ons beeld en gelijkenis. Nogmaals, niet omdat we slecht zijn of van slechte wil. Maar veeleer omdat we Hem finaal over het hoofd zien, die gunnende eigenaar is van al wat is, die álles gratis aan ons schenkt en Zichzelf daarbij, terwijl wij dagelijks over Hem struikelen.

En toch blijft Hij trouw naar ieder van ons op zoek, om zijn vrede te schenken hier op aarde en daarmee zijn welbehagen vindt in ieder van ons.

Dat wij proberen om Hem vanaf heden minder te hinderen, door langzaamaan weer te worden wat wij ten diepste zijn: kinderen van God die samen zijn Koninkrijk binnengaan. Kom, laten wij heden toe dat Hij aan ons mens wordt. Laten wij toe dat Hij aan ons komen kan, tot in ons hart.

Laten wij ons klein maken voor Hem, zoals Hij zich voor ieder van ons heeft kleingemaakt. Om samen uit te gaan groeien tot zijn gestalte op aarde, tot zijn Zoon, zijn Gezalfde, Lichaam van Christus.

En zie – heden is ín ons een redder geboren

Vrede op aarde en in mensen zijn welbehagen.


Pastor Leon Teubner

Pastor Leon Teubner

Pastoraal werker Leon Teubner is pastoraal werker bij onze parochie. Hij is tevens verbonden aan het wetenschappelijke Titus Brandsma Instituut in Nijmegen.Meer informatie »

0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *