In de lezingen van vandaag worden we allen uitgenodigd om te gaan lijken op God zelf:

Wees heilig, want Ik, de HEER uw God, ben heilig’

Zo roept God tot ieder van ons in het boek Leviticus. En ook Jezus dringt bij ons aan:

Weest volmaakt, zoals jullie Vader volmaakt is.’

Is dat niet een beetje véél gevraagd: om zo heilig te zijn als God, en zo volmaakt als onze Vader te zijn? Vraagt dat niet om veel frustraties, iets te moeten zijn wat wij niet kunnen zijn? Wij zijn immers niet God, wij zijn maar mensen.

Wees heilig, want Ik, de HEER uw God, ben heilig’.

‘Heilig’ betekent: ‘door God te zijn uitgekozen’, ‘door God zelf in een relatie gebracht zijn met Hem.’ Het is dus God zelf die ons heilig maakt, Hij die de Heilige ís bij uitstek.

Wees heilig, want Ik, de HEER uw God, ben heilig’.

Gelukkig dat we dit niet op eigen kracht zouden moeten doen. We zouden immers volkomen overvraagd worden. Sterker nog: we zouden zelfs een grote zonde begaan door te denken en te proberen om zelf God te zijn.

Martin Buber, een belangrijke Joodse filosoof en geestelijk leider uit de vorige eeuw, heeft de uitnodiging uit het boek Leviticus als volgt vertaald:

‘Jullie zullen heilig worden, immers heilig ben ik, jullie God.’

Dat klinkt al weer heel anders. Dat wij ‘heilig worden’ wordt nu een mogelijkheid, die ons aangeboden wordt vanuit de enige Heilige: onze God. Alleen Hij kan ons maken tot wat Hijzelf is: heilig en volmaakt.

Die mogelijkheid nu biedt Hij ons dagelijks aan:

‘biedt geen weerstand aan het onrecht, geeft aan wie u vraagt, wendt u niet af als iemand van u lenen wil, bemint uw vijanden en bidt voor wie u vervolgen, … Kortom: Bemin uw naaste als uzelf!

Want dat is precies wat God bij ieder van ons doet: ons beminnen als zijn naasten. Bij God is ieder mens zijn beminde zoon of dochter. Dat hoorden we zojuist ook Jezus zeggen:

‘dat jullie allen kinderen moogt worden van uw Vader in de hemel, die immers de zon laat opgaan over slechten en goeden en die het laat regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen.’

Het is de liefde van God die aan al onze liefde voorafgaat, sterker nog: zijn liefde ís de bron van al onze liefde. Wij bezitten geen liefde van onszelf uit. Al ons beminnen ís Gods uitstromende liefde.

Wij zijn eerder weerstand die de liefdesstroom van God niet uit wil laten stromen, maar bewaren wil voor onszelf, vanuit een angstige behoefte naar geborgenheid en veiligheid.

Vanwege ons menselijk tekort zet Jezus dan ook laag in, door elders in de Schrift aan ons beminnen minimum en een maximum betekenis gegeven. Je naaste minimaal beminnen is:

Iets wat jij niet wilt dat jou geschiedt, doe dat ook een ander niet.

Dat biedt ons elke dag al voldoende mogelijkheden om onze naasten te beminnen als onszelf. Laagdrempeliger kan het niet: Doe aan een ander niet, wat jij niet wilt dat jou geschiedt!

Met deze dagelijkse oefening kan Gods liefde in ieder van ons aan het werk en zelfs gaan uitgroeien tot wat Jezus het maximaal beminnen van je naaste is. Dat is:

Al wat jij wilt dat jou geschiedt, doet dát dan ook aan die ander.

Dit klinkt alweer bijna alsof je dat op eigen kracht en ook altijd en in elke situatie zelf zou moeten doen. Nogmaals: dat is niet zo. Want het is God die de enige Heilige en Volmaakte is.

Gelukkig woont en werkt Hij in ieder van ons. En Hij doet niets liever dan dat. Het is slechts zaak om ons bewust te worden van zijn liefdevolle werkzaamheid in en door ons heen, en Hem daarbij minder en minder te hinderen; en Hem onbelemmerd te laten uitstromen naar elkaar en al wat is, via ons denken en spreken, ons doen en ons laten.

Dit betekent niet dat wij maar in een hoekje kunnen gaan zitten en maar afwachten wat er gebeuren gaat. Nee, dat betekent dat wij God de Bron laten zijn van al ons denken, spreken, doen en laten. Door ons (samen) steeds simpelweg op Hem te richten, en Hem actief en dagelijks uit te nodigen om ons tot een instrument te maken van zijn liefde. Of, zoals Franciscus ooit zei:

Heer, maak mij tot instrument van uw vrede.

Alleen zo, door Gods werkzame aanwezigheid in ons méér en méér te herkennen en niet te hinderen, zullen wij heilig en volmaakt wórden als onze Vader ís.

Dat herkennen en niet hinderen vraagt om bezinning, een oefening in anders leren kijken naar onszelf en naar elkaar, door samen de Schrift te lezen in het licht van ons eigen leven, door samen te reflecteren op onze omgang met elkaar en met de schepping vanuit het perspectief van Gods liefde.

Heilig en volmaakt zíjn wij om het te wórden, niet vanuit onze eigen kracht, maar vanuit zijn stille aanwezigheid.

Weest volmaakt, zoals jullie Vader volmaakt is.’

Dat wij deze uitnodiging in de 40-dagentijd met ons meedragen en ze overwegen, opdat deze daadwerkelijk in ons tot leven kan komen.


Pastor Leon Teubner

Pastor Leon Teubner

Pastoraal werker Leon Teubner is pastoraal werker bij onze parochie. Hij is tevens verbonden aan het wetenschappelijke Titus Brandsma Instituut in Nijmegen.Meer informatie »

0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *