Veertiende zondag door het jaar 7 juli  2019

“ Vrede en genezing “ 

Er zijn in Europa heel rare ridderorden. Koning Willem Alexander heeft enkele weken geleden de Orde van de Kousenband gekregen tijdens een heel oud Engels ritueel met mooie middeleeuwse kleding. De oudste Nederlandse ridderorde is de Orde van het Gulden Vlies. Ook al zo raar. Deze ridderorde stamt uit de Bourgondische tijd.  De jongste Nederlandse Orde is die van het theelepeltje.  Ik kan me voorstellen dat u er nooit van gehoord hebt.

De Orde is genoemd naar een verhaal van de Israëlische schrijver Amos Oz. Het verhaal gaat zo:  Er is een grote brand bij jou in de straat. Dan kun je drie dingen doen. 1)  Rennen voor je leven. En de mensen die niet zo snel kunnen rennen achter je laten.   2) Je organiseert een grote demonstratie op het stadsplein om branden te verbieden.   3) Je gaat naar binnen en pakt een emmer om te gaan blussen. En als je geen emmer hebt dan pak je een glas. En als je geen glas hebt dan pak je een theelepeltje. Soms is een theelepeltje water genoeg om een brand te blussen.

U begrijpt dat ‘de brand in de straat’ staat voor de vele wereldbranden die we nu kennen. Een van die branden heet migratie.  Het theelepeltje duidt erop dat iedereen iets kan doen al is het een druppel op een gloeiende plaat. Iedereen heeft wel een theelepeltje.   Deze ridderorde wordt uitgereikt aan Carola Rackete, de 31 jarige kapitein van het Sea Watch schip dat met vijftig bootvluchtelingen in nood de haven van Lampedusa binnen voer. Ze wist dat ze gearresteerd zou worden. Zij rekende op de integriteit van rechters voor vrijspraak. Humanitaire hulp gaat boven nationale wetgeving. Haar voorbeeld herinnert ons aan onze roeping tot menslievendheid.  In navolging van Jezus is Carola letterlijk een visser van mensen.  Dat een Nederlandse volksvertegenwoordiger oproept om het redden van mensen strafbaar te stellen, is een reden tot schaamte. We kunnen het er beter niet over hebben.

Jezus zendt zeventig leerlingen erop uit en geeft ze twee theelepeltjes mee.  Zeventig of twee en zeventig is het getal van alle volkeren der aarde volgens joodse rabbijnen. Zouden twee en zeventig leerlingen ooit alle volkeren kunnen bereiken? Neen, natuurlijk niet!  Ze trokken rond in Samaria waar de mensen toch al vijandig tegen joodse mensen waren. Ze waren op weg naar Jerusalem. De stad waarheen Jezus perse heen wilde om van zijn boodschap van Gods menslievendheid te getuigen.

Over Jerusalem worden mooie dingen gezegd in de lezing van de Jesaja.  Het is een van de weinige teksten in de Bijbel waar God als een moeder is.  “Jullie zullen gezoogd worden, gedragen op de arm, vertroeteld op de schoot” “Zoals een moeder haar kind troost, zo zal ik u, mijn volk, troosten”.  Naar Jeruzalem toe stroomt een rivier van vrede. In die stad heerst vreugde omdat God met haar is.

Maar als Jezus komt in Jerusalem wacht Hem een ander lot. In Jerusalem wordt Jezus tot de kruisdood veroordeeld. Hij wordt buiten de stad geworpen. De religieuzen en politieke overheden willen van Jezus af. God echter doet Hem verrijzen. Jeruzalem wordt de stad van waaruit het Rijk Gods zich zal verspreiden.

De leerlingen krijgen twee theelepeltjes mee. Het ene theelepeltje luidt: Vrede aan dit huis. Vrede is niet: we hebben geen ruzie.  Vrede is zeggen: ik hoop dat jij het goed maakt. Ik gun jou het goede. Als je mijn hulp nodig heb, dan ben ik er voor jou.  Vrede is niet: ik gun iedereen het goede als ze maar van mijn spullen afblijven, uit mijn land wegblijven, mijn waarden en normen respecteren en doen wat ik zeg.  Vrede is: ik gun iedereen het goede en als je iets van node hebt, dan wil ik kijken of ik je kan helpen. En als je niet meer in je land kunt leven, dan bieden wij jou gastvrijheid. En als je het moeilijk hebt met waarden en normen dan hebben wij geduld met jou. Ook wij hebben aan veel nieuwe dingen moeten wennen. Bovendien kunnen we van elkaar leren. Ik gun jou op jouw wijze medemens te zijn met mij. “Wie vriend wordt van een vluchteling, heeft een heel volk omarmd”.

Het andere theelepeltjes is: genees de zieken die er zijn.  Ziek zijn is op jezelf teruggeworpen worden, aan de rand van het leven komen te staan, in je geest verward raken en niet als medemens gezien worden. Je bènt een melaatse, een blinde, een doofstomme, een verwarde geest en je hoort niet meer in samenleving thuis. Daar protesteert Jezus tegen: niet de gezonden hebben ene geneesheer nodig, maar die zieken.  Onze samenleving kent veel ziekten: verblinding door geld en goed, het op afstand zetten van minderheden; doof blijven voor hulpgeroep; welvaartsziektes en verslavingen.   Het genezen van zieken begint met iemand te ontmoeten en in hem een mens te zien zoals jij bent. Genezing is een band van vriendschap en hartelijkheid met elkaar aangaan. Genezing is je open stellen voor een mens die een beroep op jou doet. Iemand kijkt je aan en vraagt: wees er voor mij. Genezing is: dan niet weglopen!  Genezen is Jezus navolgen in het ontmoeten van mensen.

Waar mensen vrede uit dragen en elkaar ontmoeten, daar groeit het Rijk van God, een nieuwe maatschappij. Iets van die nieuwe maatschappij wordt zichtbaar in deze Eucharistie waar wij van de Heer Jezus de opdracht tot vrede ontvangen en waarin wij Hem ontmoeten in het gebroken brood dat ons één maakt met Hem en met elkaar.

Straks bij het uiteen gaan, ieder naar zijn eigen leefomgeving, kunnen we getuigen: het Rijk Gods is nabij. Net als de zeventig leerlingen bereiken we niet alle volkeren. Maar ondertussen groeit het rijk Gods in mensen die theelepeltjes water gooien om wereldbranden te blussen. Wie in Jezus ‘geest leeft zal nooit kunnen zeggen: hier kunnen wij niets aan doen. Ieder mens kan zoals Hij ons voordeed, menslievend zijn.


Pastor Tom Buitendijk

Pastor Tom Buitendijk

Pastor Tom Buitendijk is pastor van onze parochie, vormt samen met pastoraal werker Leon Teubner het pastoraat, en is voorzitter van het parochiebestuur. Meer informatie en biografie »

0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *