Titus Brandsma, man van vrijmoedigheid en vrede

‘Tot jullie die naar mij luisteren zeg ik: heb je vijanden lief, wees goed voor wie je haten, zegen wie jullie vervloeken, bid voor wie jullie slecht behandelen.’

 

Met deze woorden, deze oproep, opent het Evangelie vandaag.  En daar blijft het niet bij, het gaat nog even door: over het op de wang geslagen worden, van je onderkleed beroofd worden, bestolen worden, en wat niet al. En steeds weer: keer de andere wang toe, eis niet terug, laat het over je kant gaan. Ja, en dan tot slot als klap op de vuurpijl: heb je vijanden lief. Is dat niet wat veel gevraagd?  Vandaag vieren we de gedachtenis van de patroonheilige van deze parochie, Titus Brandsma. Op 3 november 1985 werd hij zaligverklaard, als martelaar.

Wat is een martelaar? Een martelaar is een getuige, een getuige van de waarden van het geloof, getuige van de liefde van God. Een  martelaar is dus niet iemand die de dood zoekt. Absoluut niet!  Maar het is iemand die met zijn leven, door de manier waarop hij leeft, zijn geloof leeft, daar voor instaat en daar uitdrukking aan geeft, met hart en ziel, zelfs al kost hem dat zijn leven.  Het is een act van gelovende liefde. Van ultieme liefde dus. Zoals Christus, gehoorzaam was tot in de dood, aan de liefde van de Vader.

Titus Brandsma heeft zich verzet tegen het onrecht, onrecht dat zoveel mensen werd aangedaan en dat als propaganda verspreidt werd. Daar heeft hij zijn leven voor gegeven.  Hij heeft zich verzet tegen wat voor hem inging tegen het ultieme gebod van de liefde. Hij verzet zich, niet met geweld, maar met irenische middelen, met het woord.   Toch schrijft hij enkele jaren eerder: ‘ik weet wel dat er velen zijn die de prediking van berusting uit de tijd achten, die veeleer verzet en opstand prediken dan berusting. Maar wij leven nu eenmaal in een wereld waarin het leed niet te vermijden is’. Verzet en berusting, martelaar zijn en je vijanden lief hebben.

Hoe vallen al deze aspecten met elkaar te rijmen.  Hoe komen ze samen in één persoon, en wat kan dat voor ons betekenen. Titus die toch de patroonheilige van deze parochie is, dus ons tot voorbeeld, tot inspiratie gesteld is.  Maar dan zijn daar de woorden van Godfried Bomans, die nog college bij hem gelopen heeft. Bomans noemde hem:  ‘een man die onder ons, Nijmeegse studenten, bekend stond als de zwakste in het weerstreven van wat men hem vroeg en nochtans zijn leven gaf voor wat hij weigerde prijs te geven.’ Als hem iets gevraagd werd, kon hij niet weigeren. Maar hij weigerde zijn overtuiging, het gebod van de liefde prijs te geven. Verzet en berusting. Verzet tegen alles wat inging tegen het gebod van de liefde, berusting in dat wat het verzet hem bracht, de consequenties van zijn verzet.  Zijn innerlijke weerbaarheid kwam voor uit zijn godsverhouding. God, de dragende grond van zijn bestaan, zijn dragende grond door alles heen.  Een dragende Grond die mild, moedig en geestelijk weerbaar maakt als het er op aankomt. Een weerbaarheid die stand houdt. Een weerbaarheid die ook alleen tot waarheid kan worden in de uiterste omstandigheden.  Zoals bij Titus Brandsma.

Van overlevenden hebben we vele, vele getuigenissen hoezeer zij onder de indruk waren van ‘de stille, diepe natuur van deze vrome katholiek’.

Van Mierlo: ‘Professor Brandsma was fysiek zeer zwak, maar geestelijk een van de allersterksten. Hij stond psychisch volkomen boven zijn lichamelijk lijden. Zonder uitzondering hebben we allemaal veel van hem gehouden, vooral om zijn natuurlijke en beminnelijke omgang. Haat of afkeer kende hij niet, noch ongeduld of hardheid’.  iemand zei: ‘Het was alsof deze man in de vrije wereld was’.

 

Prof. Dr. Borst: ‘Professor Brandsma … interesseerde zich voor alle mogelijke problemen van de mensen en was niet in het minst onder de indruk van de terreur methoden, waarmee men ons daar geestelijk en lichamelijk klein probeerde te krijgen’. Titus komt in al deze getuigenissen naar voren als een vrij mens, iemand die niet gericht was op zichzelf, zich steeds inzet voor zijn mede gevangenen, ja zelfs vriendelijk is voor zijn beulen.  

 

Heinrich Rupieper, Duits priester, zelf al vanaf 1935 van de ene naar de andere gevangenis gesleept, en tegelijk met Titus in Dachau aangekomen getuigt over hem: Hij had zijn leven overgegeven in Gods hand. Haat kende hij niet. Ik heb mij er steeds over verwonderd dat pater Titus  zonder enige uiting van afschuw of innerlijk verdriet alles geduldig verdroeg. Hij bad heel veel de rozenkrans, op zijn vingers, en zei: ‘We moeten voor ze bidden’.  Zijn geduldig gedragen lijden zonder woorden maakte op zijn medegevangenen een diepe indruk. Hij verleende geestelijke bijstand aan anderen, sprak met hen, monterde hen op. Ook door het voorbeeld dat hij gaf monterde hij mensen op. Zijn innerlijke sterkte en moed waren buitengewoon, ook zijn volharding. Over zijn geduld heb ik al genoeg gezegd. Dat men zijn vijanden kan vergeven zoals hij deed, is werkelijk grootmoedig.  Uit al de getuigenissen die er zijn, en dat zijn er vele, blijkt steeds weer: het centrum van Titus leven is zijn Godsrelatie, het gebed, hij leefde uit de ene Bron, waar alle leven uit voortvloeit. Zijn verankering in God maakte Titus Brandsma mild tegenover anderen, maar waar nodig onverzettelijk.  

 

We hoorden vanmorgen deze woorden van het Evangelie: ‘Tot jullie die naar mij luisteren zeg ik: heb je vijanden lief, wees goed voor wie je haten, zegen wie jullie vervloeken, bid voor wie jullie slecht behandelen.’ We vroegen ons af: is dat niet wat veel gevraagd, is dat wel mogelijk? Titus laat zien dat het, uiteindelijk, mogelijk is. Het is mogelijk, ook in onze gewone dagelijkse levens, met vallen en opstaan. Het vraagt een steeds meer groeiend het bewustzijn dat God de Grond, de dragende Grond van ons bestaan is.  Met de woorden van Titus zelf: ‘ God is kenbaar in ons wezen, wij kunnen Hem zien en in zijn aanschouwing leven. En die aanschouwing zal zijn invloed niet missen op ons gedrag. Zij zal zich dan ook in onze werken openbaren.’ Om die weg te gaan, ieder op zijn / haar manier, steeds meer te groeien in dit besef. Dat het werkelijk tot ons doordringt dat God de dragende Grond van ons bestaan is, dan zal, zoals Titus zegt, dit ook in ons leven tot werkelijkheid worden, steeds meer. Hij zal zich in ons leven steeds meer openbaren, laten zien. Titus is ons op deze weg voorgegaan.   Bidden wij, dat onder de voorspraak van Titus Brandsma, ook in ons leven, Gods liefde steeds aan het licht mag komen.


Pastor Tom Buitendijk

Pastor Tom Buitendijk

Pastor Tom Buitendijk is pastor van onze parochie, vormt samen met pastoraal werker Leon Teubner het pastoraat, en is voorzitter van het parochiebestuur. Meer informatie en biografie »

0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *