Extra 56, 7 november 2020

7/8 november: Gedachtenis van Titus Brandsma, patroon van onze parochie

 Het was 3 november 35 jaar geleden dat paus Johannes Paulus II Titus Brandsma in de St. Pieter te Rome zalig heeft verklaard.  Deze paus is reeds heilig verklaard. Titus Brandsma nog niet.  Pater Jan Tiecke, oud rector van het Titus Brandsma  Lyceum, die Titus goed gekend heeft, zei: “Als heiligverklaring betekent dat je in de hemel bent, dan hoeft het voor mij niet.  Want voor mij is Titus nu al een voorspreker in de hemel ”. Pater Tiecke heeft natuurlijk gelijk. Ook niet verklaard is Titus een heilige. Maar heiligverklaring gaat verder.  Heiligverklaring betekent dat iemand als christen navolgenswaardig is op onze weg Jezus achterna. Hij is door zijn levenswijze een voorbeeld. Maar meer nog: van deze heilige gaat een inspirerende kracht die doorwerkt in het leven van mensen en van heel de kerkgemeenschap. Als voorspreker is hij bron van kracht voor ons geloven nu. Zijn inspiratie is blijvend en duurzaam.

De inspirerende kracht van Titus ligt in zijn levenswijze en in zijn levenslot als martelaar van Dachau, maar ook in zijn geschriften.  Titus was een veelschrijver in alle genres: wetenschappelijke artikelen, gelegenheidsgedichten, levensbeschrijvingen van heiligen, enz..  Ook was hij schrijver van pastorale en bemoedigende teksten.  Die teksten hebben ook nu nog een hoge actualiteitswaarde als je door de gedateerde woorden heen leest. Honderd jaar geleden bemoedigde Titus de mensen in Oss met een stuk over Roomse Blijdschap.  In deze coronatijd is deze tekst nog zeer lezenswaardig en actueel.  

Alleen, we zouden geen ‘roomsen’ meer zeggen, maar christenen. Oecumene was in 1921 nog ver weg.  Ook wij kunnen het lijden van deze tijd en ons persoonlijke lijden verbinden met het lijden van Jezus. Hij stierf aan het kruis uit liefde voor de mensen en volbracht zo Gods wil. Bij Hem kunnen we kracht en troost zoeken. In de viering van de Eucharistie en in stille aanbidding. Dan ontdekken wij wellicht dat ook ons lijden niet vergeefs is omdat het ons bij God en bij onze lijdende medemensen brengt.  Wij weten God bij ons, in ons, om ons.

Roomse Blijdschap

Het is zo troosteloos in de wereld. Er wordt geklaagd en geschreid rondom ons en wij voelen ons niet bij machte troost te bieden op al die plaatsen waar wij horen en zien dat mensen in lijden en pijn om troost roepen.

Wij hoeven helemaal niet naar de velden te gaan waar de oorlog de lichamen met bommen uiteenreet en de stervenden tussen de lijken de dood verwachtten. Wij hoeven niet naar de ziekenhuizen te gaan waar de artsen in hun witte kleding wonden naaien, wonden reinigen, nieuwe wonden maken. Wij hoeven niet plaats te nemen voor de sterfbedden waar kinderen huilend de laatste ademtocht tegemoet zien van Vader of Moeder; of ouders van hun kindertjes.

“Iedere dag heeft genoeg aan haar eigen leed”, zeiden de ouden; wij hoeven het niet van verschillende dagen bij elkaar op te tellen om een beeld te krijgen van het lijden in de wereld. Menigeen is nog blij en vrolijk in andermans ogen, maar zou het liefst alleen willen zijn om het uit te schreien of om tenminste niet een vrolijk gezicht te moeten trekken.

Wie het vertrouwen van de mensen heeft, hoort meer klagen dan genieten. Maar hoe wordt het gedragen? En wat staat men in veel gevallen machteloos om een woord van troost te spreken.

Bij grote smart is de mond stom, maar soms ook het hart en de geest. Men weet zich geen raad meer en zit er als wezenloos bij. Het leed heeft hen terneergeslagen en ze zien nergens nog licht of een schijnsel van hoop. Ze dragen het leed, omdat ze wel moeten en het niet kunnen veranderen, in een berusting die geen rust geeft.

Wanneer wij spreken van Roomse blijdschap dan bedoelen we niet dat de Roomsen altijd maar kunnen lachen en geen reden hebben om het leven hard en zwaar te noemen. Daar zit het hem niet in. Niettemin is ons Geloof een blij Geloof.

Dat wil dit zeggen, dat hoe groot het lijden ook is dat ons overkomt, wij steeds in en door ons Geloof een lichtpunt zien dat ervoor zorgt dat niet alles duister wordt. Tijdens de dodenmis, als ons gemoed overloopt, horen wij het Epistel ons waarschuwen niet te treuren als zovelen die geen hoop hebben.  Wij weten door het Geloof – en het wordt ons steeds weer voorgehouden – hoe Onze Lieve Heer, Die wij toch niet voor niets Lief noemen, alles regelt en bestuurt en hoe Hij alles zo beschikt, dat, als wij ons daarnaar voegen, Hij het doet dienen tot ons groot en eeuwig geluk.

Wij weten Hem bij ons, in ons, om ons. Door de genade leeft Hij met en in ons, leven wij met Hem verbonden met banden die ons hoger trekken dan de natuur ons brengen kan. In de kerk is Hij op zeer bijzondere wijze aanwezig en houdt hij zo te zeggen alle dagen zitting om ons lijden en klagen uit onze eigen mond te horen en ons de gelegenheid te geven Hem te vragen wat we nodig hebben. In de heilige Communie komt Hij op noch inniger wijze in ons en geeft Hij zijn lichaam aan ons lichaam om geheel één met ons te worden.

Wat willen wij nog meer? En wat hebben wij nog meer nodig om bij alle lijden rond de mond een blijde plooi te bewaren of tenminste in ons hart nog een zonnestraaltje licht te zien bij alle duisternis om ons heen.

Wij berusten niet in wat ons hard valt omdat wij er niet aan kunnen ontkomen. Wij kennen geen berusting uit machteloosheid, wij wensen en zoeken een berusting die voortkomt uit de wetenschap dat het lijden ons verheft, dichter bij Hem, Die boven alles gaat.

En als de natuur haast te zwak is om het te dragen, gaan we naar de kerk en bidden wij de Kruisweg of knielen, dikwijls woordeloos, neer voor het Tabernakel en, als we kunnen, aan de Communiebank om bij Hem die zoals wij weten ons het kruis op de schouders legde kracht te zoeken om dat kruis te dragen: een kracht die we altijd krijgen.

Wat roept zovelen van ons naar plaatsen waar hun niets te wachten staat dan wat in de wereld lijden heet en als verschrikkelijk wordt beschouwd. En hoe komt het dat degenen die dat lijden zoeken met een lachend gezicht over zo’n doornig lijkend pad heen dansen alsof er geen verdriet bestaat in de wereld.

Waarom kon de heilige Laurentius nog grappen maken terwijl zijn lichaam op het vuur werd geroosterd. Waarom treffen de melaatsen, de pestlijders priesters en verplegenden die de kans lopen ook zelf die vreselijke ziekte te krijgen. Waarom bestaan er zoveel zendelingen die kun leven inrichten naar landszeden waar wij van walgen en die ons tegenstaan? We hoeven niet verder te vragen.

“Hoe houden de zusters het vol”, vroeg een Franse Generaal eens na een bezoek aan een hospitaal. Het werk leek hem die als militair toch wel wat verdragen kon, te zwaar en bovenmenselijk. De zuster die hem had rondgeleid deed de deur open van de kapel waar, bij alle drukte nog twee zusters beurtelings aanbidding hielden bij het Allerheiligste. “De Mis elke morgen, Generaal, en dit uur van aanbidding houdt de zusters op hun post.”

Wat kan een mens een hele hoop meer wanneer hij niet alleen staat, wanneer er iemand is die bij hem blijft, hem bemoedigt, hem helpt en waardeert wat hij doet.

Wij Roomsen zien altijd zo’n helper aan onze zijde. Wat de Joden ooit zongen om uitdrukking te geven aan het waarom van hun geluk, groter dan dat van elk volk in de wijde omgeving, [dat] kunnen wij als Roomsen hun nazingen en niemand kan zingen zoals wij: “Waar is het volk dat zijn God zo dicht bij zich heeft.”  En daarom is ons Roomse Geloof zo blij en vol van troost. Wij weten het zelf maar al te goed. Laten wij het nooit vergeten en aldus de bron van ons geluk niet afsluiten.

Dr. Titus Brandsma. O.Carm., Oss,                                                                  Oktober 1921

14/15 november 2020

Hierbij verzoek ik u alle parochianen op zaterdagavond om 17.00 uur naar de kerk te komen voor de zondagse viering. Zoals u weet mogen wij niet meer dan dertig mensen in de kerk ontvangen. Op zondag 15 november doen drie kinderen hun Eerste Communie. Met drie gezinnen, grootouders en peetouders komen we al aan de dertig. Dus: tot zaterdag!

 “De Hoop levend houden. Leven vanuit verwachting”

 Onze bisschop Gerard de Korte schreef naar aanleiding van onderstaand gedicht van Charles Péguy  en woord voor deze tijd.

“De tijden zijn onzeker en veel tijdgenoten leven met onbehagen. Vóór het uitbreken van de coronacrisis lende de wereld al genoeg andere zorgen op het terrein van energie, klimaat en ecologie. Heel gemakkelijk kunnen we cynisch worden en ons terugtrekken in onze eigen kleine, vaak comfortabele, leefwereldje. Christenen zoude anders moeten kiezen.  Het kleine meisje van de hoop ( zie gedicht) wil ieder van ons bij de hand nemen. De hoop wil ook mijn geloof en liefde leiden en richting geven. God geeft ons in Christus toekomstperspectief.”

“Juist nu hebben wij behoefte aan een geloofwaardige overheid, gewetensvolle ondernemers en veel burgers die de plichten van hun burgerschap serieus nemen. In onderlinge verbondenheid en samenwerking kunnen wij de problemen van onze tijd onder ogen zien en zoeken naar oplossingen. De coronapandemie heeft ons met de neus op de feiten gedrukt. Met al onze wetenschappelijke en technische vaardigheden, waarvoor we overigens dankbaar mogen zijn blijven wij kwetsbare en sterfelijke mensen. Maar als vriendinnen en vrienden van Christus hebben we van God een grote verantwoordelijkheid gekregen. In alle nuchterheid en met het besef van onze menselijke gebrokenheid, kunnen wij, aangeraakt door Gods Geest, de handen uit de mouwen steken. Vanuit het vertrouwen dat God zelf zal zorgen voor de voltooiing.

Charles Péguy (Orléans7 januari 1873 – Villeroy5 september 1914) was een Franse schrijver, dichter en essayist. Hij sneuvelde in de Eerste slag bij de Marne. Als katholiek zwoer hij het geloof af, werd een strijdbaar socialist. Later keerde hij terug tot het geloof en getuigde daarvan in zijn geschriften.

Willibrord is de apostel van Nederland. Door protestanten en katholieken wordt hij beschouwd als de voornaamste grondlegger van het christelijk geloof in de Lage Landen. Paus Sergius I benoemde en wijdde hem in 695 tot bisschop van de Friezen en gaf hem de naam Clemens.

Zijn missie gebied strekte zich uit over alle Lage Landen tot in Duitsland toe. Hij is de bouwheer van veel kerken en kloosters.

Aan de Willibrordusweg kunt u de Willibrordput zien. Ooit was het een voor de Germaanse heidenen een heilige bron. Willibrord heiligde de bron door er een christelijke doopplaats van de te maken. Tegenover ‘het Putje ‘ligt het restaurant dat de naam Clemens , de nieuwe naam van Willibrord, draagt.  Ook al kan aan de geschiedkundige waarheid getwijfeld worden, de spirituele waarde is er niet minder om. Ook Oss heeft zo een ‘authentieke’ materiële herinnering aan Willibrord.

De Katholieke Vereniging voor Oecumene Athanasius en Willibrord houdt op Willibrordzondag de jaarlijkse collecte inde parochies om het oecumenische werk van de RK Kerk mogelijk te maken. Onze parochiaan Geert van Dartel is secretaris generaal van deze vereniging. 

Omdat deze zondag in onze parochie samen valt met Titus Brandsma zondag wordt er te weinig aandacht besteed aan dit belangrijke oecumenische werk.  Graag roep ik daarom alle oecumenisch geïnteresseerde parochianen – u allemaal dus! – op een collectegift te storten op :

 Katholieke Vereniging voor Oecumene

NL73 INGB 0001 087 628

Maatregelen R.-K. Kerk blijven onverminderd van kracht

De persconferentie die het kabinet op dinsdag 3 november heeft gehouden over de maatregelen in verband met Covid-19, geeft geen aanleiding tot wijzigingen voor de R.-K. Kerk. De bestaande maatregelen blijven onverminderd van kracht.

Dat betekent voorlopig nog steeds niet meer dan 30 gelovigen bij een viering, exclusief bedienaren, geen samenzang en verder alle andere maatregelen zoals afgekondigd in het protocol ‘Kerkelijk leven op anderhalve meter.’

De bisschoppen hebben hoop dat op de langere termijn de cijfers over de pandemie reden geven om de maatregelen ten goede bij te stellen. De hoop is dat dit in ieder geval in december, voor Kerstmis mogelijk is. Die cijfers geven nu echter nog steeds, blijkens de persconferentie van het kabinet, grote reden tot zorg voor de volksgezondheid.

De bisschoppen hebben steeds gezegd deze zorg met de overheid te delen en hebben daarom vanaf het begin van de Covid-19 pandemie besloten om beschermende maatregelen in te voeren. Zij nemen daarmee hun verantwoordelijkheid voor de volksgezondheid. ‘De kerk is geen bron van besmetting en mag dat ook niet zijn’ vinden de bisschoppen. Zij vragen alle gelovigen en bedienaren nogmaals om zich aan het protocol te houden om zo, vanuit saamhorigheid, de zorg voor de naaste serieus te nemen.

Blijf verbonden!

Zij wijzen bovendien op de mogelijkheid om thuis met de eigen parochie verbonden te blijven en waar mogelijk via een live stream mee te vieren. Daarnaast is er elke zondagochtend de uitzending van de Eucharistieviering op NPO2.   De bisschoppen vragen iedereen te blijven bidden voor de slachtoffers van Covid-19 en hun familieleden, in Nederland en wereldwijd.  


Pastor Tom Buitendijk

Pastor Tom Buitendijk

Pastor Tom Buitendijk is pastor van onze parochie en is voorzitter van het parochiebestuur. Meer informatie en biografie »

0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *