Titus Brandsma Tijdingen 27

  27 januari – 10 februari 2019

Pastor.Buitendijk@tb-parochie.nl

Pastor.Teubner@tb-parochie.nl  

3 februari: Vierde zondag door het jaar (Lucas 2, 41-52)

Over de jeugd van Jezus weten we niet veel. We mogen aannemen dat hij opgroeide als een gewone jongen. Hij zal wel met zijn vrienden gespeeld hebben in de nauwe straatjes van Nazareth. Hij zal als zoon van Jozef de timmerman wel eens iets met planken en spijkers  in elkaar geflanst hebben. Er zijn twee dingen die het evangelie volgens Lucas wel vermeld: zijn ouders wijden hem toe aan God, zoals alle eerstgeboren aan God worden opgedragen. Als Jezus twaalf is, nemen zijn ouders Hem mee voor de viering van het Paasfeest in de tempel van Jeruzalem. We mogen aannemen dat in de tussenliggende jaren Jezus heeft leren bidden, aan de hand van Jozef mee naar de synagoge is gegaan, dat hij joodse feestdagen vierde en dat hij de verhalen hoorde uit de Bijbel. Kortom: Jezus kreeg een godsdienstige opvoeding. Door die godsdienstige opvoeding leerde Hij kijken naar de wereld Hem heen, werd hij gevoelig gemaakt voor mensen in nood, kreeg hij het verlangen naar een betere samenleving. Recht en onkreukbaarheid, liefde en genade leerde hij zien als fundamenten van de maatschappij.

Als ouders hun kinderen laten dopen dan is de voornaamste vraag aan hen: beloven jullie je kinderen een opvoeding te geven in de geest van het evangelie? Beloven jullie je kinderen met een godsdienstige blik op te voeden. Beloven jullie je kinderen zo op te voeden dat zij God willen dienen tot geluk van medemensen. In het doopsel belijden wij dat kinderen ons niet toe behoren als een bezit, maar dat zij ons zijn toe  vertrouwd om hen op te doen groeien als kinderen van God. Wie leeft als kind van God geeft onze samenleving een menselijk gezicht en kleurt onze wereld mooier. Daartoe hebben kinderen Gods zegen nodig, Gods Geestkracht die hen als blij en gelukkig kind doet leven. Alle kinderen kunnen op zondag 3 februari aan de geloofsgemeenschap gepresenteerd worden en deze zegen ontvangen.

10 februari: Vijfde zondag door het jaar   (Lucas 5, 1-11)

Jezus onderricht de mensen vanuit de boot van Simon. Als Jezus Simon opdraagt nog eens zijn netten uit te werpen, antwoordt deze Hem:

Meester, de hele nacht hebben we gezwoegd zonder iets te vangen, maar op uw woord zal ik de netten uitgooien. Simon heeft de hele nacht al tevergeefs gevist. De nacht is in warme landen bij uitstek de tijd om te vissen. Want overdag als de zon schijnt gaan de vissen naar beneden in het diepe water. Maar ’s nachts, als het kouder is, komen de vissen naar boven in het water om te eten. En toch zegt Jezus midden op de dag tegen Simon: Vaar nu naar het diepe van het meer en gooi je netten uit voor de vangst. Jezus vraagt Simon iets te doen wat dwaas moet hebben geklonken in diens ogen. De vissen zijn immers al naar het diepere gedeelte van het meer, daar waar hun netten niet geschikt zijn om ze te vangen. En zij zijn moe na een nacht vissen, ook omdat zij niets gevangen hebben en hun netten voor niets moeten klaren.

Tot zover het beeldverhaal wat zich voor onze ogen afspeelt. Meerdere dingen vallen op als we onze aandacht afwenden van het beeld van de visvangst en ons richten op wat ons terloops wordt meegedeeld. Het valt op dat Simon Jezus aanspreekt als leraar: Meester, de hele nacht hebben we gezwoegd zonder iets te vangen. Een meester, een rabbi, is iemand die een ander iets leert. En dan vervolgt Simon met te zeggen: maar op uw woord zal ik de netten uitgooien. Aan het begin van dit verhaal hoorden we Lucas zeggen: De mensen verdrongen zich om Jezus om naar het woord van God te luisteren. En op het eind van het verhaal zegt Jezus letterlijk tot de leerlingen: Voortaan zullen jullie mensen levend vangen.

Zo wordt duidelijk dat het beeldverhaal van de visvangst een gelijkenis is voor het bekeren van Mensen tot God. Het visnet staat voor het Woord van God; de vissers zullen de leerlingen van Jezus zijn die dat Woord verkondigen met hun leven, in woord en daad; de mensen zullen zich erdoor als vissen laten vangen, en eveneens sterven op het droge,

maar verrijzen tot werkelijk nieuw leven.

Dit verhaal betekent dat, als wij ons laten vangen en leiden door Gods woord, dat het ons zal doen sterven aan onszelf. Dat woord van God wil en zál ons dan bevrijden uit onze eigenmachtigheid en eigenwilligheid. Wij zullen stapje voor stapje sterven aan onszelf, maar tegelijk herrijzen in nieuw leven, in het koninkrijk van God. Dat is de blijde boodschap die Jezus heeft verkondigd met zijn eigen leven. Dat wij Hem navolgen.

1 februari: Vrijwilligersavond 19.30 uur

Deze avond willen we gezellig samen zijn met alle vrijwilligers van de parochie.  De ‘vrijwilliger van het jaar’ wordt dan bekend gemaakt. Mocht u als vrijwilliger per ongeluk geen uitnodiging  ontvangen hebben, dan bent u toch welkom. Hoe meer zielen hoe meer vreugde.

2 februari: De dag van het Godgewijde leven.

Paus Johannes Paulus II heeft deze dag in 1997 ingevoerd als een dag om stil te staan bij het leven van religieuzen. Religieuzen zijn zusters en broeders en paters. Er zijn twee hoofdsoorten: monniken en monialen die contemplatief leven in hun klooster; daarnaast zusters, broeders en paters die actief leven in hun kloosters en die werken in kerk en samenleving. De zusters en de fraters zijn bekend van de scholen en ziekenhuizen; de paters vanwege hun werk in parochies en allerlei  andere vormen van pastoraat. Zij werken in Nederland en wereldwijd in ‘de missie ‘. Terwijl er in onze dagen weinig aandacht is voor vormen van actief religieus leven, groeit de belangstelling voor het contemplatieve leven in kloosters en abdijen. De gastenverblijven in abdijen zijn soms voor maanden volgeboekt.

In de loop der tijden zijn actieve religieuzen vaak pioniers geweest in wat we nu noemen ‘de zorg’ en ‘het onderwijs noemen’. Veel scholen en ziekenhuizen, instellingen voor mensen met beperkingen, kinder- en jeugdopvang hebben hun oorsprong liggen in de religieuze bewogenheid van vrouwen en mannen die werden geïnspireerd door Jezus. “Hij had medelijden met de schare “, “ Hij onderrichte hen met zachtmoedigheid”, “Hij genas allen die leden aan kwalen”: dit soort woorden zetten hen ertoe aan hun leven te wijden aan medemensen.

Religieuzen waren kinderen van hun tijd. Als we nu terug kijken dan valt er hier en daar wel wat op te merken aan hun deskundigheid. Vooral in kinder- en jeugdopvang werden fouten gemaakt. Maar als de ‘nonnen en de broeders’ hen niet hadden opgevangen, dan had niemand naar hen omgekeken. Op dit moment liggen de Zusters van de Goede Herder op zeer onaangename wijze onder vuur. Slavendrijvers en uitbuiters worden ze genoemd, omdat de meisjes die ze opvingen aan het werk gezet werden. Vergeten wordt dat deze zusters met hart en ziel er voor kozen om deze meisjes voor te bereiden op een leven in de maatschappij, die hen eerst als onaangepast en onhandelbaar uitspuwde en verloren liet lopen.

Priester religieuzen of paters hebben zich ingezet in allerlei bijzondere vormen van pastoraat en in het parochiepastoraat. Vanuit hun traditie en spirituele achtergrond brachten ze accenten aan in de parochie-

gemeenschappen. Zij deden dat in de vorm van bezinning en verdieping, maar ook in blikverwijding naar wereldkerk en samenleving toe. Dat er minder religieuzen zijn om pastoraal werkzaam te zijn, is verlies voor de kerk van vandaag. Hun bijzonder roeping om ‘zout en licht’ te zijn in het kerkelijke leven blijft broodnodig.

Ook al worden Orden en Congregaties steeds kleiner, ook al verdwijnen ze soms uit Nederland en Europa, in de Derde Wereld bloeien ze weer op. De Heer van de Kerk is ook in ons land nog steeds inspirerend werkzaam door het ontstaan van lekenbewegingen. Enkele zijn verbonden met een Orde zoals Karmelbeweging en de Oblaten bij een abdij. Andere zijn zelfstandig zoals de Focolare en de vele kritische basisbewegingen in ons land. Hun diversiteit is groot, maar getuigt wel van de werking van de Heilige Geest die mensen aanvuurt hun christen-zijn op een radicale wijze vorm te geven.

De ambtelijke kerk heeft als taak de kerk als instelling te continueren;

de religieuzen hebben als roeping de kerk levendig te houden door hun spiritualiteit en hun maatschappelijke betrokkenheid. Er wordt veel kwaads gezegd over zusters, broeder en paters die kinderen van hun tijd waren. Maar als zij de basis niet hadden gelegd van ‘het onderwijs’ en ‘de zorg’ zou ons land er heel anders uit zien. Hun belangeloze inzet voor en hun toewijding aan kwetsbare mensen mag niet vergeten worden. Ere wie ere toekomt!

Samen Schriftlezen

Elke donderdagochtend (én 1x p/maand op de woensdagmiddag) komen mensen bijeen om samen het evangelie van de komende zondag te lezen. Wat staat er nu eigenlijk in die verhalen? En wat kunnen zij betekenen voor ons concrete leven hier en nu? Deze bijeenkomsten zijn vrij toegankelijk voor wie wil. Opgave is niet nodig; afmelden ook niet. Elke donderdag van 10.00-12.00 uur bent u van harte welkom


Pastor Tom Buitendijk

Pastor Tom Buitendijk

Pastor Tom Buitendijk is pastor van onze parochie, vormt samen met pastoraal werker Leon Teubner het pastoraat, en is voorzitter van het parochiebestuur. Meer informatie en biografie »

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *