Bij zijn aantreden als bisschop van Den Bosch liet Mgr. Gerard de Korte weten, dat hij van mening was dat de onverschilligheid van mensen tegenover geloof en kerk te wijten was aan onvoldoende kennis over geloof en kerk.

“Ze weten er veel te weinig van en wat ze weten is erg oppervlakkig.” Als we als kerk weer zouden gaan inzetten op geloofsonderricht en catechese dan zou het allemaal weer de goede kant op gaan.

De reactie van de augustijn Joost Koopmans in De Roerom op de bewering van de Korte was een verwijzing naar het netwerk van pastorale scholen dat het Bossche bisdom kende in de jaren zeventig en begin jaren tachtig van de vorige eeuw, waarin succesvol werk is gemaakt van vorming en toerusting van duizenden mensen voor een betrokken plek in het plaatselijke kerkgebeuren. Toen bisschop Terschuren aantrad verdampte die pastorale scholen zodra hij onomwonden aangaf van al die betrokken leken verlost te willen zijn. Hun plaats in het parochiewerk zou beperkt moeten blijven tot de financiering ervan en de schoonmaak van kerk en kerkhof. Die gang terug in het hok, hebben veel gelovigen niet willen maken en die zijn afgehaakt.

En in de mate dat de priesteropleiding aan Rolduc en het St. Janscentrum resulteerden in priesterwijdingen waarbij vaak kwantiteit boven kwaliteit ging, werden leken steeds meer aan de kant gezet. En het beleid om iedereen maar tot priester te wijden die geen nee zei, heeft voor aardig wat ongelukken gezorgd in parochies omdat het ook te vaak sociaal gemankeerde zielenherders bleken te zijn. Ik ga geen namen noemen en geen wonden weer open krabben die mensen om die reden de kerk de rug hebben doen toe keren.

En toen sprong de steenpuist open van jarenlang seksueel misbruik, wat door kerkelijke leiding met de mantel der liefde was bedekt. Mensen die jarenlang hadden geleden onder een kerkelijke huwelijksmoraal die hen achtervolgde tot in het echtelijke bed totdat bisschop Bekkers hen eigen verantwoordelijkheid gunde…….Die mensen werden geconfronteerd met het feit dat een aantal van de herders van toen wolven in schaapskleren bleken te zijn geweest. En ze keerden verbitterd hun kerk de rug toe.

En omdat onze kerkleiders nadrukkelijk aanstuurden op een kleine heilige rest aan gelovigen die zich nog wel thuis voelden in de kerk, kwam het instituut wel erg ruim in haar gebouwen te zitten en erg krap in gelovigen die de parochies bemensten en financierden. Geen probleem, dan gaan we gewoon kerken af stoten en parochies centreren rond die paar priesters die er nog zijn. En dat proces van koude sanering vervreemde de laatste rest gelovigen van hun kerk. En het star toepassen van kerkelijke regels rond huwelijken en uitvaarten stuurt gelovigen weg op zoek naar plaatsen als cafés en gemeenschapshuizen waar ze wel iets in te brengen hebben over hoe ze afscheid willen nemen van hun geliefden.

Veel ouders hebben de afgelopen vijftig jaar dit soort zure druiven voorgeschoteld gekregen, maar hun kinderen kregen er stroeve tanden van. Die gaan spontaan al zuur kijken van de harteloze verhalen die ze over geloof en kerk gehoord hebben. Van hun ouders hebben ze gehoord dat er in de kerk over liefde en vergeving en verzoening wordt gepraat, maar dat het loze praatjes zijn en dat je dat kunt zien als het op de praktijk aan komt.

En of het geloof nou Christendom heet of Islam: kijk om je heen. Ze vechten elkaar de tent uit. Nee, aan de mooie woorden die ze vertellen ligt het niet en Bijbelverhalen zijn hartverwarmend. Maar ze doen zelf niet wat ze zeggen…..

In mijn jeugd bestond het nog dat kerkmensen (zichtbaar aan hun kleding want zusters, fraters, broeders, paters) bezig waren om zich het lot van hun naasten aan te trekken. Dat ging ook niet altijd goed en soms waren zusters van Liefde krengen van barmhartigheid. Maar ze zetten zich wel vol idealisme in voor goed onderwijs, ziekenzorg, armenzorg, ontwikkelingshulp, vluchtelingen etc. met hun werken van barmhartigheid. Dat riep nog vragen op over wat hen bezielde.

Nee van kerk en geloof willen intussen maar heel weinig mensen meer iets weten. Die hebben het wel gehad met mooie verhalen die zo schril afsteken tegen de praktijk. En daar hebben de kerken het ook naar gemaakt. Toch blijkt geloof de mens op een of andere manier aangeboren. Want de werkelijkheid kan onmenselijk rauw zijn zoals dat dagelijks aan het licht komt met aanslagen door terroristen, oorlogen en uitbuiting….. Mensen blijven niettemin dromen van een wereld waarin we met Gods hulp die ellende te boven komen. Ooit en ergens. Na elke ramp klinkt het “en toch” en het “we shall overcome”.

En nog steeds doen mensen niet tevergeefs een beroep op het beste in de ander. Jong en oud blijven niet met de handen in de zakken toekijken als er geholpen moet worden bij rampen en om mensen weer op de been te helpen door iets voor hen te doen of door gewoon naar hun verhaal te luisteren. Volop mensen van goede wil in iedere straat, iedere wijk, iedere parochie.

Daarom: geloofsverkondiging werkt denk ik omgekeerd. Mensen, vooral jonge mensen, gaan weer geloof hechten aan geloofsverhalen, als ze hebben meegemaakt dat mensen voor een ander kiezen ook als ze er zelf niet beter van worden; elkaar vergeven en nieuwe kansen bieden ook als dat onvoorstelbaar moeilijk is; als mensen zich met elkaar verzoenen; als gelovige mensen doen wat ze zeggen. Want dat roept de vraag op wat bezielt jullie toch. En daar hebben we dan als kerk en gelovigen wel wat over te vertellen. Maar pas dan en niet eerder. Geloofsopvoeding is een vorm van vóór doen en na doen. Aan verkondiging moet een wervende praktijk vooraf gaan. Of zoals de Osse pastoor en karmeliet Tom Buitendijk het samenvat:

“Wanneer we als kerk evenveel tijd, energie, geld en menskracht zouden steken in diaconie als we steken in liturgie, dan zouden we als kerk weer aantrekkelijk zijn.”

Henk Peters

 


Henk Peters

Henk Peters

Henk Peters is sinds 2016 vice-voorzitter van het parochiebestuur van de Titus Brandsma Parochie Oss. Meer informatie »

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *