De verzorgingsstaat zoals wij die kennen is voltooid verleden tijd al is het alleen al om het gegeven dat die onbetaalbaar is geworden omdat we met steeds meer mensen op een vorm van zorg zijn aangewezen als we met elkaar ook nog eens steeds ouder worden. En aan dat concept van de verzorgingsstaat waren een paar aannames gekoppeld dat het niet alleen onbetaalbaar maakte maar ook niet eens in alle gevallen het juiste maatwerk opleverde. Uitgangspunt van de overheid is dat we allemaal RECHT hebben op GELIJKE ZORG. En daarbij moeten de overheid er vooral voor zorgen het risico op fouten en verkeerde inschattingen te vermijden.

René Peters, wethouder van de gemeente Oss en kandidaat CDA-kamerlid, betoogde dat we met zo’n uitgangspunten wel de fout in moeten gaan. Immers de overheid gaat de zorg daarmee zo organiseren dat de kosten beheersbaar blijven en de zorg dus zo efficiënt mogelijk wordt geboden. Dus gaat men criteria opstellen waaraan die zorg moet voldoen en welke indicaties bij die criteria passen. Het resultaat is een soort afvinklijst aan de hand waarvan duidelijk wordt op welke zorg men RECHT heeft en dat is lang niet in alle gevallen de zorg die men nodig heeft, of het meest passend is. En om te voorkomen dat hen iets te verwijten valt, houden ze zich krampachtig vast aan procedures en regeltjes en die worden uitgebreider als er toch iets niet helemaal goed loopt.

Maar mensen zijn niet gelijk en de situaties waarin zij leven zijn niet gelijk. Het is immers net zo fout om ongelijke zaken gelijk te behandelen als wanneer je gelijke zaken ongelijk zou behandelen. En toch dringt dat besef maar heel moeilijk door bij mensen. Het idee dat het eerlijk is om verschil te maken in het bieden van zorg, gaat spontaan tegen het rechtvaardigheidsgevoel van mensen in.

Het is daarom niet zo eenvoudig om de noodzakelijke transities te maken in de zorg. Uit onderzoek blijkt dat bij voorbeeld veel klachten met betrekking tot het verminderen van uren huishoudelijke hulp neer komen op het feit dat er door het verminderen van die uren geen tijd meer overblijft om gezellig te buurten want ”Ik kijk altijd uit naar de momenten dat de hulp komt, want anders zit ik de hele week alleen.” Moet je als overheid gaan faciliteren en bekostigen dat mensen sociale kontakten hebben in hun woonomgeving? Als het antwoord ja is, is het verstrekken van huishoudelijke hulp niet het juiste antwoord. Is het faciliteren van de mobiliteit een goed idee als mensen niet zouden weten naar wie zij toe zouden kunnen gaan?

Peters bepleit dat het tot stand komen van zorg en ondersteuning maatwerk moet zijn, dat met veel aandacht tot stand komt, zodat we weet hebben van het probleem dat men ondervindt. Niet langer aan de hand van een afvinklijstje dat resulteert in standaarden waar men dan recht op heeft. Als iemand eenzaam is, is het bezorgen van een scootmobiel niet altijd het juiste antwoord of een taxibriefje. Misschien liggen antwoorden vaak meer in de richting van gemeenschapsvoorzieningen en zorgcoöperaties. Mensen weer in hun kracht brengen in plaats van hulpeloos afhankelijk maken van anderen. In een samenleving van “ieder voor zich en God voor ons allen” zijn dat oplossingen waaraan niet het eerste wordt gedacht. Maar we moeten de gemeenschap gaan herontdekken.

Peters bepleit dat de transities in de zorg alleen goed gemaakt kunnen worden als de ander bij de oplossing betrokken wordt. Op de eerste plaats de hulpvrager zelf maar ook elk ander uit buurt en familie. Op die manier zullen de antwoorden op die hulpvraag verschillend worden maar zal het wel maatwerk kunnen zijn.

 


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *