In verkiezingstijd zijn de verkiezingsprogramma’s van de verschillende politieke partijen een belangrijke en leerzame bron van informatie. De meeste partijen proberen er in mindere of meerdere mate hun visie te presenteren ten aanzien van in hun ogen de meest ideale manier waarop de samenleving ingericht moet worden. Men mag dan verwachten dat er inhoudelijk nogal wat verschillen te vinden zijn tussen de diverse  partijprogramma’s; ook wat de omvang betreft.


*: Koppeling werkt alleen op apparaten met ondersteuning voor Adobe Flash;
overige koppelingen door redactie tbposs.nl.


Wat dit laatste betreft: het verkiezingsprogramma van D66 telt tweehonderdzesendertig pagina’s en dat van de PVV slechts één pagina. De partijen doen hun best om de onderwerpen die zij van belang achten zo goed mogelijk te omschrijven zodat de kiezer een indruk kan krijgen hoe over bepaalde onderwerpen wordt gedacht. De bedoeling van deze programma’s is uiteindelijk dat de kiezer, door het lezen ervan, over de streep wordt getrokken en om zo zijn stemgedrag te beïnvloeden. Desondanks blijven verkiezingen voor de burger toch altijd een twijfelachtig gebeuren. Meestal is het zo dat kiezers met een aantal programmapunten kunnen instemmen en punten waar zij anders over denken op de koop toe nemen.

Verkiezingsprogramma’s

In de afgelopen periode telde de Tweede Kamer zeventien partijen. Het aantal ingeschreven partijen bij de Kiesraad voor de verkiezingen 2017 voor de Tweede Kamer bedraagt een veelvoud hiervan, éénentachtig. Voor ons overzicht hebben wij ons beperkt tot de verkiezingsprogramma’s van de coalitiepartijen en de grootste oppositiepartijen. Bijna iedere partij die aan de verkiezingen deelneemt probeert in haar programma een zo goed mogelijk overzicht te geven van de onderwerpen die ze van belang achten. Dit betekent dat veel onderwerpen aan bod komen en dat uitgebreide paragrafen worden gewijd aan onderwerpen die specifiek zijn voor de visie van de betreffende partijen op de samenleving. Het is dan ook interessant niet alleen naar de overeenkomsten te kijken maar vooral ook naar de verschillen in opvatting; zeker als het gaat om actuele onderwerpen die nog de nodige discussie in de samenleving oproepen.

Vermeld of niet

Juist deze actuele onderwerpen kunnen naast een politieke ook een ethische lading hebben. Van politieke partijen mag men verwachten dat ze, als het gaat om ethische vragen, een mening hebben en een standpunt innemen. Onderwerpen die te maken hebben met het begin en het einde van het leven zoals abortus en euthanasie vragen iedere keer weer om nadere bezinning. Zo zijn er meerdere onderwerpen die om een standpuntbepaling vragen. Andere onderwerpen die in het verleden meer in de belangstelling stonden worden nu minder of niet teruggevonden. Dit kan betekenen dat de noodzaak hiervoor niet meer zo wordt gevoeld, dat hiervoor inmiddels wettelijke regelingen zijn getroffen of dat deze op een andere manier geregeld zijn; bijvoorbeeld bij Koninklijk Besluit of middels beslissingen van het Kabinet. Wanneer in een programma niets over een bepaald onderwerp wordt geschreven betekent dit nog niet dat een partij in deze geen standpunt inneemt. Zo heeft de SP in haar programma over bepaalde actuele onderwerpen niets gemeld. Maar uit berichten in de media kan men afleiden hoe er binnen de SP over bepaalde zaken wordt gedacht.

Euthanasie

Het onderwerp euthanasie krijgt in alle programma’s, behalve in dat van de SP, redelijk veel aandacht. Bij voltooid leven moet zelfbeschikking volgens de VVD, PvdA, GroenLinks en D66 wettelijk worden geregeld. Ook moet er een doorverwijsplicht komen voor artsen die –om welke reden dan ook– geen euthanasie willen verlenen (PvdA, D66, GroenLinks). Euthanasie moet ook kunnen bij kinderen onder de twaalf jaar (D66, GroenLinks). Dit moet volgens D66 ook mogelijk zijn bij ernstig gehandicapte pasgeborenen.

GroenLinks wil euthanasie uit de strafwet. CDA en ChristenUnie daarentegen verzetten zich tegen verruiming van de euthanasiewet. De ChristenUnie benadrukt nog eens dat euthanasie geen normaal medisch handelen is. 

Andere onderwerpen 

Aan palliatieve zorg wordt in de programma’s niet veel aandacht besteed; alleen het CDA en de ChristenUnie geven aan dat er in deze vorm van zorg als ook in hospices geïnvesteerd moet worden. Bij de abortusproblematiek is voor D66 en GroenLinks de wettelijke bedenktijd  van vijf dagen afschaffen een belangrijk punt.

Onderzoek van humane embryo’s op niet medische gronden wordt  afgewezen (VVD). Selectie en modificatie van humane embryo’s op genetische indicatie zijn voor D66 niet bezwaarlijk; evenmin als het tot stand brengen van embryo’s voor wetenschappelijk onderzoek. In de gezondheidszorg is het verlagen of afschaffen van het eigen risico een belangrijk punt. Zes partijen besteden hier aandacht aan (PvdA, CDA, SP, GrL, CU, PVV). Drie partijen (PvdA, CDA, CU) noemen ook minder  marktwerking in de zorg.

Samenlevingsvormen

Vooral door D66 wordt in het programma nogal wat aandacht besteed aan de verschillende samenlevingsvormen. Zo houden ze onder meer een pleidooi voor het regelen van draagmoederschap of adoptie door alleenstaanden, homo’s, lesbo’s; en het wettelijk mogelijk maken dat een kind meer dan twee ouders kan hebben.

Door het recent uitgekomen rapport vande Commissie Wolfsen is dit onderwerp zeer actueel geworden. Het CDA en de ChristenUnie leggen vooral nadruk op het gezin; zij stellen een minister voor familie en gezin voor.

Drugs, dieren, genetica

Bij het gebruik van drugs komt in de programma’s steeds meer de vraag naar voren hiervoor regelingen te treffen of deze zelfs te legaliseren (VVD, PvdA, D66, SP, GrL). Bijna alle partijen zetten zich in voor verbetering van het dierenwelzijn en het terugdringen van dierproeven. Ook moet ‘voor plezier jagen’ worden beperkt of zelfs verboden (SP, GrL). Als het gaat om vragen met betrekking tot genetica maken verschillende partijen zich zorgen over het patenteren en de octrooi bescherming van biologische eigenschappen op genetische basis. Dit houdt in dat door het verstrekken van een patent of octrooi aan een laboratorium of farmaceutische industrie die een bepaalde techniek om een gen of erffactor te bepalen heeft uitgevonden, het voor anderen onmogelijk wordt om vrijelijk van deze techniek gebruik te maken. gens de huidige embryowet is dit niet mogelijk.

Beschouwing

Bij het doorlezen van de programma’s valt op, dat ethische vragen rond het begin en het einde van het leven nog steeds een belangrijke plaats innemen. Al enkele decennia speelt in Nederland de discussie rond de euthanasieproblematiek. 

Weliswaar is deze door de euthanasiewet in duidelijker vaarwater gekomen maar door het voornemen van het Kabinet om een  wettelijke basis te geven aan hulp bij zelfdoding uit levensmoeheid is het onderwerp weer terug op de agenda en volop in de aandacht.

In vier van de acht partijprogramma’s is opgenomen dat hulp bij voltooid leven geregeld zou moeten worden (VVD, PvdA, D66, GrL). In de programma’s van voorgaande jaren kreeg deze vraag veel minder aandacht. Het onderwerp leeft dus duidelijk meer. Drie partijen stellen dat er een doorverwijsplicht moet komen voor artsen die het toepassen van euthanasie niet in overeenstemming kunnen brengen met hun geweten. Voor wat betreft de palliatieve zorg hebben alleen het CDA en de ChristenUnie een duidelijk standpunt; andere partijen noemen deze niet.

De abortusproblematiek krijgt in zoverre aandacht dat het afschaffen van de wettelijke bedenktijd van vijf dagen wordt bepleit evenals het onderbrengen van de overtijdbehandeling in het pakket van de huisarts (D66, GrL). Het maken van embryo’s voor wetenschappelijk onderzoek, zoals geformuleerd in het programma van D66, moet worden toegestaan.

Opvallend afwezig

In bijna alle programma’s wordt discriminatie veroordeeld waarbij het accent vooral ligt op discriminatie ten aanzien van lesbiennes, homo’s, transgenders, interseksen, biseksuelen (LHTIB). Opvallend is dat, uitgezonderd door de ChristenUnie, antisemitisme niet wordt genoemd, juist nu dit verontrustende vormen begint aan te nemen in de samenleving. Geen enkele partij verwijst in haar programma naar de CRISPR-techniek waarmee eenvoudig en snel gericht DNA-segmenten in het genoom –het geheel van erffactoren– kunnen worden verwijderd of ingebouwd.

Deze techniek wordt gezien als een van de belangrijkste innovaties op het gebied van biomedisch onderzoek. De gevolgen hiervan zijn nog niet te overzien, met name niet wanneer deze techniek op humane embryo’s toegepast gaat worden.

Dit betekent ingrijpen in de kiembaan, hetgeen zeggen wil dat een verandering van een erfelijke eigenschap kan worden doorgegeven aan volgende generaties. Er zijn meer onderwerpen die niet worden
genoemd zoals uitbreiding van het onderzoek van pasgeborenen door middel van de hielprik. Deze technieken zullen ongetwijfeld verder worden ontwikkeld met alle consequenties daarmee verbonden en de ethische vragen die deze zullen oproepen.

Geen aandacht wordt besteed aan de vragen rond de kunstmatige inseminatie met donorsperma en de anonimiteit van de donor; toch een onderwerp dat in de media veel aandacht krijgt zoals blijkt uit
het tv-programma Spoorloos en de vraag naar donorsperma uit het buitenland.

Opvallend is ook dat geen enkele partij, wanneer het om medisch ethische zaken gaat, verband legt met Europese wetgeving. Hoewel elk land het recht heeft op eigen wetgeving, zullen er ongetwijfeld raakpunten zijn waarmee rekening gehouden zal moeten worden.

Tot slot

Partijprogramma’s kunnen in zekere zin gezien worden als een graadmeter voor de medisch ethische vragen die in de samenleving actueel zijn en hoe daarover kan worden gedacht. Tussen de partijen zijn er nogal wat verschillen van opvatting over de wijze waarop voor de diverse vragen een oplossing moet worden gegeven,  variërend van zeer behoudend tot zeer vooruitstrevend. Interessant is dan ook hoe de nieuw gekozen Tweede Kamer met verschillende vragen zal omgaan. Nederland is een coalitieland. Dit betekent dat geen enkele partij zijn programma onverkort kan realiseren maar altijd compromissen moet sluiten als het gaat om nieuwe wetgeving waarbij medisch ethische vragen een rol spelen. Veel hangt dan af van hoe de volksvertegenwoordiging na de verkiezingen zal zijn samengesteld. 

Respect voor andere opvattingen moet de leidraad zijn.


Vincent Kirkels

Vincent Kirkels

Dr. V.G.H.I. Kirkels is als gynaecoloog werkzaam geweest in het St. Annazieken­huis te Oss (het huidige Bernhoven te Uden). Tevens was hij univer­sitair docent aan de Radboud Universiteit te Nijmegen en tien jaar voorzitter van de Medisch Ethi­sche Commissie van ziekenhuis Bemhoven. Tot januari 2018 was redactielid en voorzitter van de Redactieraad van het Tijdschrift voor Gezondheidszorg en Ethiek.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *