Ook wij zoeken naar nieuwe manieren voor ons geloven. Dat past bij onze tijd. In de 23e Titus Brandsma lezing zoekt Rik Torfs naar een verklaring voor het schijnbaar wegvallen van het geloven in onze tijd. Dat, zo stel de rector van de KU Leuven, heeft echter betrekking op alle gebieden van ons leven. Durven geloven in God heeft alles  te maken met verbeeldingskracht, waarvoor nu eenmaal vertrouwen in het “absurde” nodig is.  Als dat ontbreekt, zoals in onze tijd, dan “eet de moraal van het [kerk-] instituut God op”. Dat is een kenmerk van ongeloof. Kortom: “God verdient ons vertrouwen.”

  • Dit betreft de 23e Titus Brandsma Lezing op vrijdag 10 juni 2016 door professor Rik Torfs, rector van de KU Leuven, onder de titel “Over God

De integrale lezing (via youtube)

Fragmenten

Er bestaat een zekere ruimte tussen wat je kunt weten en wat je gelooft. Doch hoe ver kun je gaan in dat geloven, in de zoektocht naar de grondslagen ervan?
Daar is mijn stelling: voor absurditeit kun je enkel opteren wanneer je je heel sterk voelt, vertrouwen hebt, optimistisch bent. Wanneer veel mogelijk lijkt. Een jonge ondernemer moet onwelvoeglijk optimistisch durven te dromen van een groot zakenimperium voordat er ook maar de geringste kans bestaat dat hij het daadwerkelijk tot stand zal brengen. Als zijn dromen niet zo ver reiken, zal hij minder succes hebben.

Rick Torfs, rector van de KU Leuven

Het succes gaat nooit tot voorbij de dromen. Hetzelfde geldt voor geloof. Als je het schijnbaar absurde gelooft, zeg je tegelijk dat het voor jou niet absurd is, en wordt de wereld groter. Kortom, of je tot in het absurde kan gaan met je dromen of met je geloof, hangt af van de diepere gemoedsgesteltenis waarin je verkeert.
Enkel in tijden van dynamiek en optimisme wordt het absurde haalbaar.

Minder mensen dan vroeger geloven, althans in onze contreien, in God. Maar ze geloven evenmin in gigantisch zakelijk succes, in een nieuwe geloofwaardigheid voor de politieke wereld of in een nobelprijs voor literatuur. We leven integendeel in een tijd waarin hoop en vertrouwen zelf verdacht zijn, of op zijn minst een beetje naïef. “Absurditeit” wordt minder plausibel, maar niet om intrinsieke, logische of wetenschappelijke redenen, maar om extrinsieke redenen, die met dynamiek, hoop en vertrouwen te maken hebben. We leven toevallig in zo’n periode vandaag.

In sommige westerse landen, wie weet zelfs in het land waar ik nu het woord voer, zijn er kerkleiders die God proberen te behagen door, bijvoorbeeld, ongehuwd
samenwonende pastoraal werkers te ontslaan of vrouwen die te dicht bij het altaar
dreigen te komen net op tijd te verjagen. Voor mij –maar wie ben ik?– zijn dit geen
tekenen van geloof, maar van ongeloof. De moraal van het instituut eet God op. Het transcendente verdrinkt in slaapkamerspionage of in een gespierde versie van angst voor de vrouw.

God is meer, hij verdient ons vertrouwen. Alle vertrouwen. Voor Paulus en velen na hem was de opstanding van Christus de kern van zijn geloof. Denk maar aan de eerste brief aan de Korinthiërs, hoofdstuk 15, vers 12 tot 14:

“12. Als nu van Christus gepredikt wordt dat Hij uit de doden is opgewekt, hoe kunnen sommigen onder u dan zeggen dat er geen opstanding van de doden is?
13. En als er geen opwekking van de doden is, dan is ook Christus niet opgewekt.
14. En als Christus niet is opgewekt, dan is onze prediking zonder inhoud, en zonder inhoud is ook uw geloof.”

Als God op een kleiner speelveld opereert dan dat van de Verrijzenis, wordt hij al gauw een wat zurige werknemer van de kerken, iemand die jarenlang aan een stuk krijtlijnen trekt rond het strafschopgebied. Zo iemand is niet aantrekkelijk genoeg om er een heel leven mee bezig te zijn, nu eens meer, dan weer minder, maar altijd ergens, bewust of onbewust, openlijk of latent. Want zo is God, denk ik dan.

De Verrijzenis brengt ons voorbij alles. Daarom gaat ze nooit voorbij. God is Verrijzenis.

Bronnen

 


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *