Welkom in deze viering op het patroonsfeest van onze parochie.

U hier in de kerk en u thuis die online mee viert.

Z zijn we toch als een gemeenschap met elkaar verbonden.

Wat ons ook bindt is de persoon van Titus Brandsma.

Als parochie hebben we de opdracht zijn naam hoog te houden en in zijn spoor christen te zijn.

Wat wij prijzen in heiligen, moeten wij in ons leven waar maken.

Zijn inspiratie moet ook in ons leven handen en voeten krijgen.

Wij hebben niet allemaal de vurigheid van Titus. Dat hoeft ook niet.

Maar soms zijn we te lauw in onze geloofsbeleving. Dat kan beter.

Willen daarom bidden en zingen om Gods ontferming.


Overweging

Een jaar of vijftig geleden vonden de Karmelieten in Nederland de heiligverklaring niet zo nodig. De paters die werkten aan de zaligverklaring van Titus legden vooral de nadruk op zijn martelaarschap. Maar daarin – zeiden velen – is Titus niet uniek. Veel mensen hebben veel langer dan hij de hel van Dachau doorstaan. Hij maar zeven weken. Anderen drie of vier jaar.

Veel anderen medebroeders zeiden: “Voor mij is Titus echt een heilige, maar dat hoeft niet zo nodig door de paus verklaard te worden”.

Het wonderlijke is dat Titus nooit is weggeweest uit de harten van de gewone katholieken: Zijn gedicht “O Jezus als ik u aanschouw” heef talloos veel mensen troost geboden. Zijn “ Het Laatste Geschrift” waarin hij op verzoek van de Duitser Hardegen beschrijft waarin hij betoogt dat katholicisme en nationaal socialisme niet samen gaan, heeft talloos veel mensen aan het denken gezet en soms tot verzet gebracht. Vooral de bede: God zegene Nederland. God zegene Duitsland, heeft velen ontroerd. Dat je dàt kunt zeggen in de gevangenis!

Dat gelovig aanvoelen van veel gewone katholieken heeft de Orde van Karmel ertoe aangezet zijn gedachtegoed en de doorwerking daarvan voort te zetten in het Titus Brandsma Instituut dat in 1968 opgericht is. Ook om de zaligverklaring en heiligverklaring beter en grondiger te motiveren. De vroomheid van Titus en zijn heldhaftigheid hebben een genezende kracht voor de wonden van de samenleving van vandaag.

In Oss kennen wij het Titus Brandsma Lyceum. Ook in vele andere steden en dorpen van ons land zijn Titus Brandsma scholen. Titus Brandsma was een groot voorstander en harde werker voor het katholiek onderwijs. Niet alleen de Nijmeegse Universiteit, maar ook middelbare scholen gingen hem ter harte.

In 1930 schrijft hij: “Het staat niet slecht met het Katholiek onderwijs in Nederland. Het kan de toets met het openbaar onderwijs wel doorstaan.” In 1940 dreigde het katholiek onderwijs te worden afgebroken door de secretaris generaal van het ministerie van onderwijs Jan van Dam. Met grote regelmaat legde Titus protesten neer op tafel en voerde harde onderhandelingen.

Het ging Titus om ‘de ziel van het onderwijs’. Voor Titus is dat de vorming van jongeren tot ‘hele’ mensen. Jongeren zijn burgers in wording. Het onderwijs is geen middel tot propaganda, geen inlijving in een ideologie, geen zogenaamde neutrale kennis overdracht, geen leerlingen snijden naar een door jou gewenst mensbeeld.

Het onderwijs dient om jongeren te doen groeien als mens die al zijn talenten en vaardigheden kan ontwikkelen ‘ten dienste van mensen en tot eer van God.’

Deze inspirerende visie van Titus leeft ook nu nog …. of juist nu in de Carmelscholen in Nederland.

Titus schrijft: “De onderwijzer moet veel eisen voor de ontwikkeling van het verstand, maar hij moet geen tuchtmeester zijn zonder hart, hij moet de leerlingen begrijpen en beseffen dat deze geen machine is.”

Kernachtig zei Titus: “Kennis is de helft, zeker, maar die andere helft is niet zo belangrijk.” Kennisverrijking en persoonsvorming behoren hand in hand te gaan. De Carmelscholen proberen deze inspiratie handen en voeten te geven

Heel actueel kunnen we zien wat er gebeurt wanneer de nadruk te veel op wetenschap valt. De coronamaatregelen van de regering zijn gebaseerd op wetenschappelijk inzichten. En dat is goed. Zo houden we in deze coronatijd de gezondheidszorg behapbaar en de economie draaiend.

De andere helft is net zo belangrijk: het welzijn van mensen. Mensen in de zorg natuurlijk. Maar ook de mensen die de maatregelen moeten na leven. Welke gevolgen heeft dat voor sociale contacten, voor ontwikkelingen in persoonsvorming, voor geestelijke gezondheid van mensen voor wie het leven toch al zwaar is? Hoe geeft je vorm aam de andere helft? Ook dat moet je leren of geleerd moeten hebben, in het onderwijs, zou Titus zeggen.

Titus had ook oog voor de verhouding opvoeder en leraar. Die verhouding moet gebaseerd zijn op liefde voor jongere medemensen. Hij schrijft:

 “Liefde heeft dit grote voordeel dat zij het goede in het kind weet te waarderen en de opvoeder het goede niet alleen maar in zichzelf laat zien.

Is het kind niet volmaakt, ook de opvoeder niet.”

Een leraar die zijn leerlingen tot de hoogste prestaties opzweept, is niet zonder meer de beste leraar. Een leraar moet ook oog hebben voor leerlingen die minder goed kunnen meekomen. Door liefde voor jongeren te hebben, leer je in hen ook andere dingen waarderen. Een leraar kan ook leerling van zijn leerlingen zijn. Een leraar schreef: “Ik ben een leerlinge die door haar beroerde thuissituatie altijd dwars lag, blijven helpen zolang ze hier op school zat.

Ik werd soms hartstikke gek van haar. Wie zou het anders hebben gedaan?” Soms moet je méér doen dan het gewone.

Titus schreef ooit over de Karmelieten: “Wij – de Karmelorde – zijn niet geroepen om, in het openbaar levend, grootse, opvallende en druk besproken dingen te doen. Het is onze plicht de gewone dingen op grootse wijze te doen, dat wil zeggen met een zuiver hart en de inzet van heel de persoonlijkheid. “

Die inspirerende gedachte leeft voort in vele andere gedaanten en in andere situaties. Zoals bijvoorbeeld een parochie of een school.

Zonder zelfverheffing je werk doen. Als het goed maar gebeurt. Leven naar je eigen maat. In het Osse Titus Brandsma Lyceum vertaalt men deze gedachte met: “ Groter door jezelf te zijn”. Iedere leerling is van waarde. Iedere leerling verdient onvoorwaardelijke aandacht. Pas als je zelf kunt zijn ontstaat er ruimte om te groeien. Het gaat om een brede vorming: om kennis en om mens-zijn.

Het schoolplan van het TBL heet dan ook: “ Kennis is maar de helft”.

Via het onderwijs is de persoon en het gedachtegoed aanwezig in onze samenleving. Naast Titus als martelaar, als verzetsheld, als verdediger van persvrijheid, is hij tot op de dag van vandaag bezieler van het katholiek onderwijs.

Waarom zou Titus nu moeten worden heilig verklaard? Titus zelf zou het niet gewild hebben. Een goede medebroeder van mij zei: “Als Titus nu levend uit Dachau zou zijn teruggekeerd en weer hoogleraar in Nijmegen was geworden, zouden we dan nog over hem praten? Ik denk het niet.”

Maar Titus is wèl als martelaar gestorven. Zijn beeld is wèl blijven leven in de harten van de gelovigen. Zijn teksten zijn rijker en dieper dan we bij oppervlakkige lezing dachten. Zijn inspiratie werkt door in het onderwijs, in de parochies in vele landen van deze wereld.

De grondgedachte van Titus: “Wij leven ten dienste van medemensen en tot eer van God” is uiterst actueel in deze tijd. Hij ontmaskert de ideologie van de maakbare samenleving, van de idee dat het ikke de maat van alle dingen is, dat wetenschap ons leven moet bepalen.

Zijn heiligverklaring kun je zien als een geschenk van de kerk aan deze tijd.

Aan de hand van Titus komen wij door deze tijd heen als hele en helende mensen. Aan zo’n geschenk heeft Nederland en heel de wereld behoefte.

  

 


Pastor Tom Buitendijk

Pastor Tom Buitendijk

Pastor Tom Buitendijk is pastor van onze parochie en is voorzitter van het parochiebestuur. Meer informatie en biografie »

0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *