‘Nu wordt de mensenzoon verheerlijkt, en wordt God verheerlijkt in de mensenzoon. Als God in de mensenzoon wordt verheerlijkt, verheerlijkt God ook de mensenzoon in Hem, ja, onmiddellijk verheerlijkt Hij Hem.’

De mensenzoon. Wij denken vaak dat ‘de mensenzoon’ enkel op Jezus slaat. Dat het een soort eretitel is voor Hem alleen. Maar door zichzelf te benoemen als een zoon van mensen, schaart Jezus zich als een alleman onder de mensen. Door dit te doen zegt Jezus dat ‘de mensenzoon’ niet alleen staat voor Hemzelf – maar voor ieder van ons.

Jezus heeft deze term ‘mensenzoon’ niet zelf verzonnen. In het Oude Testament, waar Hij mee op is gegroeid, staat deze uitdrukking gewoon voor ‘mensenkind,’ en wel voor het individu als voor vele mensen.

‘Een zoon van mensen’ – dat is in de Bijbel íedere mens, die in een persoonlijke en bijzondere relatie tot God staat. De mensenzoon is in het evangelie dus niet alleen Jezus, maar alle mensen die met Hem in een persoonlijke, bijzondere relatie met God staan.

Die persoonlijke en bijzondere relatie tot God, komt hier tot uitdrukking in de term verheerlijking:

‘Als God in de mensenzoon wordt verheerlijkt, verheerlijkt God ook de mensenzoon in Hem, ja, onmiddellijk verheerlijkt Hij Hem.’

Verheerlijking van God betekent, dat je God alle eer brengt die Hem toekomt. In die verheerlijking van God wordt echter niet alleen God verheerlijkt, maar ook de mens, die God verheerlijkt. Door God. En wel onmiddellijk, d.w.z. één op één, zonder middel, tegelijkertijd, en zonder onderscheid.

‘Als God in de mensenzoon wordt verheerlijkt, zal God ook de mensenzoon verheerlijken in Hem, ja, onmiddellijk verheerlijkt Hij Hem.’

God verheerlijken is God de eer brengen die Hem toekomt. En God alle eer brengen die Hem toekomt betekent: Erkennen dat God de schepper is van al wat is; aan Hem laten wat van Hem is, je niets voor jezelf alleen toe-eigenen, van wat je van Hem uit gegeven wordt; en van Hem uit leren kijken naar al wat Hij ons schenkt: vreugde en verdriet, goed en kwaad, ziekte en gezondheid, geluk en ongeluk, voorspoed en tegenslag, …

Met de ogen van God kijkend, gaan we ontdekken dat álles van Hem is, dat álles van Hem uit gegeven wordt: onvoorwaardelijk, onmiddellijk en volledig.

‘Als God in de mensenzoon wordt verheerlijkt, zal God ook de mensenzoon verheerlijken in Hem, ja, onmiddellijk verheerlijkt Hij Hem.’

God eren en verheerlijken betekent, dat we ontdekken en met woord en daad erkennen, dat we slechts gast zijn in zijn schepping. God eren en verheerlijken vraagt van ons dan ook, dat we een houding van gast-zijn ontwikkelen, die recht doet aan die ene en enige Gastheer.

Wij zijn uitgenodigd Gods schepping en al wat daarin is van Hem uit als zijn welkome gasten te ontvangen, erin tot leven te komen zonder eigenwillig de zaak te verbouwen naar onze inzichten en behoeften en verlangens.

Begeven wij ons als gast in Gods leven, dan heeft dat onmiddellijk tot gevolg, dat God in ons tot leven komt, zich onder ons gaat uitleven, zodanig, dat zijn heerlijkheid meer en meer in zijn schepping aan het licht komt. Niet alleen in onze woorden, maar ook in onze daden. In allerlei vormen van liefde en naastenliefde voor elkaar. We worden immers allemaal en zonder uitzondering van God uit gegeven in betrokkenheid op elkaar en op zijn schepping.

Precies daarop spreekt Jezus ons aan als Hij ons zegt: ‘Zoals Ik jullie heb liefgehad, kunnen ook jullie elkaar liefhebben. En hieraan zullen allen herkennen dat jullie leerlingen van mij zijn: als liefde onder jullie heerst.’

Elkaar liefhebben betekent uitgaan uit onszelf, en elkaar gaan ontvangen in God die liefde is. Uit kracht van Gods liefde ons leven geven voor elkaar, onszelf in woord en daad in dienst stellen voor elkaar.

Elkaar liefhebben met Gods liefde betekent: de ander gaan zien als een mede-gast in Gods leven en hem of haar met die liefde bejegenen waarmee God ieder van ons liefheeft. Want de ander met Gods liefde bejegenen zoals Jezus in zijn leven deed, dat is God in ons leven verheerlijken.

En onmiddellijk verheerlijkt God óns dan, waardoor Hij alles in allen zal worden op aarde. Dan zal de werkelijkheid waarin we leven veranderen. We zullen een nieuwe hemel en een nieuwe aarde zien, en vóelen dat God woont in en onder zijn mensen. Dan zullen wij zijn volk zijn, en Hij, God met ons, zal onze God zijn.

‘Zoals Ik jullie heb liefgehad, zegt de mensenzoon, kunnen ook jullie elkaar liefhebben.

Niet uit onze eigen liefde zullen we de ander bejegenen, noch uit plicht of moraal, noch uit angst voor straf, maar uit de liefde waarmee God ons altijd al bemint, en zal blijven beminnen, tot in eeuwigheid. Dan zal werkelijk geschieden waar Jezus voor gestorven is:

‘Dan wordt God verheerlijkt in ons mensen, en worden wij verheerlijkt in Hem. Ja zie: Hij maakt alles nieuw!’


Pastor Leon Teubner

Pastor Leon Teubner

Pastoraal werker Leon Teubner is pastoraal werker bij onze parochie. Hij is tevens verbonden aan het wetenschappelijke Titus Brandsma Instituut in Nijmegen. Meer informatie »

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *