No feed items found.

‘Wie zonder zonde is, werpe de eerste steen.’

Dit zei Jezus tot zijn gelovige medemensen, toen zij een van hun naasten het leven niet langer meer gunden.

‘Wie zonder zonde is, werpe de eerste steen’

Bij Jezus betekende deze uitspraak veel méér dan het niet-doden van een medemens, als straf voor het begaan van een grote misstap. Bij Jezus begint het doden van een medemens al, wanneer je deze innerlijk niet vergeeft of wil vergeven, of het nu om iets kleins of om iets heel groots gaat.

‘Wie zonder zonde is, werpe de eerste steen’

Jezus leert zijn leerlingen en ons vandaag om niet te vergelijken tussen de – in onze ogen -, grote misstappen die anderen begaan, en de (natuurlijk) veel kleinere misstappen van onszelf. Groot of klein, elke misstap is een misstap voor Gods gelaat. En elke misstap dient vóór zijn gelaat erkent en vergeven worden, opdat wij en onze naasten zullen blijven leven.

‘Wie zonder zonde is, werpe de eerste steen’

Hoe vaak zullen wij dit niet moeten horen, voordat de strekking van deze goddelijke wijzing-ten-leven ons hart bereikt, om voorgoed in ons te kunnen gaan wonen?! Steeds weer houdt Jezus ons woorden van gelijke strekking voor:

‘Oordeel niet en je zult niet worden geoordeeld.’

En: Je zult je naaste liefhebben als jezelf.’

Of: ‘Doe aan een ander wat jij wilt dat aan jou geschiedt.’

En ook: ‘Zeventig keer zevenmaal zul je elkaar vergeven.’

Zomaar wat uitspraken van die Wijsheidsleraar uit Nazareth. Tot aan zijn dood op een onbarmhartige kruis heeft Hij deze vergevingsgezindheid van God ingeoefend:

‘Vader, vergeef het hun, zij weten niet wat zij doen.’

Deze goddelijke vergeving inoefenen en zo Jezus volgen, dat geldt voor alle tijden en voor alle generaties Christenen. In deze veertigdagentijd is het daarom goed, om stil te staan bij dit diepe inzicht van Jezus: nl. dat wij niet echt beseffen wat wij doen, als wij een ander veroordelen en niet vergeven.

En het gaat dan bij Jezus niet alleen om een letterlijk uitgesproken veroordeling, maar ook om een, die innerlijk blijft, en onuitgesproken.

‘Vader, vergeef het hun, zij weten niet wat zij doen’

Als wij elkaar veroordelen, weten wij niet wat wij doen, omdat wij dan niet meer beseffen dat vergeving – en niet veroordeling -, de grondhouding van onze God is. Zijn wezen ís vergeving, ís ons het leven gunnen, hoe dan ook.

Wat wij niet beseffen als wij een ander veroordelen is, dat wij dan ook onszelf veroordelen – en wel ten dode toe. Dat is wat Jezus ons en de Schriftgeleerden duidelijk maakt, door met zijn vinger te gaan schrijven in het zand. Door dit te doen, herinnert Hij ons aan het woord van God bij de profeet Jeremia, dat zegt:

‘De Heer alleen is de bron van Israëls hoop. Wie zich afkeren van Hem worden in het stof van de aarde geschreven’

Door zwijgend met zijn vinger te schrijven in het zand, zegt Jezus ons in beeldtaal:

Alles zal jullie vergeven worden, behalve het zondigen tegen God, Hij die jullie voorhoudt om elkaar niet te veroordelen. Want dan veroordelen jullie jezelf ten dode. Elders legt Jezus dit zo uit:

‘Wanneer jullie de mensen hun overtredingen vergeven, kan jullie hemelse Vader ook jullie vergeven. Maar als jullie de mensen niet vergeven, kan jullie Vader ook jullie misstappen niet vergeven.’

Daarom klinkt zelfs tot op het uiterste van het kruis:

‘Vader, vergeef het hun toch, want zij weten niet wat zij doen.’

Wij weten niet wat wij doen, als wij elkaar veroordelen. Dan maken wij het leven voor onszelf en voor elkaar onmogelijk. Dan wordt het leven benauwend en zwaar; dan benemen we elkaar de lucht om vrij-uit te ademen.

Dat betreft dan niet alleen degene die wij veroordelen, maar ook onszelf waar wij elkaar niet willen vergeven. Dan ervaren we allemaal de zwaarte van het niet-vergeven van God.

Maar wat dan, als je niet kúnt vergeven? Als je niet de innerlijke bewogenheid daartoe voelt, maar eerder boosheid en onmacht die het je belemmeren; als je innerlijk eerder stenen naar een ander wilt gooien, om zelf bevrijd te worden van je woede in de dood van die ander?

Herinner je dan goed, hoe vaak God al niet vergevend is geweest voor jou. Dat bij géén van jóuw misstappen – klein of groot -, ooit een bliksem uit de hemel gekomen is om jou te doden voor jouw tekort in de liefde. En dat er nooit een ter-dood-veroordelende-stem uit de hemel tot jou geklonken heeft, maar dat Gods gunnende liefde jou elk moment het leven gunt tot nu toe.

Hoe moeilijk, ja hoe Godsonmogelijk, lijkt het voor ons om helemaal niet-veroordelend door het leven te gaan. En toch vertrouwt God erop dat we kunnen groeien in die grondhouding waarin Hij ons bejegent.

Het is een leerschool die Jezus ons vandaag aanbiedt. ‘Wie zonder zonde is, werpe de eerste steen.’ Vol vertrouwen zegt hiermee tot ieder van ons:

Wil je mij volgen, wil je Messiaans of Christelijk leven, oefen je dan, net als Ik, in een niet-veroordelend samenleven. En elke dag geeft je wel genoeg oefenstof.

Herinner je dagelijks Gods gunnende goedheid, waarmee Hij ieder van ons steeds weer bejegent. Zodat we, vanuit Zíjn goedheid, stapje voor stapje kunnen groeien in dat moeilijke niet-veroordelende samenleven. Niet veroordelen is immers het begin van elke vergeving!

Maar: dat wij daarbij ook mild blijven naar onszelf, want het inoefenen van deze grondhouding van de Messias, dat vraagt met vallen en opstaan ons hele leven.

Laten we Jezus volgen op weg naar Pasen, laten we ons oefenen in een samenleving met minder veroordeling. Laat dat ons bidden en ons vasten zijn.


Pastor Leon Teubner

Pastor Leon Teubner

Pastoraal werker Leon Teubner is pastoraal werker bij onze parochie. Hij is tevens verbonden aan het wetenschappelijke Titus Brandsma Instituut in Nijmegen. Meer informatie »

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *