Sacramentsdag 23 juni 2019

Eucharistie als geschenk voor vandaag.

 

Anna was een vrouw uit Cuba die met een Nederlandse man getrouwd was. Was, want ze is hier in Nederland overleden aan een hartkwaal. Vier en dertig jaar jong. Ze woonde met haar man en dochter al enkele jaren in Nederland. Ze sprak redelijk goed Nederlands. Toen Claudia, hun dochter, naar school ging, ging Anna huishoudelijk werk doen voor oudere mensen. Ze dronken dan gezellig koffie en praatten heel wat af. Dat Nederlands een moeilijke taal is, blijkt uit twee misverstanden. Een hele lieve dame vroeg: “Anna, heb je mijn zilveren kettinkje ergens gezien? “ Alsof ze door ween wesp gestoken was, riep Anna boos. “ Ik heb niet gestolen.” Anna was op vakantie geweest naar Cuba en had een houtsnijwerkje voor een mevrouw meegenomen. Die mevrouw pakt het beeldje uit en zegt: O, maar Anna, dat had niet gehoeven”. Boos reageerde Anna: “Ik sjouw de halve wereld rond en u zegt nou dat u het niet hoeft.” Het heeft Jerome, haar man, heel wat moeite gekost om het Anna uit te leggen. Wat we zien is hoe kwetsbaar vertrouwen is en hoe moeilijk het is een geschenk te geven en te ontvangen.

 

Vandaag staan we stil bij het geschenk van de Eucharistie, Wat is het nu helemaal: een stukje brood en een slokje wijn? We zeggen in geloof: het zijn de tekenen van het Lichaam en Bloed van Jezus. De tekenen waarin de liefde van God zich aan mensen te kennen geeft!   Eucharistie vieren is het ontvangen van Jezus die zichzelf uit liefde geeft.  In de Eucharistie ontvangen we dus niet ‘iets. In de Eucharistie vertrouwt een mens zich aan ons toe. Jezus legt zijn leven, zijn liefde, zijn goedheid, zichzelf in onze handen. Wat moeten wij aan met het vertrouwen dat Hij ons geeft en in ons heeft? We worden er verlegen van? Zoals bij een groot en onverwachts cadeau. De bedoeling ervan is: dat Hij in ons leeft en wij dat goede leven beleven en doorgeven. Hoe kunnen wij dat leven van Jezus aanvaarden? Is dat niet veel te groot voor ons? Zeggen wij dan: “Ach, Heer het had niet gehoeven”. Wat we zien is hoe kwetsbaar vertrouwen van onze kant is en hoe moeilijk het is een geschenk dat om niet geschonken wordt, te ontvangen.

 

Een geschenk geven of een cadeau ontvangen is in onze samenleving altijd al een ingewikkeld iets. Onder die vriendelijke gewoonte van elkaar iets te geven zit een harde werkelijkheid van verplichtingen en verwachtingen. Een cadeau is zelden een gave om niets. Het gaat altijd wel ergens om.  We nemen een cadeau mee voor een jarige, maar willen dan ook wel op het feest komen. We gaan bij iemand eten, maar we mogen niet vergeten een bloemetje of een fles wijn mee te nemen. In een etiquette rubriek klaagde een mevrouw: “Ik krijg van mijn schoonzus ieder jaar een boek dat ze zelf eerst al heeft gelezen. Het is altijd tweedehands”. Die mevrouw wil dus dat er speciaal voor haar een boek gekocht wordt. Ze wil erkend worden als iemand die de moeite waard is.  Er zit ook vaak een moment van berekening in het geven en ontvangen.  Cadeaus geven is altijd een over en weer en minstens in gelijkwaardigheid.

 

Hoe kunnen wij de gaven van brood en wijn waarin Jezus zich zelf aan ons geeft, ontvangen? We kunnen niets in gelijkwaardigheid aan bieden. Onze liefde schiet te kort, onze goedheid kent zijn grenzen, ons verlangen naar zelfbehoud verhindert ons ons zelf helemaal te geven. Het enige wat wij kunnen doen is zijn liefde met een dankbaarheid aanvaarden en bidden om kracht om zijn liefde die in ons leven gaat, door te geven aan anderen. In de Eucharistie worden wij ontvangers van overvloedige liefde om die uit te delen.

 

Over ontvangen en durven delen gaat het verhaal van de broodvermenigvuldiging. De leerlingen zien wel het probleem maar niet de oplossing.  Jezus heeft dan wel een grote menigte om zich heen verzameld, maar die mensen moeten toch wel eens een keer te eten krijgen. “Geven jullie ze maar te eten “, zegt Jezus dan.“ Wat kunnen we met vijf broden en twee vissen”, vragen ze Hem. Jezus neemt de broden en de vissen, slaat zijn ogen ten hemel, spreekt de zegen uit, breekt de brood en geeft ze aan de leerlingen. “Geven jullie ze maar te eten.” Het is het geloof in Jezus dat hen de moed en de krach geeft om dat te doen. Het is het vertrouwen op Gods zorgzame liefde en goedheid die hen aan alle berekeningen voorbij laat zien. Er zal altijd overvloed zijn waar gebroken, gezegend en gedeeld wordt. Het is Jezus die deelt door onze handen. Maar als wij niet ontvangen en onze handen uitstrekken, dan kan Hij niet in ons delen.

 

In de Eucharistie ontvangen we een stukje brood en een slokje wijn. Het is bijna niets. En toch is het alles wat wij broodnodig hebben. In deze tekenen gaat Gods liefde schuilt. Gods liefde die aan het licht komt in Jezus. Bij het laatste avondmaal zei Jezus: zo wil ik voor jullie zijn. Gebroken en gedeeld brood. Vergoten wijn als levenskracht. Tot op de dag van vandaag laat Hij Zijn Lichaam breken en vraagt ons Hem als brood uit te delen. Ook nu vergiet Hij zijn Bloed en vraagt ons: drink hiervan opdat ik in jou kan verder leven. Je zou dit de sociale kant van de Eucharistie mogen noemen.

 

Brood en wijn zijn meer nog de tekens van Jezus’ werkelijke tegenwoordigheid. We kunnen God danken en eren door Hem te aan bidden en aanwezig te weten. Het vertrouwen dat Hij in deze gaven tegenwoordig is, kan voor ons een bron van kracht en sterkte zijn. Titus Brandsma is in het kamp in Dachau meerdere malen afgeranseld en in elkaar geslagen door bewakers. Hij krabbelde overeind en keek met een glimlach zijn bewakers aan. Broeder Rafael Tijhuis vroeg: “Pater Titus, hoe kunt u nu niet boos zijn op de lui.” Titus wees op zijn brillenkoker waarin een klein stukje van een hostie zat: “ Broerke , ik weet toch Wie ik bij me heb.” 


Pastor Tom Buitendijk

Pastor Tom Buitendijk

Pastor Tom Buitendijk is pastor van onze parochie, vormt samen met pastoraal werker Leon Teubner het pastoraat, en is voorzitter van het parochiebestuur. Meer informatie en biografie »

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *