HOE NU VERDER …….?

In veel parochies van het bisdom klinkt deze vraag. Hoe nu verder ….

Als we geen eigen pastoor meer hebben? Alsof de geloofsgemeenschap dan zou ophouden. Dit hoeft niet zo te zijn. De parochie is allereerst een geloofsgemeenschap van gelovigen.

De gelovigen zijn langer parochiaan dan een pastoor hun pastoor is.

Veel parochies vrezen de dag dat hun pastoor elders een benoeming krijgt, of dat de pastoor met emeritaat gaat of – erger nog – overlijdt. ‘Dan zitten we zonder’. Ter geruststelling: een parochie heeft altijd een pastoor. Maar – en dat is waar – steeds vaker een pastoor op afstand of een pastoor die voor meerdere parochies of andere geloofsgemeenschappen verantwoordelijk is.

De eigenheid en de nabijheid van de pastorale zorg worden daarmee wel steeds belangrijkere aandachtspunten. Sommige mensen maken na de zondagsviering weleens een grapje met een pastoor: ‘Zo, uw werkweek zit er weer op’. Het is waar dat voorgaan in de Eucharistie en de bediening van de Sacramenten de kerntaken zijn van een priester. Vanuit zijn voorgaan in de liturgie geeft hij ook leiding aan de andere sectoren: diaconie, onderling pastoraat, kerkopbouw, catechese. Maar deze sectoren zijn óók de werkvelden van de geloofsgemeenschap zelf. Oftewel van de leken. Leken zijn niet minder gelovigen dan hun pastoor. Ook zij zetten zich voor de geloofsgemeenschap in vanuit hun geloof en vanuit hun geroepen zijn tot toewijding aan de kerk.

Het zijn juist de leken die de eigenheid,  pastorale nabijheid en de ‘kleur’ van de parochie kunnen  maken. Heel vaak zijn leken op veel terreinen deskundiger dan pastoors. Vanuit hun professionele achtergrond kunnen leraren beter catechese geven. Vanuit hun werk in de sociale dienstverlening zijn mensen diaconale medewerkers. Vanuit hun spirituele en liturgische vorming zijn leken in staat om de liturgie smaakvol en esthetisch verantwoord te verzorgen.

Heel veel leken voelen zich daartoe niet goed toegerust. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ‘geloofsvorming’ lange tijd in het slop is geraakt. ‘Er werd op school niets meer gedaan’. Dat is waar. Erger is: ‘thuis ook vaak niet’. Tegelijkertijd heeft de kerk sinds het Vaticaans Concilie een uitstekend vrijwilligerskader op het vlak van ‘het doen’.

Veel parochies ‘draaien’ op vrijwilligers. Vanuit de inspiratie van de zeventiger jaren zoals gespreksgroepen, bijbelgroepen en cursussen  spiritualiteit, zijn er nog steeds heel veel mensen aan het werk. Maar net als pastoors worden ook deze leken ouder. 

Gelukkig zijn er altijd veel meer leken dan priesters.  Op hun toewijding en dienstbaarheid  zal de kerk van morgen opgebouwd kunnen worden. Hoe nu verder……? Deze vraag is een vraag aan àlle gelovigen. Hoe zet ik mijn capaciteiten in?

De werkvelden: diaconie, onderling pastoraat, kerkopbouw en catechese vragen om meer dan allen het maar ‘het doen.’ Er is ook verdieping nodig, aankweken van vaardigheden en vooral leiding geven met overzicht.

Je zou dat kunnen samen vatten als ‘praktische theologie ’of ‘theologie vanuit de praktijk’.

Het is mijn overtuiging dat wanneer op deze werkvelden kundige leken aan de slag gaan een parochie een goede toekomst heeft. Zij zijn in staat de nodige binding en verbondenheid in het parochiële leven te verzorgen. In zekere zin is er een betrekkelijk gebrek aan priesters; er is een veel groter gebrek aan deskundige leken. 

Er zijn mooie slogans als: “Samen kerk” en “Kerk zijn wij allemaal”. Overal in de kerk van Nederland zijn mensen daarmee bezig. Vorming, toerusting en verdieping vragen om een stevige studie. Steeds meer verantwoordelijke leken beseffen dat je de parochie niet alleen aan pastoors en kapelaans kunt overlaten. Wij moeten het samen doen. Dan blijft de gemeenschap levendig, geïnspireerd en aantrekkelijk voor jongeren.

Parochiegemeenschappen staan niet in het luchtledige. Juist door de lekengelovigen zijn zij verbonden met  de samenleving en de maatschappelijke organisaties. Ook daar is de rol van de leken uiterst belangrijk: zij zijn de katholieke stem in de samenleving. In confrontatie met de NSB  schreef Anton van Duinkerken een gedicht. Ieder couplet eindigde met: “En daarom, meneer, noem ik mij katholiek!” Precies dat geluid kan een samenleving nodig hebben.

Onze bisschop ziet de belangrijkheid van een goed lekenkader. Hij heeft daarom het Sint Bonifatiusinstituut Den Bosch opgericht. Daarover een artikel verderop.

Pastoor Tom Buitendijk.  


Pastor Tom Buitendijk

Pastor Tom Buitendijk

Pastor Tom Buitendijk is pastor van onze parochie en is voorzitter van het parochiebestuur. Meer informatie en biografie »

0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *