We hoorden zojuist over het grote gebod van de liefde:

 

U zult de Heer uw God beminnen

met geheel uw hart, geheel uw ziel en geheel uw verstand,

en uw naaste als uzelf.

 

Dat zijn geen twee aparte geboden.

Zij zijn voor Jezus één en hetzelfde gebod.

God beminnen gaat nooit buiten jezelf en je naaste om,

en jezelf en je naaste beminnen gaat nooit buiten God om.

Daarvan getuigt Jezus wanneer hij duidelijk zegt:

 

In zoverre je barmhartigheid hebt betoond

aan één van je minste broeders,

heb je dat aan Mij gedaan.

 

In het evangelie van vandaag staat dus één groot liefdegebod centraal:

 

U zult de Heer uw God beminnen

met geheel uw hart, geheel uw ziel en geheel uw verstand,

en uw naaste als uzelf.

 

Dat is in feite in één zin de gehele Schrift,

de rest van de Schrift is uitleg daarvan.

 

‘U zult beminnen’, klinkt in onze oren makkelijk als een bevel.

Maar hoe kunnen we liefhebben op bevel?

En wat is dat voor een soort liefde dan?

 

Gelukkig gaat het hier niet om een bevel.

Er staat, in tegenstelling tot wat wij misschien horen,

geen imperatief, geen eis, maar een toekomende tijd.

Het beminnen waar het hier om gaat,

vloeit voort uit iets wat er aan voorafgaat.

Wat in de Schrift voorafgaat aan beminnen is: ‘horen’.

 

Hóór Israel, en u zult de Heer uw God beminnen

met geheel uw hart, geheel uw ziel en geheel uw verstand,

en uw naaste als uzelf.

 

Het beminnen van God, onze naaste en onszelf

is een logisch gevolg van het gaan horen naar Gods woord.

In het boek Exodus spreekt God tot ons:

 

Als jullie echt horen naar mijn stem,

dan zullen jullie mijn liefdesverbond bewaren.

Dan zullen jullie mijn heilig volk zijn.

Gaan wij echt luisteren naar wat God gelieft,

dan kan het niet anders dan dat wij zijn gelieven gaan voelen

en dat wij langzaam gaan groeien in zijn genadige liefde.

 

Het doen van zijn wil, van zijn gelieven,

  1. het beminnen van onze naaste als onszelf,

is eigenlijk het niet hinderen van Zíjn liefde,

door te luisteren naar zijn stem in ons, zijn Woord.

 

Gods liefde niet hinderen, zegt Jezus, is dit:

 

Als jullie barmhartigheid doen,

laat dan je linker niet weten wat je rechter doet,

opdat jullie barmhartigheid in het verborgene geschiedt;

en jullie Vader die in het verborgene ziet,

zal het jullie geven.

 

Barmhartigheid doen in Jezus’ ogen

komt voort vanuit de Vader die het ons geeft,

Onze barmhartigheid wordt ons gegeven vanuit de Vader.

 

Barmhartigheid van God uit geschiedt daar

waar wij luisteren naar zijn woord

en zelf niet bezig zijn met barmhartigheid te doen.

 

God werkt en maakt mij barmhartig als ik naar Hem luister.

Hij spreekt ‘wees barmhartig’ tot mij –

in mijzelf en in mijn naaste -,

telkens als hij ons aan geeft elkaar.

Het verschijnen van de ander op mijn weg

vraagt als vanzelf aan mij: ‘Wees barmhartig.’

 

Maar wat is dat dan, barmhartig zijn?

Dat heeft Jezus prachtig gezegd met de volgende woorden:

 

Alles, wat gij wilt dat de mensen voor u doen,

doet dat ook voor hen.

Dat is heel de Wet en de Profeten,

de uitleg van het grote liefdegebod.

 

Of, negatief geformuleerd:

 

Wat u niet wilt dat u geschiedt,

doet dat ook een ander niet.

 

Barmhartigheid van God uit begint helemaal niet

met plichten, bevelen, opdrachten of eisen.

Barmhartigheid van God uit wordt gewekt

in de ontmoeting met onszelf en onze naasten,

waarin als vanzelfsprekend – maar zonder woorden,

gevraagd wordt: wees alsjeblieft barmhartig voor mij.

 

Barmhartigheid van God uit geschiedt daar

waar wij gaan meebewegen met die stille stem

– die niet die van onszelf is, maar die opklinkt uit een appel –

een appel dat tot ons komt – ‘ik weet niet waar’ vandaan.

 

Barmhartigheid begint dus niet met het doen van een werk of 7 werken.

Barmhartigheid begint met het cultiveren van een houding:

een houding van echt horen naar God – in je naaste en in jezelf.

 

Barmhartigheid van God uit is het gaan meebewegen op een weg,

die niet wijzelf plannen of voor ons zien.

Het is het gaan van een weg die God met ons gaat,

en die van ons uit gezien

vraagt om een blind vertrouwen in zijn Naam: Ik ben met je.

 

Daarom bidt Thomas Merton:

 

Heer mijn God

Ik weet niet waar ik heen ga.

Ik ken de weg niet die voor me ligt.

Ik kan niet met zekerheid zeggen

waar hij zal eindigen.

 

Ook ken ik mezelf niet echt,

en als ik denk dat ik Uw wil volg,

dan betekent dit nog niet

dat ik dat ook werkelijk doe.

 

Maar ik geloof dat het verlangen om U te gelieven

U in feite ook gelieft.

En ik hoop in dat verlangen te leven

bij alles wat ik doe.

Ik hoop nooit iets te doen zonder dat verlangen.

Als ik dit doe dan weet ik

dat U mij zult leiden langs het rechte pad,

hoewel ik er misschien niets van begrijp.

 

Daarom zal ik altijd op U vertrouwen,

ook al lijk ik verloren en in de schaduw van de dood.

Ik zal niet bang zijn

want U bent steeds bij mij,

en U zult mij nooit aan mijn lot overlaten

om mijn gevaren alleen te doorstaan.

Categorieën: Overwegingen

Pastoraal werker Leon Teubner

Pastoraal werker Leon Teubner

Pastoraal werker Leon Teubner is pastoraal werker bij onze parochie. Hij is tevens verbonden aan het wetenschappelijke Titus Brandsma Instituut in Nijmegen. Meer informatie »

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *