Het verhaal van de gedaanteverandering van Jezus op de berg Tabor is zo beeldend, dat we gemakkelijk geneigd zijn dit verhaal als een voor onze ogen afspelende gebeurtenis, te beschouwen, als iets buiten onszelf. zoals een documentaire op de televisie.
Hier wordt echter óók iets verwoord van wat er aan je kan gebeuren, als je werkelijk contact maakt met de Schrift.
Jezus is voortdurend in contact met de Schrift met de woordenvan zijn Vader, en dat verandert Hem. Het maakt Hem transparant tot op God.
Jezus leert hier zijn leerlingen hoe ook zij transparant kunnen  worden op God, Hoe ook zij kunnen gaan leven in, met en vanuit God die Hij zijn Vader noemt. Dat is wat Hij hen en ons met zijn leven steeds voordoet: Hij laat de Vader in Hem spreken, Hij laat de Vader in Hem werken, en zo is Hij één met de Vader.
En met niet aflatende ijver probeert Hij zijn leerlingen en ons de ogen te openen voor dit leven in, met en vanuit de Vader.
Vandaag neemt Hij zijn leerlingen een hoge berg op. Hij leidt hen omhoog, in de richting van de hemel. Naar waar God verblijft, overdrachtelijk gezien. Hij is op die berg in gesprek met zijn leerlingen en legt hen de Tora uit, de boeken van Mozes, en de woorden van de profeten, hier in de persoon van Elia.
Jezus legt hen Mozes en Elia zo gezagvol uit, dat zij voor de leerlingen a.h.w. ín Jezus aanwezig komen, in Hem aan het licht komen, in zijn doen en laten, in zijn spreken en onderrichten. De leerlingen voelen zich in hun leergesprek met Jezus even één met Hem en met de Schrift en met de traditie, waarin zij met Hem staan.
Samen zoeken zij met Hem naar de betekenis van Gods woord, zoals dat tot hen komt in Jezus via Mozes en de profeten, Een betekenis voor hun eigen concrete leven met Hem en met de andere leerlingen.
Jezus leeft zijn leerlingen concreet voor hoe zij, datgene wat zijzelf dagelijks ervaren en meemaken, in gesprek moeten brengen met Gods woord in de Schrift. Door wat zij meemaken in gesprek te brengen met Mozes en Elia, en met Hemzelf, Hij die hun rabbi, hun leraar is. Niet met iedere leerling apart, maar samen met elkaar als leerlingen onder elkaar met hun leraar, in een leergesprek. En dat voelt goed. Zo goed, dat Petrus in dat gevoel wil blijven: Rabbi, laten wij drie tenten bouwen: een voor Jou, een voor Mozes en een voor Elia. Maar Petrus weet niet wat Hij moet zeggen. Hij stamelt maar wat voor zich uit van geluk. Nee, in, met en vanuit God leven gaat niet lukken als je het woord van God buiten jezelf probeert te houden, door het op te willen bergen in de tenten van je leraren. Nee, dat kan alleen als je zelf een tent wordt voor Gods woord. Daarom zegt God tegen de leerlingen en ons:
Hoor naar mijn beminde Zoon. Luister naar mijn woorden die Jezus tot jullie spreekt, zoals Hij luistert naar mijn woorden die Ik tot Hem spreek in Mozes en Elia. Luister zo naar mijn woorden in de Schrift dat Ikzelf binnen komen, in je oor, in je hart, in je spreken, doen en laten. Breng wat je vandaag ziet en meemaakt eerst in contact met hen door wie Ik mijn woorden tot je spreek. Doe dat eerst en vooral, en breng jezelf in gesprek met Mij, voordat je aan anderen gaat vertellen wat je overkomen is. En dat doen de leerlingen. Zij bespreken samen wat ze hebben gezien en overwegen wat die woorden van God die Jezus dan tot hen spreekt, toch kunnen betekenen:
‘dat de mensenzoon eerst uit de doden moet zijn opgestaan’.
Wij hebben afgelopen donderdagochtend in de bijbelgroep als leerlingen van Jezus ook die goddelijke woorden overwogen:
‘dat de mensenzoon eerst uit de doden moet zijn opgestaan.’
We deelden onze ervaring met elkaar, dat het samen lezen en overwegen van Gods woord af en toe een nieuw licht doet schijnen op ons leven, onze ogen even opent voor zijn werkzame aanwezigheid, ons even in contact brengt met die nieuwe mens in ons die ook transparant wil zijn tot op God, die nieuwe mens die wil leven in, met en vanuit Hem.
Maar ook de ervaring dat we daar niet in konden blijven, dat ook wij, net zomin als Petrus, dat geluk konden vasthouden. En toch: door de tijd heen, gebeurt het wel meer en meer. Samen sprekend kwamen we erachter, dat ‘uit de doden opstaan’ iets is wat in het leven zelf steeds weer opnieuw moet gebeuren. Want ‘uit de doden opstaan’ in ons leven betekent: élk hier en nu proberen te leven in, met en vanuit God. Dat is nooit een statisch gebeuren, iets wat je door toe-eigening kunt bezitten door het voor morgen op te bergen in een tent. Het is het gebeuren van een relatie, die je elke dag opnieuw weer moet aangaan. Totdat God zelf helemaal bezit van je neemt, zoals Hij ook gedaan heeft bij Mozes, en bij Elia, en bij Jezus en anderen. Dan zal de mensenzoon opnieuw uit de dood opstaan. Dan zal Gods Naam geheiligd zijn, zijn rijk gekomen. Dan zal zijn wil geschieden op aarde.

Hoe goed is het dan om hier samen te zijn.

Categorieën: Overwegingen

Pastoraal werker Leon Teubner

Pastoraal werker Leon Teubner

Pastoraal werker Leon Teubner is pastoraal werker bij onze parochie. Hij is tevens verbonden aan het wetenschappelijke Titus Brandsma Instituut in Nijmegen. Meer informatie »

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *