Inleiding

Van harte welkom in deze viering. Het thema van deze viering luidt: geloof òf politiek . Hoe dan ook is er een spanning tussen wereld en kerk; tussen Bijbelse opdracht en dagelijks handelen. Ons leven speelt zich niet af binnen een kerkgebouw; in de alledaagse leefwereld moeten wij laten zien wat christen –zijn concreet betekent. Dat kan best weleens spannend zijn. Willen we aan het begin van deze viering in stilte na denken over onze manier van christen-zijn vandaag.

Openingsgebed

God, U bent onze Heer en niemand anders. Help ons oprechte en onkreukbare christenen te zijn in deze tijd. Dat wij ons niet blind staren op geld en goed voor onszelf alleen. Dat wij het algemeen welzijn zijn toegedaan en mensen in nood willen helpen. Mogen wij zo gelijken op Jezus uw Zoon die het levende beeld is van menslievendheid. Door Christus onze Heer.

Gebed over de gaven

Goede God, wereldwijd nodigt u mensen uit aan uw tafel. Mogen wij met alle mensen in vrede en gerechtigheid uw gaven delen. Geef dat wij door uw gaven gesterkt een wereld opbouwen waarin het voor alle mensen goed wonen is. Door Christus onze Heer.

 

Slotgebed

God, uw zorgzame goedheid strekt zich wereldwijd uit. Maak ons bereid ons met toewijding en goedgeefsheid in te zetten voor een samenleving waarin alle mensen kunnen opbloeien en gelukkig zijn.  Mogen wij in Jezus’ Geest voor elkaar beelddragers van God zijn. Dat Gods menslievendheid weerspiegeld wordt in ons gelaat. Door Christus onze Heer.

Overweging

We komen vandaag in de lezingen twee wereldheersers tegen. De ene is koning Cyrus van Perzië ; de ander is keizer Tiberius  te Rome. Cyrus heerste 550 jaar vòòr Christus over het geweldig grote Perzisch Rijk in het Midden Oosten. Alle landen waarvan we dagelijks de ellende op de televisie zien, horen daartoe : Syrie, Jordanië, Israël , Irak en Iran. Vorige koningen hadden alle volkeren van hun eigen woonplaats verdreven. Ook de joden moesten in ballingschap en leefde ver van hun vaderland. Het Rijk was een mengelmoes van volken, stammen en talen.  Al die volkeren hadden een eigen godsdienst. Van al die godsdiensten was de godsdienst van de joden wel het meest eigenaardig: ze kenden slecht één God en van die éne God was er géén beeld.  De joden vermeden angstvallig hun godsdienst met die van anderen te vermengen.  De joden hadden één grote wens: terug te mogen keren naar Jeruzalem, de stad waar eens de tempel stond en naar het kleine staatje Judea, het beloofde land.
Cyrus was een wijze en vredelievende koning. Zijn voorgangers hadden alle volkeren door elkaar geschud en naar vreemde gebieden verbannen.  Het kostte enorm veel moeite om alle verdreven volken rustig te houden. Het militaire apparaat wat daarvoor nodig was  vroeg handen vol geld. Met zware belastingen moest dat betaald worden. Vanwege de belastingdruk waren er dan ook veel onrusten. Cyrus besloot de volkeren naar hun landen te laten terug gaan.
De profeet Jesaja zegt in de eerste lezing van vandaag dat  het God is die Cyrus geroepen heeft om het joodse volk terug te laten gaan. Want: “Ik ben de Heer, en niemand anders! Buiten Mij is er geen God”.
Koning Cyrus is een instrument in Gods hand. Het is God die alles leidt. 30 Jaar na Christus – 600 jaar later – is er een ander groot Rijk:  het Romeinse keizerrijk. In dat Romeinse keizerrijk heeft dat kleine staatje Judea een aparte plaats. De keizer van Rome had daar een bevriende Jood tot koning gemaakt, koning Herodes, en in de stad Jeruzalem zat ook nog landvoogd Pilatus. Ondanks de stevige bezetting bleef het grootste deel van de joodse bevolking onrustig, opstandig en soms zelfs gewelddadig. De tollenaars die de belastingen inden, werden alom gehaat. De joodse religieuze leiders verboden de bevolking afbeeldingen van de keizer te hebben.  Keizer Tiberius die zichzelf een Godheid waande voelde zich door dat kleine joodse staatje voortdurend belachelijk gemaakt. Alleen daar, op dat plekje in de wereld, werd zijn goddelijke heerschappij niet erkend.
De joodse religie en de politieke werkelijkheid staan op gespannen voet met elkaar.  In deze wereld vol spanningen en conflicten verkondigt Jezus het Rijk van God. Er is een samenleving mogelijk die niet gebouwd is op politieke macht  of op religieuze overheersing. Er is een samenleving mogelijk van mensen die allereerst luisteren naar wat God voor mensen wil en die dan daarnaar gaan handelen. En wat God wil is dit: dat je een integer mens bent; dat je  trouw bent aan God je Vader ; dat je gerechtigheid beoefent; dat je in liefde en vrede leeft; kortom dat je nederig wandelt met je God.
De oprechte en eerlijke geloofsverkondiging van Jezus roept weerstand op. Allereerst bij de  joodse religieuze leiders – de farizeeërs : door nauwgezette handhaving van geboden en verboden proberen ze macht over mensen uit te oefenen. Wie de regels niet goed kan onderhouden, telt niet mee en wordt uit de synagoge gezet. Jezus zegt: God kijkt naar het hart van de mens en naar zijn goede wil. God vergeeft en geeft nieuwe kansen.  Ook zondaars en tollenaars kunnen tot het Rijk van God behoren. Zo’n barmhartige God willen de leiders niet ; liever een God die duidelijk zijn Wet handhaaft.  En die Wet leggen zij dan wel uit.
Jezus krijgt ook te maken met de aanhangers van koning Herodes.  Jezus roept op tot gerechtigheid en vrede. Herodes kan alleen maar regeren door vriendjespolitiek en geweld. Hij heeft Joannes de Doper laten onthoofden. Jezus noemt hem een sluwe vos. De Herodianen hebben hun macht te danken aan de keizer en aan Pilatus. Pilatus dwingt van het gewone volk de belasting af om de bezetting te betalen.
Jezus die onkreukbaar is en de weg van God leert zonder de mensen naar de ogen te zien, roept daardoor bij beide groepen weerstand op. Ze sluiten een monsterverbond om Jezus onschadelijk te maken. Ze hebben een manier gevonden. Iedereen moet belasting betalen. Ook Jezus en zijn leerlingen. “Is het geoorloofd belasting te betalen aan de keizer of niet” Als Jezus ‘neen’ zegt , zeggen de Herodianen dat hij opstand preekt; Als Jezus ‘ja’ zegt, zeggen de farizeeërs dat Hij God verloochent. Jezus kan geen kant uit, denken ze.   Kan jezus geen kant uit? Wie zelf  onkreukbaar is, is zeer gevoelig voor de valsheid van anderen.
Jezus weigert op de vraag in te gaan, maar geeft een antwoord dat ons vandaag aan de dag doet nadenken. Jezus vraagt: “Laat zo’n munt eens zien?”  Verbazingwekkend genoeg hebben ze zo’n munt. Ze betalen dus toch belasting!  Maar daar gaat Jezus niet op in: “Wiens kop staat erop? ”. “Van de keizer”. “Laat de keizer zijn munten maar houden, maar  geef aan God wat aan God toekomt?” Waar kunnen we de kop van God zien om het zomaar eens te zeggen? Wie draag zijn beeld?  Dat is toch het gelaat van een andere mens? Het gelaat van de mens die geschapen is naar Gods beeld en gelijkenis. Wat komt aan God toe?  Dat is toch dat wij in iedere mens, wie die ook is,  Gods beeld eerbiedigen! Dat is toch dat wij iedere mens de kans geven om meer zichzelf te worden en daardoor meer beeld van God te worden! Geen keizer, geen koning, geen politicus, geen kamerlid, geen profeet,  geen paus, geen bisschop en zeker geen  pastoor heeft het recht het beeld van God in een ander te beschadigen. Geen mens mag een ding worden voor de ander; geen mens mag onder geschoffeld worden door een ander. In ieder mens moet Gods beeld gerespecteerd worden.  Ook in de meest beschadigde mensen mogen we Gods beeld zoeken.
Eigenlijk zegt Jezus: laten politici hun gang maar gaan. Tegenhouden kun je ze niet.  Maar van jullie die mijn volgelingen zijn verwacht ik iets anders. Ik verwacht dat jullie aan God geven wat aan God toekomt.  Jullie moeten wereldwijd de hoop leven houden dat het anders kan. Jullie zijn de dragers van de menselijkheid.  Jullie zijn instrumenten in Gods hand.  Jullie zijn christenen, gezalfde mensen. Betaal eerlijk je belasting voor het algemeen belang en blijf op komen voor het beeld van God dat in iedere mens zichtbaar kan worden.   Zijn wij in het dagelijkse leven van die gezalfde mensen? Zijn wij integere christenen?

 

Pastor

Bidden wij tot de ene God, buiten wie er geen andere godheid is .

Lector  : Wij bidden voor de komende regering die sociale en politieke verantwoordelijkheid draagt. Dat niet groepsbelang, maar het welzijn van allen hun drijfveer is. Maak hen tot betrouwbare en oprechte mensen die dienstbaar willen zijn aan het landsbelang.

S t i l t e Laat ons bidden.

 

Lector: Wij bidden voor de kerk die wij samen vormen. Dat wij in alle politieke omstandigheden allereerst de menselijke waardigheid willen dienen.  Dat wij in ieder mensenkind Gods beeld willen zoeken. Dat wij U, o God, eerbiedigen door niemand in de steek te laten die onze zorg nodig heeft.

S t i l t  e Laat ons bidden.

 

Lector:  Wij bidden u voor onszelf. Dat wij in de complexe samenleving waarin wij wonen de juiste keuzes maken in doen en laten. Dat wij ons oog gericht houden op uw komende Rijk en wegen vinden dit op te bouwen. Mogen wij wanneer wij uitgedaagd worden sterk staan in onze principes en niet versagen.

S t i l t  e Laat ons bidden.

 

Lector: Wij bidden voor onze geloofsgemeenschap van Titus Brandsma. Voor de zieken in onze kringen. Om goed moed. Voor Nora Niesink die vanmiddag gedoopt wordt. Dat zij een blije en gelukkige christen mag worden. Voor onze eigen intenties bidden wij, Om verhoring van deze gebeden op voorspraak  van de Z. Titus Brandsma.

S t i l t  e Laat ons bidden.

 

Pastor

Goede God, wij willen geven wat u toe behoort. Een wereld waarin mensen in liefde en vrede wonen. Geef ons de kracht daartoe door Christus onze Heer. Amen.

 

 

Categorieën: Overwegingen

Pastor Tom Buitendijk

Pastor Tom Buitendijk

Pastor Tom Buitendijk is pastor van onze parochie, vormt samen met pastoraal werker Leon Teubner het pastoraat, en is voorzitter van het parochiebestuur. Meer informatie en biografie »

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *