Jezus onderricht zijn l.l. veel over de relatie tussen hen en God.

Hij spreekt over die relatie bijna altijd d.m.v. gelijkenissen.

Dan spreekt Hij vaak over wat Hij noemt: het koninkrijk der hemelen.

 

In die vele gelijkenissen probeert Hij ook onze ogen te scherpen

voor de relatie met God waarin en waaruit wij leven,

en hoe het koningschap van God in ons leven tot gestalte kan komen

en hoe wij dit vaak ongemerkt en uit onwetendheid verhinderen.

 

Zijn gelijkenissen zijn voor ons hier en nu bedoeld.

Zij gaan niet over anderen van 2000 jaar geleden.

Zij willen besef en wijsheid in ons wekken,

opdat God met ons zijn weg kan gaan.

 

Gelijkenissen zijn geen krantenberichten

die gaan over objectieve feiten en gebeurtenissen.

Vaak geven zij twee wegen aan:

de weg met God en de weg zonder God.

 

Vorige week was er de gelijkenis van de bruidsmeisjes:

Vijf wijze meisjes gingen hun weg met het woord van God

en vierden met Hem de bruiloft;

vijf dwaze gingen hun eigen weg zonder zijn woord,

Zij vergaten Gods woord mee te nemen en werden door Hem niet gekend.

 

Zo kennen we ook de gelijkenissen van de jongste en de oudste zoon,

die van het graan en het onkruid op de akker,

en die van de werkers van het eerste en laatste uur.

Al die gelijkenissen tonen ons twee wegen:

 

Hoe we kunnen meebewegen op de weg die God met ons gaat –

een weg die ten leven is, ook al gaat Hij met ons doorheen lijden en dood;

en anderzijds hoe je beweegt op de weg die jij zelf wilt gaan met God –

een weg die ten dode is, ook als die voorspoed, eer en status oplevert.

 

Gelijkenissen nodigen ons uit er met aandacht binnen te gaan

om er de twee wegen te smaken en te herkennen in ons eigen leven.

Zij houden ons een spiegel voor omtrent de weg die wij meestal gaan

– niet om ons door de mand te laten vallen -,

maar om ons vrij te maken voor de weg van God met ons.

Zo ook de gelijkenis van vandaag: die over de talenten.

Twee wegen worden ons voorgespiegeld:

Die van de vijf en van de drie talenten werken mee

met wat God hen geeft aan levenskracht,

inzicht, vermogen en grenzen.

En die met het ene talent die niet met Hem meewerkt,

maar het gegeven talent met God in de aarde begraaft

en op eigen kracht, inzicht en vermogen zijn leven leeft.

Hij eigent zich het leven toe als was het van hemzelf.

Het springende punt in deze gelijkenis is niet

dat een mens op zichzelf en los van God zou moeten werken,

om zo op eigen kracht de hemel te verdienen

en in te gaan in de vreugde van de Heer.

 

Het gaat erom dat wij al werkende met Hem in relatie blijven

zoals Jezus ons met zijn leven daadwerkelijk heeft voorgedaan.

Wijzelf zijn niet de bron van onze kracht, inzicht en vermogens.

God schenkt aan ons zijn kracht, inzicht, vermogen en grenzen.

 

Hij schenkt ze aan ieder van ons, elk moment van ons leven,

en wel in de begrensde hoeveelheid die Hij bepaald.

Hij alleen is de bron van alle leven en werken.

 

Meester Eckhart, een 13e eeuwse dominicaan en mysticus,

verwoordt dit heel puntig als hij zegt:

 

Als de timmerman niet werkt,

wordt het huis niet.

God en ik zijn één,

Hij werkt en ik word.

 

God werkt Zichzelf uit in zijn talenten

die Hij in ons wekt en doet groeien.

Zo komt God zelf tot gestalte in mijn wording

en groeien wij tot zijn gelijkenis.

 

Wij leven geen moment uit eigen kracht in zijn schepping,

wij leven maar binnen de mogelijkheden en grenzen

die Hij ieder van ons geeft en waarin Hij

in onze gegevenheid tot gestalte wil komen.

 

Zeggen wij daar ja op, dan gaan wij de weg

van de trouwe dienaren in de gelijkenis.

Dan komt God in onze talenten tot gestalte

en gaan wij binnen in de vreugde van onze Heer.

 

Hij leeft zich dan op vruchtbare wijze uit in ons

en wij zullen vruchtbaar zijn en leven in overvloed.

 

Zeggen wij daar nee op en ontkennen wij

Gods werkzame aanwezigheid in en onder ons,

dan gaan wij de weg van de ontrouwe en nutteloze dienaar.

Dan komen wij niet aan in de vreugde van onze Heer

maar treffen wij ons telkens weer aan in geween en in duisternis.

 

Dat betekent niet dat we stil in een hoekje moeten gaan zitten

en dat God buiten ons om zijn koninkrijk wel zal stichten.

Dat wij niets moeten doen en Hij alles alleen.

 

Nee, dat betekent dat wij moeten stoppen

met proberen mooi viool te spelen voor God

en ons aan Hem geven als een viool in zijn handen.

Dat betekent dat wij met Maria onszelf aanbieden aan Hem

en zeggen:

 

Zie mij,

de dienstmaagd van de Heer,

mij geschiede naar jouw woord.

 

Als we dat doen, dan zullen we een stuk onbezorgder

samen kunnen werken met elkaar

en met alles wat op onze weg gegeven wordt

aan gezondheid en ziekte, leven en dood.

 

Maar laat bij dat alles dít steeds onze belangrijkste zorg zijn:

dat wij in relatie met de Vader proberen te blijven

in al ons denken en spreken, doen en laten.

Hij weet immers wel wat wij nodig hebben.

 

Zoek zijn koninkrijk, elke dag, in al je doen en laten,

en alles zal je daarbij gegeven worden

– in overvloed.

 

Niet dit gebouw, niet deze liturgie,

noch een moreel hoogstaand leven uit eigen kracht,

is het wat ons tot Christenen, tot volk van God maakt.

 

Wat ons tot zijn volk maakt is enkel dit:

samen in relatie leven met God en met elkaar

en Hem laten werken door mee te bewegen met Hem.

 

Laten wij in al ons doen en laten God ontvangen en werken,

dan zullen wij vruchtbaar leven in overvloed

en samen binnengaan in de vreugde van onze Heer

Categorieën: Overwegingen

Pastor Leon Teubner

Pastor Leon Teubner

Pastoraal werker Leon Teubner is pastoraal werker bij onze parochie. Hij is tevens verbonden aan het wetenschappelijke Titus Brandsma Instituut in Nijmegen. Meer informatie »

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *