Met de liefde die de Vader mij toedraagt,

heb ik jullie lief, zegt Jezus.

 

De Vader heeft Jezus lief.

En Jezus heeft ons lief

met de liefde van de Vader.

 

God is liefde en alle liefde komt van God,

zegt Johannes in zijn 1e brief.

Met die liefde, zegt Jezus tot ons, heb ik jullie lief.

 

We kunnen dit liefdesspel van God en Jezus met ons

vergelijken met een bron en een rivier.

 

De Vader is de Bron van alle liefde.

Jezus is als een rivier aangesloten op deze Bron.

Door te drinken aan deze Bron van liefde,

door de woorden van de Vader in de Schrift te overwegen,

wordt Hij één en al wat Hij drinkt: liefde.

 

En al drinkend aan deze Bron van alle liefde,

laat Hij die liefde door zich heen uitstromen naar ons.

Hij houdt de liefde van de Vader niet vast voor zichzelf alleen,

maar geeft haar onvoorwaardelijk en om-niet

aan alles en iedereen wat Hij op zijn weg tegenkomt.

 

Met de liefde die de Vader mij toedraagt,

heb ik jullie lief.

Blijf in mijn liefde.

 

Jezus geeft aan ons de opdracht om één te blijven

in die liefde van de Vader die Hij aan ons doorgeeft.

Blijf in mijn liefde, die de liefde van de Vader is.

Ja, die de Vader zèlf is.

 

Want God is liefde en alle liefde is uit God.

Verblijf daarin, zegt Hij ons, en wel zó,

dat je met elkaar en met Mij verbonden blijft.

Verblijven in deze liefde doe je, zegt Jezus,

als je naar mijn woorden hoort en ze bewaard:

 

Als jullie mijn geboden bewaren,

zullen jullie één blijven met mijn liefde,

zoals ik de geboden van mijn Vader heb bewaard,

en één blijf met zijn liefde.

 

Net zoals bij de liefde is het ook met de geboden.

Jezus bewaart de geboden van zijn Vader,

door zich met zijn leven daar voor in te zetten.

En zo zullen ook wij de geboden van de Vader

met ons concrete leven bewaren:

door ons in te blijven zetten voor elkaar.

 

Want alleen dan verblijven wij in Góds liefde,

en blijven wij één met Jezus en met elkaar.

 

Wat zijn nu de geboden van Jezus en zijn Vader?

Jezus zegt het nadrukkelijk hier en elders:

 

Dit is mijn gebod:

dat jullie elkaar liefhebben.

 

Dat wij elkaar liefhebben – is zijn gebod

zoals wij worden liefgehad door Hem en door de Vader.

 

Het is geen nieuw gebod dat Jezus ons hier geeft.

Dit is het grote liefdegebod uit Deuteronomium,

dat geheel de Schrift samenvat:

 

Hoor Israël, Jahwe onze God is één!

Gij zult Jahwe uw God beminnen met heel uw hart,

met heel uw ziel en met al uw krachten -,

en uw naaste als uzelf -, voegt Jezus toe.

 

Elkaar liefhebben begint hier niet met liefhebben.

Nee, dat begint heel verrassend met: horen.

 

Hoor Israël, en je zult beminnen met heel je hart,

met heel je ziel en met al je krachten.

 

De liefde van God, die voorafgaat aan al ons liefhebben,

en er ook de Bron van is,

komt niet voort uit onszelf, maar wordt gewekt

in het hóren naar de woorden van de Vader.

 

Hoor, zegt Jezus tot vandaag tot ons,

naar deze woorden die Ik van de Vader heb gehoord:

 

De grootste liefde die iemand zijn naaste kan betonen,

bestaat hierin dat hij zich met zijn leven voor hem inzet.

 

Als je dit enkel hoort als een gebod of morele opdracht,

dan krijg je een heel zwaar juk opgelegd,

een onmogelijke verplichting die niet te doen is.

 

Dit kan alleen maar geschieden als we gaan voelen,

dat niet wij op onszelf in staat zijn tot liefhebben.

 

Dat wij gaan zien dat niet wijzelf

– en ook Jezus niet –

de bron van die liefde is,

maar dat de Vader zichzelf geheel en al

als liefde in ons uitgiet.

 

Wij worden al bemind van onze geboorte af,

nog vóór ook wij maar gingen beminnen.

En tot op de dag van vandaag heeft de Vader ons lief,

onvoorwaardelijk en om niet, zo hoorden we bij Jesaja:

 

Komt allen die dorst hebt, hier is water;

en gij, die geen geld hebt, komt,

koopt koren en eet zonder geld,

en drinkt zonder betaling wijn en melk.

 

Zo gaat de Vader ons voor in de grootste liefde die wij kunnen betonen.

De Vader immers zet zich met zijn liefde in voor ieder van ons.

Zonder reden, zonder onze verdienste, onvoorwaardelijk en om-niet.

Hij kan niet anders: want Hij is liefde en alle liefde komt uit Hem.

 

Wij, op onszelf, kunnen niet onvoorwaardelijk en om-niet beminnen.

Gelukkig is de Vader er, alle dagen van ons leven.

Wij hoeven slechts te drinken aan die bron van liefde die Hij is,

en, net als Jezus, die liefde door ons heen te laten stromen

uit te laten stromen naar wie we op onze weg tegenkomen.

 

We hoeven geen moment bang te zijn ooit zelf iets tekort te komen,

want de Vader houdt nooit op zichzelf aan ons te schenken.

Als wij dat aandurven, mondjesmaat, dan zullen wij groeien in liefde.

 

Beter gezegd: dan zal de Vader in ons tot gestalte komen

zoals Hij ook in Jezus’ leven en zelfgave tot gestalte kwam.

Dan zal zijn koninkrijk naderen hier onder ons op aarde.

Niet uit onze kracht, maar door ons heen uit zijn kracht.

 

Want: van U is het koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid, amen.

Dan worden wij met Jezus deelgenoot aan de vreugde van de Vader,

en zal onze vreugde volkomen zijn.

 

Met de liefde die de Vader mij toedraagt,

heb ik jullie lief – zegt Jezus.

Blijf in mijn liefde.

 

Jezus dronk aan de Bron van alle liefde: het woord van zijn Vader.

Dat ook wij meer en meer ons laven aan die Bron van levend water,

door samen het Woord van de Vader in de Schrift te overwegen,

en meer en meer op Hem mogen gaan gelijken:

onvoorwaardelijk uitstromende liefde voor elkaar en al wat is.

Categorieën: Overwegingen

Pastoraal werker Leon Teubner

Pastoraal werker Leon Teubner

Pastoraal werker Leon Teubner is pastoraal werker bij onze parochie. Hij is tevens verbonden aan het wetenschappelijke Titus Brandsma Instituut in Nijmegen. Meer informatie »

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *