28 januari 2018 Viering in de Paaskerk. Gebedsweek voor de eenheid.

Zusters en broeders in Christus, in deze gebedsweek voor de eenheid van christenen laten we ons inspireren door de Raad van Kerken van de Cariben.
Ik weet niet of u weleens op de kaart van de Cariben gekeken hebt. Ik heb het nu wel gedaan en ik heb me verbaasd over de hoeveelheid landen die erbij horen. Onze koningsrijkdelen Sint Maarten, Bonaire, Saba en St. Eustatius horen erbij evenals de landen binnen het Koninkrijk Curaçao en Aruba. En ook Cuba, Haïti, Suriname, de Maagdeneilanden, Bermuda, Jamaica enz. Het is een ontzettend veelvormig gebied en toch een eenheid.
Al die landen kennen we om een andere reden dan dat ze bij de Cariben horen. Cuba vanwege de sigaren; Jamaica vanwe-ge de rum; Haïti vanwege de armoede en de natuurrampen; Bermuda vanwege een geheimzinnige driehoek in zee en de shorts; de Maagdeneilanden vanwege de corruptie en als be-lastingparadijs.
Wat al die landen bindt is de koloniale geschiedenis vanaf 1500 èn een gezamenlijke oorsprong die verloren is gegaan door vernietiging van de eigenlijke bewoners.
Cariben is de naam van een Indianenvolk dat niet meer be-staat. De eilanden zijn Nederlands, Frans, Engels , Spaans, Deens en Amerikaans geworden.
Veel van de huidige bewoners zijn afkomstig van slaven die door Europeanen uit Afrika en Azië zijn gehaald en verhandeld. De bevolking is sindsdien grotendeels Afrikaans, Chinees, Eu-ropees en Indiaas ( uit India). Het is één grote mengelmoes van mensen van zeer verschillende afkomst.

Van de huidige bevolking is 1,4 miljoen christen. Deze christe-nen hebben zich rond 1970 verenigd hebben in een Caribische Raad van Kerken. Deze Raad heeft zichzelf in 1983 als op-dracht gegeven: “ Het bevorderen van oecumene en van socia-le verandering in gehoorzaamheid aan Jezus Christus en in so-lidariteit met de armen.”
In deze opdracht proeft u de dynamiek van de verandering,
de concentratie op het helend en genezend handelen van Je-zus, de concrete navolging van Hem door de band met de ar-men aan te gaan. Weinig theo- logie maar veel theo – praxie.
Leer vàn of óver God ontvangt zin en betekenis vanuit wat God voor ons doet en wij in Gods Naam voor elkaar doen.

Deze Caribische Raad heeft deze viering van vandaag voorbe-reid met als kernthema “Recht door Zee”. Dat thema halen ze uit de eerste lezing uit Exodus. Uit het lied dat Mozes en Mir-jam aanheffen na de doortocht door de Rode Zee. Het is DE gebeurtenis, DE daad van God waardoor dat slaven-volk van Hebreeuwse stammetjes in Egypte geworden zijn tot het éne volk van God. Je kunt het zo voor je zien:

Tussen het machtige Egyptische leger – paard en ruiter – en de watermassa van de Rode Zee staat daar het troepje vluch-telingen dat een uitweg, een exodus, zoekt uit het slavenbe-staan. Zal God hen helpen? Zal God die hen wegroept er ook nu zijn?
Wanneer splitst het water zich zodat zij Recht door Zee kun-nen? Toen Mozes zijn hand uitstrekte over het water? Toen de wind opstak en het water tot een muur blies? Het verhaal zegt dat het water zich splitste toen een kind zijn voetje in het water zette. Toen week het water. Een pad Recht door Zee kwam vrij. Gods werkzaamheid wordt gewekt door een daad van geloof: Theo-praxie.

Recht door Zee is niet alleen een plaatsbepaling tussen wa-termassa’s door. Recht door Zee is ook een houding: een hou-ding van open en eerlijk elkaar tegemoet treden, een confron-tatie aangaan, elkaar onbevangen kunnen aankijken.

De Caribische christenen herkennen zich in het bevrijdingsver-haal van Israël. Van harte zingen zij het lied mee. Fier en vro-lijk zingen zij van hun bevrijd bestaan.
Bevrijd van …. van machten die hun dwingen en binden….. vrij van koloniale overheersers … vrij van mensen die onze voor-ouders zijn. Kunnen wij met dit koloniale verleden dat deel van onze geschiedenis uitmaakt, hen Recht door Zee tegemoet gaan?
Of zouden wij beschaamd en nederig ons hoofd moeten buigen vanwege zwarte bladzijden in onze geschiedenis? De discus-sie over de Coentunnel, het Mauritshuis en Zwarte Piet lopen hoog op. Zij leiden méér tot verharding van standpunten dan tot begrip van elkaar. En vooral leiden zij tot het minder ver-staan van de geschiedenis die niet terug te draaien is.

Als wij lezen dat Gods rechterhand bevrijding brengt, kunnen wij ons met Caribische christenen verheugen. Maar als we le-zen dat Gods rechterhand de vijanden verpletterend verslaat, moeten we dan denken aan onze voorouders en aan ons zelf die hun nakomelingen zijn?

Ook al heeft onze generatie het niet gedaan, we mogen ons toch niet helemaal schuldloos voelen. Voor onze welvaart heb-ben hun voorouders geleden. We delen een stukje geschiede-nis waarvan zij zich bevrijd voelen en waardoor wij ons belast weten.

Op dit moment zijn er vormen van neokolonialisme, zelfs vor-men van concrete slavernij die even ernstig of zelfs ernstiger zijn dan het verleden. Wat wij hier niet durven doen, laten we daar gebeuren en wij profiteren ervan. Kinderarbeid en onder-betaling van werkers zijn aan de orde van de dag. De econo-mische uitbuiting door de vrije markt maakt nu net als toen da-gelijks slachtoffers.

De vraag kan ook anders klinken: zou Gods Rechterhand niet onze beschaamde en vernederde hoofden kunnen opheffen? Zou God het mogelijk kunnen maken dat wij met onbezwaard hart en met een open oog onze van slavernij bevrijde zussen en broers kunnen ontmoeten?

Aan de rand van de Rode Zee stond een kind dat zijn voet in het water stak….door dit geloof kon Gods Daad geschieden. Vanaf de Caribische eilanden steken kinderen vanuit hun ar-moede en honger hun handen uit …… als wij dit zien, kan God dan in ons Zijn daad beginnen…. ? Gelooft u net als die kin-deren daar in theo- praxie?
Wij mogen onze hoofden nooit zo ver naar beneden houden dat wij deze handjes niet zien. Dan wordt onze beschaming over toen tot een schande van vandaag.

Het lijkt mij dat de Raad van kerken van de Cariben ons een handreiking doet en daarmee onze hoofden opheft. “Laten we samen kijken naar een hedendaagse manier van christen –zijn in gehoorzaamheid aan Jezus Christus”.

Hoe vernederend en mensonwaardig de geschiedenis door ons voor hen geweest is, toch zijn de Caribische christenen blij en dankbaar het verhaal van Israël en van Jezus ontvangen te hebben. Doordat zij de troostende en bevrijdende kracht van dit verhaal van God en mens in hun eigen bestaan beleven, zijn zij in zekere zin onze leermeesters in Bijbel lezen gewor-den.

Wij westerse mensen vragen : is het waar? hoe kan dat? met hoeveel en wanneer? Daardoor scheppen wij een afstand tus-sen ons als lezer en de verhaalde gebeurtenis.
Caribische mensen lezen die verhalen als gebeurtenissen die heel direct hun hart raken en die in eigen leven toepasbaar zijn. “ Wij zijn op doortocht. Wij zijn bevrijd. Wij zijn Gods kin-deren. Wij worden door Gods Geest geleid. Wij delen in Chris-tus lijden. Wij delen in Zijn heerlijkheid. Ook als de dood over ons komt, dan staan we op. Wij zijn de dochter van synagoge-overste Jairus, Wij kennen zijn verdriet. Wij kennen zijn vreug-de om genezing”.

Wat zou dat direct op eigen leven toepassen van een Bijbel-woord voor ons betekenen? Kunnen wij bijvoorbeeld een woorden als slavernij op ons zelf toe passen?

Kunnen wij toegeven dat onze collectieve verslaving aan geld, meer geld en nog meer geld de armoede in vele delen van de wereld bevordert? Zolang wij niet bevrijd zijn van de waan dat onze economie moet groeien, zullen we nooit tot eerlijk delen komen.
We zijn verslaafd aan onze gezichtshoek waaronder we alles bekijken. Wij denken dat wij vanuit Europa aan de rest van de wereld universele waarden moeten leren. Gelijkwaardigheid, vrijheid en democratie. Wanneer wij eisen dat anderen deze waarden direct tot de hunne maken, dan schieten we te kort in broederschap en zusterschap, in fijngevoeligheid en in hoffe-lijkheid. Is dat zelfs niet een vorm van neokolonialisme?

Kunnen wij ook vanuit de gezichtshoek van de Caribische Raad van kerken kijken wat “in gehoorzaamheid aan Jezus Christus” voor ons betekent? Gehoorzaamheid heeft te ma-ken met ho- rig – heid. Ik luister en ik hoor naar Hem bij wie ik hoor en aan wie ik toebehoor. Horigheid als knechtschap aan Jezus. Wat vraagt Jezus anders om te doen dan wat Hij ons heeft voorgedaan? Jezus vraagt ons het dodelijke te overwin-nen en het leven te bevorderen
Veel mensen in de Cariben lijden onder sociale misstanden, hardnekkige armoede en sociale ontworteling. Drugs, geweld, Aids zijn haast onoplosbare problemen. De kerken zien dit als een enorme opgave waar ze heel hun kracht voor inzetten. Het lijkt wel of de samenleving daar – terneergeslagen en versuft – ten dode is opgeschreven. De kerk die in Jezus gelooft, weet: net zoals het dochtertje van Jairus is deze maatschappij niet dood maar slaapt. De goede krachten hebben een handreiking nodig.
Zijn wij in – gehoorzaamheid aan Jezus- bereid die hand te rei-ken ? Kiezen wij in Jezus ‘voetspoor voor solidariteit met de armen? Geloven wij dat wanneer wij de hand van een honge-rig kind vullen wij een nieuwe broodvermenigvuldiging op gang kunnen brengen? Zo’n kind hoopt en gelooft dat.

Kunnen wij als wij de Caribische mensen “Recht door zee” op ons afkomen met hun vragen en noden hen “Recht door zee” tegemoet treden?
Als wij bereid zijn hun diaconaal werk tot opbouw van de ge-meenschap te steunen, als wij bereid zijn hoopvol de liederen Gods reddende kracht en bevrijding mee te zingen, dan zullen ze ons zeker welkom heten en ons met open armen begroeten.
Als onze theologie ook theopraxie insluit kunnen wel elkaar recht door zeer tegemoet gaan.

Voorbede

Goede God, u in Jezus een beweging van liefde onder de mensen begonnen bent, help ons door oecumenische betrekkingen deze be-weging te doen stromen in de wereld van vandaag.
Dat wij als christenen daadkrachtige dienaren zijn die het leven bevor-deren ; dat de woorden van genezing en bevrijding direct ons hart ra-ken en ons zo maken tot opgewekte en opwekkende mensen.
S T I L T E Laat ons bidden.

Goede God, voor de kerken in de gemeente Oss.
Dat wij wegen vinden om samen te werken aan de beleving en ver-spreiding van het evangelie.
Dat wij door dienstbaarheid sacrament van heil zijn voor de samenle-ving.
Help ons de humaniteit te behoeden wanneer die wordt bedreigd.
S T I L T E Laat ons bidden.

Goede God, voor mensen in onze geloofsgemeenschappen
voor wie het leven moeilijk is vanwege ziekte, vanwege verlies van dierbaren, vanwege eenzaamheid en tegenslag.
Help ons elkaar de hand te reiken en te doen opstaan.
S T I L T E Laat ons bidden.

Wij brengen onze overledenen voor uw Aanschijn
Met name.

Doe heb wandelen in het licht van uw gelaat.

Categorieën: Overwegingen

Pastor Tom Buitendijk

Pastor Tom Buitendijk

Pastor Tom Buitendijk is pastor van onze parochie, vormt samen met pastoraal werker Leon Teubner het pastoraat, en is voorzitter van het parochiebestuur. Meer informatie en biografie »

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *