Van harte welkom in deze viering.

Op 26 juli 1942 omstreeks 14.00 uur kreeg gevangene Anno Brandsma een dodelijke injectie. Daarna werd zijn schamel overblijfsel met een groot aantal andere lijken verbrand. Er is van deze mens letterlijk niets over. Tot stof en as teruggekeerd. Toch noemen wij Titus een getuige. Getuige van de hel van Dachau. Getuige van de God in wiens Tegenwoordigheid leefde. Als stervende getuigde hij van de liefde van God en van zijn heilige overtuiging dat Gods beeld leeft in iedere mens.

Heer, onze Heer hoe zijt Gij aanwezig.

Gij leeft in alles diep verscholen.

Hoe verborgen God is in ons leven;

Hij blijft genadig met ons bezig.

Moge God zich genadig naar ons toekeren

nu wij ons tot Hem keren met de roep om barmhartigheid.

 

Openingsgebed

Goede God, U woont verscholen in het hart van ieder mens. In daden van goedheid en liefde komt U aan het licht.
Wij bidden U: Doorstraal ons leven met uw licht en uw warmte zodat wij mensen worden die leven in de gezindheid van Jezus, uw Zoon. Help ons elkaar nabij te zijn zoals Hij ons nabij wil zijn. Dan komt er vrede over heel deze wereld. Dit vragen wij U op voorspraak van pater Titus door Christus onze Heer.

Amen.

 

Gebed over de gaven.

Goede God, herken in deze gaven van brood en wijn onze inzet voor onze geloofsgemeenschap. Dat wij die met elkaar uw Brood en Beker delen ook bereid zijn elkaars leven te delen zoals Jezus het ons heeft voorgedaan. Dit vragen wij U op voorspraak van pater Titus door Christus onze Heer. Amen.

 

Slotgebed.

Goede God, in deze viering hebben wij u willen eren en danken voor Titus Brandsma, naar wie deze gemeenschap genoemd is. Door zijn leven en werken is hij een levende getuige van uw goedheid en liefde. Mogen zijn voorbeeld tot ons blijven spreken opdat wij, door hem geïnspireerd, blijven zoeken naar U in het diepst van ons bestaan. Dat wij U daar vinden en ons kind naar uw hart weten. Dit vragen wij U op voorspraak van pater Titus Brandsma door Christus onze Heer. Amen

Overweging

Gisteren waren 36 jonge medebroeders Karmelieten en negen begeleiders uit vele landen van de wereld te gast in Oss. Zij volgen een Internationale Cursus over de Zalige Titus Brandsma. Via Megen kwamen zij naar Oss; via Boxmeer keerden zij weer terug naar Nijmegen. Hier in onze kerk hebben ze een inleiding gehoord over het veel goede werk dat Titus voor Oss gedaan heeft. Titus is weliswaar nooit parochiepastor geweest; zijn activiteiten kwamen wel voort uit pastorale bezorgdheid. Titus was – uitermate actueel voor vandaag – bezorgd over het verdwijnen van de rol van de religie in het publieke leven. Vanuit zijn pastoraal hart was hij begaan met de arme en werkloze menigte. Hij wilde hen in spiritueel en materieel opzicht verheffen. Vandaar: de krant, de school, de bibliotheek, het Heilig Hartbeeld. Titus heeft grote invloed gehad op de bouwstenen van de sociale en culturele ontwikkeling van Oss. In Nijmegen krijgen de jonge broeders vier inleidingen te horen: over de persoon van Titus, over zijn academisch werk, over zijn journalistieke loopbaan, over zijn inzet voor het middelbaar onderwijs. Zaterdag gaan zij naar Amersfoort, naar het kamp waarin Titus op Goede Vrijdag 1942 een rede heeft uitgesproken over lijdensmystiek. Zondag vertrekken zij naar Mainz. Titus heeft zich ingespannen voor de herbouw van het Karmeklooster daar. Vanuit Mainz gaan ze naar Dachau om Titus te ontmoeten als vriendelijke en optimistische gevangene in de hel van Dachau, als martelaar voor het evangelie. Het innerlijke van een mens, de kern van de ziel waar God in mensen tegenwoordig is, laat zich niet gevangen zetten of in boeien slaan. In de hel van Dachau bleef Titus een vrij en bevrijdend mens. Soeverein tegenover wie hem sloegen; beminnelijk voor wie hem scholden; geduldig tegen hen die hem opjaagden. Weerloos verzet dwingt hoe dan ook respect af. De namen van de beulen zijn vergeten; de naam van Titus Brandsma leeft wereldwijd voort.

Natuurlijk hebben mensen en ook medebroeders weleens de vraag gesteld: veronderstel dat Titus Dachau overleefd zou hebben, zou zijn invloed dan ook wereldwijd zijn? Waarschijnlijk zou Titus weer hoogleraar geworden zijn: een beetje saai en verstrooid, maar wel hartelijk en bemoedigend voor zijn studenten. Die als… als… als vragen zullen nooit adequaat beantwoord kunnen worden.

Dat pater Titus Brandsma ondanks zichzelf wereldwijd een naam heeft, heeft toch te maken met zijn gewone wijze van leven en werken en van met zijn omgang met mensen. Hij was bescheiden wanneer hij mensen tegemoet trad maar ook wel een beetje ijdel wanneer hij ergens optrad.

Toen vanuit de gevangenis van Scheveningen zijn boekjes ‘Mijn Cel’ en ‘Het laatste geschrift’ verschenen, bereikten ze in zeer korte tijd hele hoge oplagecijfers, duizendtallen. Dat geldt meer nog voor zijn gedicht “O Jezus als ik U aanschouw”. Voor veel mensen is dit een troosttekst geworden die hen de oorlog heeft door geholpen.

Deze teksten werden direct gelezen als teksten van een innig vrome karmeliet die ook in deze situatie van zijn leven wilde leven in Gods Tegenwoordigheid.

Het waren ook teksten van die onverzettelijke en vasthoudende pater die achter alle goede doelen aanliep, die overal geld bedelde voor zijn projecten, die het opnam voor de kleine man, die vanuit zijn binnenste over God sprak en die tevens de noden van de studenten, de arbeiders, de huismoeders, de journalisten verstond. Iedereen die met Titus te maken heeft gehad was onder de indruk van zijn hoffelijkheid en vriendelijkheid.

Titus was tijdens zijn leven al de man die de mensen bij God bracht en God bij de mensen. Het getuigenis van zijn leven ligt niet zozeer in wat hij deed dan wel in wie hij was. Een getuige van Gods liefde voor mensen. Liefde die om antwoord van mensen vraagt.

Van die inspirerende kracht van Gods liefde is Titus ook blijven getuigen in Dachau. Deze kleine man liet zich niet klein krijgen. Hij bleef een vrije mens die de andere wang aanbood; hij deelde het weinige wat hij had; hij bleef zelfs zijn beulen behandelen zoals hij zelf behandel wilde worden. Dat wil zeggen: met eerbied.

Want hoe geschonden een mens is naar lichaam en geest, door er te zijn getuigt een mens al van God. In Hem immers leven wij; bewegen wij ons en zijn wij.

Titus leefde in het besef dat wij meer van God zijn dan van onszelf. De menselijkheid waar Titus naar bleef streven zag hij als gave Gods. Het lijden was bijna ondragelijk en de situatie uitzichtloos maar wie zijn hoop en geloof laat varen, verliest de kracht van de liefde die alles overwint, zelfs de dood.

Titus getuigde ervan dat het leven sterker is dan de dood. Hoe zeer ook als gestorven mens tot niets dan wat stof en as teruggebracht, des te meer spreekt hij tot ons op inspirerende wijze van léven, léven dat dodelijke krachten overwinnen kan.

Wij zijn in Nederland als kerk en geloofsgemeenschap soms wat vermoeid. Als Karmelorde zijn wij stevig aan krimp onderhevig. Gisteren waren hier 36 jonge karmelieten om het getuigenis van Titus te aanhoren, te beleven en verder te dragen, wereldwijd.

De lekenkarmel en de parochie van Oss hebben hen een mooie ontvangst bereid. Graag breng ik hen de dank van de Orde over.  

 

Voorbede

 

Pastor Worden we een ogenblik stil en keren wij ons hart tot God en leggen wij aan Hem voor alles wat ons ten diepste beweegt

Lector                 

Bidden wij voor de wereld waarin wij wonen: om vrede en rust in alle haarden van oorlog, geweld en onderdrukking; om veiligheid en opvang voor mensen die als vluchtelingen toevlucht zoeken in ons land. Dat er steeds weer mensen zijn die in de geest van Titus de moed hebben om te geloven in daadkrachtige liefde en gerechtigheid.

Stilte Laat ons bidden:

 

Lector       

Wij bidden voor onze geloofsgemeenschap die de naam van pater Titus draagt. Moge zijn eenvoud en de bescheidenheid ons doen en laten kenmerken. Om hechte saamhorigheid en verbondenheid opdat het geestelijk leven van deze gemeenschap kan bloeien. Geef dat wij heel ons leven richten naar het visioen van het Komende Koninkrijk waarin Gods Naam geheiligd wordt en Zijn wil geschiedt.

Stilte Laat ons bidden:

 

Lector

Wij bidden voor de Internationale Orde van de Karmelieten. Dat de persoon van Titus voor jonge Karmelieten in vele landen van de wereld een bron van inspiratie zal zijn. Dat de jonge medebroeders het getuigenis van Titus verder dragen. Voor Nederlandse Karmel en voor de Karmelitaanse lekenbeweging. Dat wij het charisma van de Orde zo aanstekelijk beleven dat anderen daardoor geraakt worden. Doe ons beseffen te leven in Gods Tegenwoordigheid en ten dienste van de mensen.

Stilte Laat ons bidden

 

Pastor       

Goede God, U die woont in het diepst van ons wezen, kom aan het licht in onze daden van dienstbare liefde. Dit vragen wij U op voorspraak van Titus Brandsma

Door Christus onze Heer. Amen.

Categorieën: Overwegingen

Pastor Tom Buitendijk

Pastor Tom Buitendijk

Pastor Tom Buitendijk is pastor van onze parochie, vormt samen met pastoraal werker Leon Teubner het pastoraat, en is voorzitter van het parochiebestuur. Meer informatie en biografie »

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *