No feed items found.

De psalm die we zojuist zongen (ps 121) gaat over het gaan van de levensweg. Op onze levenslange reizen gaan we in onze beleving vaak zonder, en soms met God als reisgenoot. We zoeken Hem vooral als er bergen op onze weg komen, als we de weg niet meer weten, als er even geen perspectief meer is. Dan zoeken we naar Hèm, van wie de Schrift nadrukkelijk zegt: Hij ís altijd met ons, want dat is zijn Naam: ‘Ik ben met jullie.’ Ik die waak over jou en die nooit slaap.

Maar: al voelen wij zijn nabijheid niet, vertrouwen wij dan wèl zijn Naam, zijn belofte: ‘Ik ben met jullie’? Durven we van Hèm uit te kijken, dat van Hèm uit gezien, Hij altijd met ons is?

Als wij Hem niet vertrouwen, dan betekent ‘God met ons’, dat wij teruggeworpen worden op onszelf en op de geschapen dingen, op ‘God met ons’ van ons uit gezien.

Dat is alles wat er dan nog lijkt te zijn: wij en de geschapen wereld alleen. We nemen Hem immers niet waar als ‘een iemand’ onder de mensen, noch als een ‘iets’ onder de ietsen; we nemen enkel en alleen maar de geschapen dingen waar en onszelf, enkel en alleen wat vergankelijk is en wat het niet houdt.

‘Vertrouwen’ betekent in de Schrift: geloven ondanks alles, dat je elk moment gezien bent. Dat is: ‘God met ons’ van Hem uit gezien. Dat is blind vertrouwen op Hem die met je is en gaat. Zoals Jezus elke dag zijn weg zocht met zijn Vader.

Geloven in ‘God met ons’ van Hem uit is niet makkelijk. Zelfs niet voor zo iemand als Augustinus, een bisschop, kerkleraar en mysticus uit de4e eeuw, die in zijn Belijdenissen (H 10, 38) erkent: Ziende-blind gaan wij door het leven. Wij slapen: Jij was bij mij, wij niet bij Jou, in wie wij leven, bewegen en zijn.

Wij zoeken God wel, maar we zoeken Hem als een ding. Wij zijn bij de aantrekkelijke dingen van het leven, die prachtig zijn – want ze bestaan in Jou, God; maar ze verblinden onze zintuigen voor Jouzèlf, voor jouw werkelijke aanwezigheid in en onder ons.

In onze beleving gaan wij vaak onze wegen zonder God: wel mèt de mensen en de dingen, maar zónder Hem. Met God gaan is: met alles ingaan ín God. Maar dat lukt nooit lang, dat is ons menselijk tekort. Wij kunnen niet waken, wij kunnen niet zonder slaap. En slapend zien we alleen die prachtige dingen in Jou, maar leven wij buiten Jou die in ons en alles inwoont.

Totdat we weer wakker geschud worden in een bergebied zonder wegen, in een landschap zonder perspectief.

Misschien zijn de bergen op onze wegen wel het roepen en schreeuwen van God, opdat wij wakker worden op Hem, om Hem weer op te merken, en om weer te ontvlammen op Hem.

Wakker, mét heel onze lichamelijkheid en zintuiglijkheid: Niets daarvan hoeft weggesneden, alles doet mee, want alles bestaat maar als het maaksel van zijn hand, alles bestaat enkel maar in en uit Hem.

Dat Hij ons in het nieuwe jaar telkens weer wakker zal roepen, dat zijn weg met ons zich 365 nieuwe dagen lang moge ontvouwen, van Hem uit, Hij die niet slaapt of sluimert, maar over ons waakt – alle dagen van ons leven, nu en tot in eeuwigheid.


Pastor Leon Teubner

Pastor Leon Teubner

Pastoraal werker Leon Teubner is pastoraal werker bij onze parochie. Hij is tevens verbonden aan het wetenschappelijke Titus Brandsma Instituut in Nijmegen. Meer informatie »

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *