Het volk, dat gaande is in duisternis, ziet een groot licht,

over hen, wonende in het land van de schaduw van de dood,

over hen gaat een licht op.

Mattheus herhaalt hier de eeuwenoude woorden van de profeet Jesaja. Deze woorden lijken op het eerste gezicht van toepassing te zijn op de persoon van Jezus. Jezus zou dan het grote licht zijn dat opgaat over zijn volk, om het te bevrijden uit de situatie waarin het zit: een situatie van onwetendheid, ongeloof en benauwing.

En in die zin is Hij het grote licht, want Hij maakt zijn hier Naam waar: Jeshouah: het is God die bevrijdt. Hij bevrijdt het volk uit hun ballingschap, d.w.z. uit hun afgekeerdheid van de God met zijn oproep: bekeer je.

Het volk, dat gaande is in duisternis, ziet een groot licht;

over hen, wonende in het land van de schaduw van de dood,

over hen gaat een licht op.

Jezus als het grote licht? Ja en nee. Ja, Hij is een groot licht als Hij in woord en daad de bevrijder is van het volk uit hun duisternis door enkel de woorden van de Vader te spreken en enkel diens werken te doen.

Laten we nog eens luisteren naar de woorden van Jesaja, die Matteus, die 500 jaar later leefde dan Jesaja, vandaag, en niet voor niets, tot óns spreekt.

Het volk, dat gaande is in duisternis, ziet een groot licht; over hen, die wonende zijn in het land van de schaduw van de dood,

Over hen gaat een licht op.

Mattheus én Jesaja zeggen: Het volk ís gaande in duisternis – toen, en nog steeds, ook nu nog! Zij die wonende zijn in het land – toen en nog steeds, ook nu nog!

Dat volk, dat zijn wij!

Wat is nu die duisternis, die schaduw van de dood, waarin de mensen in de tijd van Jesaja, maar ook in de tijd van Jezus, én ook wij in onze tijd, ons bevinden? En wat is dan dat grote licht dat toen ooit en nog steeds daarin opgaat?

Om op dit laatste, op dat grote licht, verder in te gaan: het verhaal eindigt vandaag met een oproep van Jezus aan al die mensen die in duisternis zitten – Hij zegt:

 Bekeer je, want het Rijk der hemelen is nabij.

Met deze woorden doet Jezus een licht opgaan over ons. Hij wijst ons op iets dat wij niet gemakkelijk zien. Namelijk: dat de heerschappij van God zeer nabij is – altijd al. Zó nabij is ons dit koningschap van God zelfs, dat je het kunt voelen als je je er naar toekeert.

Dit toekeren naar de nabijheid van God kun je op twee manieren doen: op basis van geloof: op basis van aanname van een ander, die je vertrouwt, en die je ervan overtuigt dat het zo is – bijvoorbeeld Jezus;

of op basis van ervaring, van een diep weten, van een vertrouwen dat innerlijk voortkomt uit een ooit gevoelde aanwezigheid van een ‘Ik weet niet wat’, een diep ‘en toch’, dat je steun en kracht geeft doorheen je leven. Dat is het licht dat vandaag en altijd over ons opgaat.

Het licht is het licht van ons geloof, en dat van ons blinde vertrouwen, dat God zijn schepping en al wat er in is, was en zal zijn, niet uit het oog verloren heeft, noch ooit zal doen. Prachtig wordt dat vertrouwen verwoord in Psalm 121:

 Zie, niet doezelt en niet slaapt Hij, de waker van Israël.

 Hij waakt over jouw komen en jouw gaan,

 nu en tot in eeuwigheid.

Dat is de blijde boodschap die Jesaja en Jezus ons vandaag voorhouden, welke ons vertrouwen mag geven ons leven dagelijks te leven door ons dagelijks toe te vertrouwen aan die belofte van God uit:

 Zie, niet doezelt en niet slaapt Hij, de waker van Israël.

 Hij waakt over jouw komen en jouw gaan,

 nu en tot in eeuwigheid.

Maar wij, zijn wij wel wakker op Hem om met Hem door ons leven te gaan? Zoeken wij Hem wel dagelijks op die over ons waakt en in ons aan het licht wil komen? Of zoeken we ons houvast steevast bij onszelf en bij elkaar alleen? Want dat is nu die duisternis waarin dat licht wil schijnen.

De duisternis is het niet-vertrouwen op die belofte van God, namelijk geloven dat Hij niet mét ons is, en niet over ons waakt. Dat is het tegenovergestelde van leven in het opgaande licht. Dat is een leven in duisternis, in de schaduw van de dood.

Het volk, gaande in de duisternis, ziet een groot licht;

over hen, wonende in het land van de schaduw van de dood,

over hen gaat een licht op.

Is leven in duisternis in de schaduw van de dood einde verhaal? Nee, gelukkig niet, anders zaten we hier niet. Nee, leven in duisternis is niet einde verhaal, het is er telkens het begin ervan! Daarvoor openen ons precies de woorden van Jesaja en Matteus:

Precies dat volk dat gaande is in de duisternis,

zij die wonende zijn in het land van de schaduw van de dood,

juist over hen gaat een licht op.

Beste mensen, geloven in God – d.i. in een blijvende en levende relatie met Hem staan – dat is geen vaststaand gegeven voor eens en altijd. Steeds weer keren we ons af van Hem om onze eigen wegen te gaan, uit eigen kracht en op eigen inzicht. Pas als we weer stuklopen, als alles duister wordt en einde verhaal dreigt, zoeken we Hem (mogelijk) weer op. Dan keren we ons tot Hem, bidden we om licht in onze duisternis. Dan krijgt God eindelijk de kans om het stuur over te nemen.

Eventjes, want zo gauw we weer overzicht krijgen over ons leven, bedanken we Hem vriendelijk (of niet) en nemen weer zelf het heft in handen. Om ons opnieuw tot Hem te richten als het weer duister wordt, als we weer failliet dreigen te gaan.

Totdat we het dóór krijgen en ons in elke situatie van ons leven, geheel aan Hem gaan toevertrouwen. En tot die dag waakt Hij over al ons komen ons gaan – tot in eeuwigheid.

Wat een geluk dat Hij ons altijd trouw blijft!


Pastor Leon Teubner

Pastor Leon Teubner

Pastoraal werker Leon Teubner is pastoraal werker bij onze parochie. Hij is tevens verbonden aan het wetenschappelijke Titus Brandsma Instituut in Nijmegen.Meer informatie »

0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *