Immanuël – met ons is God

Zo spreekt tot ons de profeet Jesaja vanuit Israël in de zesde eeuw vóór Christus. Een andere profeet uit Amsterdam sprak nog niet zolang geleden: Je ziet het pas als je het doorhebt! Als je deze twee zinnetjes bij elkaar brengt:

Met ons is God, maar dat zie je pas als je het doorhebt,

dan blijkt er een probleem te zijn met onze normale, dagelijkse manier van kijken. Want Jesaja is zeer stellig: Met ons ís God – en niet: wás of zál zijn.

Onze dagelijkse ervaring echter is een andere. Waar is toch die God in de dingen die mensen overkomen en die tegen de hun eigen wil ingaan: een niet door Maria gewenste wonderbare zwangerschap, de mannelijke eer van Jozef die daardoor wordt aangetast.

Dit rijtje kan gemakkelijk worden aangevuld met andere ongemakkelijke onvermijdelijkheden, die we in ons leven niet opzoeken, maar die ons daarin toch aandoen: Scheidingen, verlies van werk, onrecht, een dodelijke ziekte, verraad en geweld van mensen, ontrouw van partners, enz.

Immanuël – met ons is God,

zien en zeggen de profeten.

Maar waar is Hij dan in al onze menselijke situaties? Dat heeft misschien wel meer te maken met onze manier van kijken, dan met de afwezigheid van God.

Het zou wel eens kunnen zijn dat God wél met ons is, maar dat wij niet met Hem zijn, omdat we Hem niet doorhebben en dus ook niet zien. Zoals bij de Emmausgangers, die Jezus – met ons is God – niet herkenden. Door hun verdriet en verwarring en druk in gesprek zijn, werden hun ogen ervan weerhouden ‘God met hen’ te herkennen in de ongewenste situatie waarin ze terecht waren gekomen.

Er zijn eigenlijk twee manieren van kijken mogelijk bij Immanuël: ‘God met ons’ gezien vanuit óns perspectief, dat, zoals bij de l.l., gekleurd wordt door vreugde en verdriet, verwarring en duidelijkheid, onrust en rust – of: ‘met ons is God’ vanuit God gezien.

Als dat laatste je overkomt, (want organiseren kun je het niet), als ‘met ons is God’ vanuit God gezien je overkomt, dan zie je Hem omdat je het doorkrijgt van Hem uit gezien.

Precies dat nu geschiedt in de verhalen rond Jozef en Maria. Zojuist hoorden we in het evangelieverhaal, de boodschap die Jozef –een rechtvaardige, van Godswege kreeg te horen:

Jozef, vrees niet om Maria tot je te nemen, want wat in haar ontvangen is vanuit Gods Geest, dat is heilig

Hier worden Jozef en Maria geschetst zoals vanuit God gezien gelovige mensen zullen zijn: mensen die hun leven ontvankelijk op God oriënteren. Jozef immers wordt hier een rechtvaardige genoemd. Dat is niet zozeer een juridisch of moreel begrip. Jozef is iemand die vaardig is in het recht voor God staan, dat is rechtstreeks en doorheen alles in het leven,

op God gericht proberen te blijven staan en in relatie met Hem leven.

Jozef geloofde in de werkzame aanwezigheid van God, in de concrete dingen en verwikkelingen van zijn leven. En zo, vanuit zijn dagelijkse gerichtheid op God, leerde hij bewarend om te gaan met zichzelf, zijn naasten en al wat is. Zo leerde hij met vallen en opstaan te kijken met Gods ogen, en werd hij van God uit een bewarend mens.

Dat hoorden we zojuist in het verhaal: Jozef overwoog om van Maria weg te gaan omdat hij haar, zwanger zijnde, niet in opspraak wilde brengen. Maar vanuit zijn luisterende gerichtheid op God, ging hij verstaan dat dit niet het verlangen van God was, maar zijn eigen verlangen. Jozef zag in en gaf gehoor aan het verlangen van God, en zo werd God uit Jozef geboren en werd hij de mens die Maria huwen zou.

Jozef, vrees niet om Maria bij je te nemen, want wat in haar ontvangen is uit Gods Geest, dat is heilig.

En dat brengt ons bij Maria. Ook zij leefde vanuit een innerlijke gerichtheid op God. En ook zij werd zo ontvankelijk voor het verlangen van God. Zij werd zwanger van Gods verlangen. Vanuit haar ontvankelijkheid voor het verlangen van God, sprak zij tot Hem: Hier mij, mij geschiede naar uw Woord! Niet mijn verlangen, maar uw verlangen geschiede. En zo werd God ook uit Maria geboren. In haar ontvankelijkheid voor zijn komst, verwekte God het heilige in haar, dat Hijzelf is.

Zo volgden Jozef en Maria niet hun eigen perspectief en verlangen, in al de perikelen van hun bestaan, maar vertrouwden zij zich toe aan die onbegrijpelijke God, wiens gedachten niet hun gedachten waren, en wiens wegen niet samenvielen met die van henzelf.

Jozef en Maria proberen vandaag onze ogen te openen, voor hoe wij ons in ons dagelijks leven kunnen verhouden tot het ongekende verlangen en de werkzame aanwezigheid van een onberekenbare God die met ons door het leven gaat. Ook wij kunnen ons in elke situatie tot Hem richten.

En zolang we Hem niet waarnemen kunnen we geloven dat Hij met ons is, en Hem vragen wat Hij met ons wil in datgene wat ons overkomt. Geloven is al een vorm van zien, is al een begin van God doorhebben.

Zalig zijn al diegenen die niet zien maar wel al geloven – in Immanuël: ‘met ons is God’.

%MCEPASTEBIN%


Pastor Leon Teubner

Pastor Leon Teubner

Pastoraal werker Leon Teubner is pastoraal werker bij onze parochie. Hij is tevens verbonden aan het wetenschappelijke Titus Brandsma Instituut in Nijmegen.Meer informatie »

0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *