Het evangelie dat wij zojuist gehoord hebben, verhaalt van een bruiloft met een tekort aan wijn. Waarom begint Johannes met het verhaal over een bruiloft aan het begin van het openbare leven van Jezus? En wat heeft het onderhouden van de joodse wet, de zes reinigingsvaten die er zijn verwijzen immers naar de wet, wat heeft die wet te maken met het feest van deze bruiloft? En waarom eigenlijk verandert Jezus dat reinigingswater in de zes vaten in wijn? En wat is de betekenis van de afwezigheid van de bruid op dit bruiloftsfeest?

Vier vragen die ons vandaag zullen bezighouden en die samen betekenis aanreiken voor ons eigen leven. Allereerst: Waarom laat de evangelist Johannes het openbare leven van Jezus beginnen met een bruiloft?

In de Schrift wordt de relatie tussen God en zijn mensen op meerdere manieren geschilderd.

Er is bijvoorbeeld doorheen het 1e Testament sprake van een Heer-knecht-relatie. Zo zien Mozes en het volk zichzelf als knechten van hun Heer.

In de Wijsheidsboeken wordt de relatie tussen God en zijn mensen ook afgeschilderd als de verhouding tussen een vader (of moeder) met hun kind.

En ook wordt de relatie tussen God en de mens in de Schrift vergeleken met een huwelijksrelatie, met een liefdesrelatie tussen een bruid en een bruidegom. Prachtig hoorden wij dit verwoord in de 1e lezing bij de profeet Jesaja:

Zoals een jongen zijn meisje trouwt, zo zal God u trouwen; en zoals een bruidegom zich verheugt in zijn bruid zo zal Hij zich verheugen in u.

Onze relatie met God kan in de Schrift, maar ook in onze ervaring, dus verschillende vormen van intimiteit aannemen: die van een knecht of dienaar tot een Heer; die van een zoon of dochter tot een Vader of Moeder; die van een beminde tot een Beminde.

Het is betekenisvol voor ons, dat Johannes begint met een relatie van gelijkwaardigheid tussen God en mens: niet die van een dienstknecht tot zijn meester; niet die van een afhankelijk kind tot zijn ouders; maar een intieme, gelijkwaardige relatie tussen twee geliefden.

Ons leven met God mag bij Johannes meer en meer gaan lijken op dat van een huwelijk tussen een Bruidegom en zijn bruid. Dat Johannes zo’n intieme relatie tussen ons en God

aan het begin van zijn blijde boodschap plaatst, heeft gevolgen voor het lezen van de rest van zijn evangelie.

Alles wat Jezus ons daarna voorleeft met woorden en daden is dan bedoeld om door ons te worden verstaan als liefdespoëzie. Alle aanwijzingen die Hij ons geeft, al zijn geboden, dat is liefdestaal. De hele wet van 1e en 2e testament staat bij Hem in het teken van de liefde.

Het grote liefdegebod in het 1e testament, dat heel de Wet, dus alle wijzingen en geboden omvat, luidt:

Hoor, en je zult Jahwe jullie God gaan beminnen met heel je hart, met heel je ziel en met al je vermogens, en,

voegt Jezus er uit het boek Leviticus aan toe:

je zult je naaste beminnen als jezelf.

En op het einde van het Johannesevangelie en van zijn leven, wanneer Jezus  nog eenmaal zijn belangrijkste punt kan maken, zegt Hij tegen zijn leerlingen en voor ons, zegt Hij:

Mijn geliefden zijn jullie: doe nu wat Ik jullie vraag. Jullie zijn geen knechten meer, maar geliefden noem ik jullie. Dit is wat Ik jullie opdraag: dat je elkaar liefhebt.

Precies deze overgang van knecht naar geliefde, wordt hier in het  begin van het johannesevangelie gesymboliseerd in de overgang van water in wijn. De zes grote reinigingsvaten, samen iets meer dan 600 liter water, staan symbool voor 613 wijzingen en geboden van de Tora. Zij zijn gevuld met water voor die mens die deze geboden ontvangt als een knecht van een Heer, als een dienstknecht die deze geboden slaafs onderhoudt.

Jezus nu, heft geen van deze geboden op. Integendeel, Hij maakt van het water van de wet goede wijn, d.w.z. Hij verandert het slaafse onderhouden van de geboden in een onderhouden ervan uit liefde voor God. Hij verstaat al Gods geboden als wijzingen van liefde, waardoor wij mensen niet langer knechten zijn, maar ons geliefden van God mogen weten.

In de ogen van Jezus zijn Gods geboden levensruimtes die ons liefdevol worden aangeboden

om er samen binnen te gaan en om daarin werkelijk tot leven te komen met elkaar en met God. Het zijn levensruimtes waarin niemand verloren gaat, maar allen op gelijkwaardige wijze geliefden zijn van God om geliefden te worden van elkaar.

Dit is wat Ik jullie liefdevol opdraag, zegt Jezus: dat je elkaar liefhebt.

Maar: durven wij dat wel aan, zo’n intieme relatie met God? Durven wij wel deze wijn te drinken die ons zal huwen met Hem en met elkaar. Of blijven wij toch maar liever op veilige afstand van deze Bruidegom? Blijven wij maar liever uit zijn directe nabijheid, zoals een knecht afstand houdt van zijn Heer?

Híj is aanwezig, onze Bruidegom, op deze fantastische bruiloft. Maar zijn wij er wel? Niet als falende knechten die eindeloos reinigingsvaten vullen, maar als de door God hevig verlangde bruid!

Het is niet voor niets dat in het verhaal van deze bruiloft de bruid helemaal niet genoemd wordt, en dat zo haar afwezigheid wordt gesuggereerd. Die plaats in het verhaal van de geliefde bruid van God, staat open om ingenomen te worden door ieder van ons.

Als we het aandurven onszelf aan te bieden als bruid van God, als een geliefde vriend of vriendin van Jezus, ja, dan wordt water veranderd in wijn, dan strelen de geboden van God ons gehemelte, kostelijker dan zoete honing.

Dat ook wij, hoe dan ook, aanwezig komen op deze bruiloft, waartoe ieder van ons, met Jezus en zijn leerlingen, is uitgenodigd.


Pastor Leon Teubner

Pastor Leon Teubner

Pastoraal werker Leon Teubner is pastoraal werker bij onze parochie. Hij is tevens verbonden aan het wetenschappelijke Titus Brandsma Instituut in Nijmegen.Meer informatie »

0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *