Geef ons meer vertrouwen’,

vragen de leerlingen aan Jezus. Dat is hun reactie op de opdracht die zij zojuist van hem gekregen hebben, toen Hij tegen hen zei:

Als iemand zevenmaal op een dag tegen jou misdoet, maar telkens weer naar je toekomt en spijt betuigt, dan zul je hem vergeven.’

God, geef ons meer vertrouwen’,

bidden daarop de leerlingen. Immers: dit is niet te doen! Want zevenmaal is geen bepáálde hoeveelheid, maar een uitdrukking van een oneindige volheid. Hier kun je voor ‘zevenmaal’ invullen: de hele dag door, altijd, je leven lang.

En toch: iemand die zich steeds weer misdraagt, en iedere keer weer om jouw vergeving vraagt, die zul je, als leerling van Jezus, vergeven. Vandaar de wanhopige bede van de leerlingen:

‘God, geef ons méér vertrouwen’.

Er staat niet: ‘Léér ons om meer te vertrouwen.’ De leerlingen voelen dat zij van zichzelf uit altijd te weinig vertrouwen zullen bezitten voor deze opdracht. En ook Jezus weet dat vertrouwen niet iets is dat je van jezelf uit bezit of actief kunt aanleren. Vertrouwen is voor Hem een goddelijk gegeven, een geschenk van God uit.

Hij zal het zelf in zijn leerlingen moeten wekken. En dat is precies wat Jezus met zijn antwoord doet, wanneer hij hen zegt:

Al was je vertrouwen maar zo groot als een mosterdzaadje…’

Jezus bevestigt zijn leerlingen alleen maar in dat kleine beetje vertrouwen dat er al in hen is. Hij vertrouwt op het kleine beetje vertrouwen van God uit dat de leerlingen al in zich dragen. Van dit, van God uit geschonken vertrouwen, maakt hij zijn leerlingen bewust en doet hén zo daarop vertrouwen dat het groot genoeg zal zijn voor de opdracht die hij hen geeft: elkaar oneindig maal vergeven.

Jezus gebruikt hierbij het beeld van het mosterdzaadje. Net als bij alle zaden bevat dit kleinste van alle zaden een meegegeven groeikracht van God uit. Die groeikracht is net zo sterk als dat van het zaadje van een grote moerbijboom.

Het kleine mosterdzaadje bevat zoveel groeikracht, dat het uit kan groeien tot de allergrootste onder de planten. Tot een struik zó groot, dat vele vogels van allerlei pluimage er in kunnen nestelen om er vruchtbaar in te worden.

Ook wij mensen bezitten ons vertrouwen maar van God uit. Dat, in onze ogen vaak veel te kleine vertrouwen, om alsmaar onszelf en elkaar te vergeven, kent eveneens een ongekende groeikracht van God uit.

Dat kleine vertrouwen in ons is dus niet van onszelf, is niet iets dat wij op eigen kracht moeten gaan opbrengen. Dagelijks mogen we het ontvangen van God uit, die zichzelf zo aan ieder van ons toevertrouwt. Ook al wordt het in onze ogen misschien te klein gegeven, het heeft van God uit die enorme mogelijkheid om te gaan groeien in mededogen en vergeving. Als we zo durven geloven, gaan we elkaar werkelijk vergeven, ook waar dat dwaas is, en misschien wel onverantwoord.

Geloven is gaan zien hoe het gelaat van God oplicht in die zich misdragende mens in en tegenover ons vergeven, ook al zijn er allerlei emoties in ons die nee zeggen.

Dit is bij Jezus telkens weer het begin: je uitgangspunt van God uit in durven nemen. Wat je dan ontvangt is voldoende om mee op weg te gaan. Want met het beeld van een mosterdzaadje, wijst Jezus ons voorbij die kleinheid van ons vertrouwen. Hij wijst ons daarmee vooral op de groeimogelijkheid ervan.

‘Al was je vertrouwen maar zo groot als een mosterdzaadje…’

Dan is dat méér dan voldoende om de wereld vriendelijker en leefbaarder en vruchtbaarder te maken. Vertrouw op dat vertrouwen van God in ieder van ons!

Geloof of vertrouwen is een geschenk van God aan ieder van ons. Het is zijn zelfgave, welke de potentie en de kracht heeft om uit te groeien ver boven onze eigen gedachte mogelijkheden. Zó wil Hij zo mens worden op aarde om zijn koninkrijk te stichten.

En in zijn Zelfgave probeert Hij ons mee te bewegen om onszelf eveneens onvoorwaardelijk te gaan geven, zelfs tegen onze eigen belangen en logica in.

Geloven is onszelf blind toevertrouwen aan dat vertrouwen van God in ons en in de ander. Ook, of misschien wel juist, waar dat dwaas is, waar dat verstandig gezien onverantwoord is.

Dat vergevend meebewegen met God aandurven, doet je het gelaat van God ontdekken in jezelf en in elkaar. Waardoor je ook gaat zien dat het God zelf is die door jou vergeeft. Je gaat ontdekken dat Hij je de kracht en ook de mogelijkheid geeft om dingen te doen die onmogelijk schijnen, en die zelfs misschien onverantwoord zijn.

Gaan leven van God uit, dat is christelijk leven. Gaan ontdekken dat Hij het is die in je ademt en handelt: dat Hij in jouw vergevende woorden, in jouw mededogende blik aan het werk is.

En dat wij slechts het nederige instrument zijn waardoor Hij werkzaam aanwezig kan komen, aan zijn koninkrijk bouwend.

Daarom is het goed om met de leerlingen te bidden:

God, geef ons méér vertrouwen,’

kom in ons méér en méér zélf aan het licht!


Pastor Leon Teubner

Pastor Leon Teubner

Pastoraal werker Leon Teubner is pastoraal werker bij onze parochie. Hij is tevens verbonden aan het wetenschappelijke Titus Brandsma Instituut in Nijmegen.Meer informatie »

0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *