Zojuist hoorden we iemand aan Jezus vragen: ‘Heer, zijn het er weinig die gered worden?’

Het is niet voor niets dat hij deze vraag aan Jezus stelt. Diens naam betekent immers: ‘God redt.’ De vrager vermoedt dat Jezus vanuit zijn relatie met God weet heeft van de bestemming van de mens, en hoe, langs welke weg, hij deze kan bereiken.

Maar Jezus geeft hem een raadselachtig antwoord: ‘Span je tot het uiterste in om door de nauwe deur binnen te komen’.

Jezus gebruikt het beeld van een deur om ons de weg te tonen die tot een leven met God leidt. Het blijkt echter een heel nauwe deur te zijn, waardoorheen de mens in dat leven-met-God binnen zal gaan.

Jezus heeft dat beeld van de deur als eens eerder gebruikt, toen Hij zijn leerlingen over Gods koninkrijk onderrichtte en zei: ‘Het is voor een rijk mens moeilijker het koninkrijk van God binnen te komen dan voor een kameel om door het oog van de naald te gaan.’

Het oog van de naald nu, blijkt een deur ín de poort van Jeruzalem. De grote stadpoort sluit bij zondondergang, maar door deze kleine deur, het zgn. ‘oog van de naald’, konden verlate reizigers de stad Jeruzalem – de stad van God – toch nog binnenkomen. Ook een kameel kon daar nog net doorheen, doch alleen als deze ontdaan was van al zijn bepakking.

De beeldspraak is duidelijk: iemand komt alleen de stad van God binnen, als hij zich innerlijk laat bevrijden van al wat hij denkt te bezitten. Dat betekent dat je je hart zult onthechten aan al wat je hebt en bent, en je zo innerlijk vrijmaakt voor Gods inwoning.

Hoe deed Jezus dat – zich vrijmaken van alle gehechtheid: aan zijn moeder, zijn broers en zussen, aan zijn vrienden en zijn eigen leven? Zodat hij alles en iedereen er gewoon maar kan laten zijn, alles en iedereen het leven kon gunnen, alles en iedereen respectvol kon ontvangen en toevertrouwen aan Gods altijd werkzame aanwezigheid? Hoe kwam hij toch aan die onvoorwaardelijkheid waarmee hij alles en iedereen tegemoet trad?

Dat kon hij omdat hij slechts leefde vanuit één ding, ’n kostbaar geschenk dat hem door God geschonken werd: Hij wist zich een beminde in Gods ogen!

Voor Jezus gold dat voor iedere mens: ieder mens is een beminde in Gods ogen – altijd al! Maar omdat we dit niet zo diep vóelen zoals hij deed, en we dit te riskant vinden om zomaar te geloven, – stel je voor dat het voor mij niet zo is – zoeken we ons heil en houvast in allerlei geestelijke of materiele zaken. Want die zijn tastbaar, koopbaar, en toe te eigenen, als een zeker bezit voor later, zo beloven ons de reclames, die ons op tv en op straat tegemoet schreeuwen.

Kent u die slogan nog: Achmea ontzorgt. Alsof niet God maar Achmea ons redden kan! Toch omringen wij ons met afgoden aan wie wij onszelf toevertrouwen. En ongemerkt veranderen we zo in een volbepakte kameel, die de nauwe deur van het koninkrijk van God niet binnen gaan.

Uit de grond van zijn hart en vol mededogen zegt Jezus dan ook tot ons vandaag: ‘Span je tot het uiterste in om door de nauwe deur het koninkrijk van God binnen te komen’.

Elders benadrukte hij ditzelfde weer met andere woorden. Toen zijn leerlingen weer eens druk bezig waren met het wel en wee van hun leven, drukte Hij hen ernstig op het hart: ‘Vraag je niet bezorgd af wat je zult eten of drinken of dragen, maar zoek allereerst het Koninkrijk van God en zijn bewaring, en al het andere zal je daarbij gegeven worden.’

Je niet zo bezorgd maken, maar je aan God toevertrouwen dat is het ontladen van die volbepakte kamelen die wij zijn. Maar wat betekent dat concreet voor ons hier en nu? Wat zullen wij láten, wat zullen wij nástreven, wénsen, of bewérken? Zodat wij daadwerkelijk het koninkrijk van God zoeken?

Moet ik eerst werk zoeken overeenkomstig mijn talenten en krachten? Neen, ik moet éérst het koninkrijk van God zoeken.

Moet ik eerst heel mijn bezit verkopen en aan de armen geven? Neen, ik moet éérst het koninkrijk van God zoeken.

Moet ik eerst lief en aardig zijn voor mijn naasten? Neen, ik moet éérst het koninkrijk van God zoeken.

Moet ik op de eerste plaats een deugdzaam leven leiden en de ondeugden en de zonde vermijden? Neen, ik moet éérst het koninkrijk van God zoeken.

Het is dus ongeveer niets wat ik eerst moet dóen? Ja, inderdaad, in zekere zin niets!

Het koninkrijk van God zoeken betekent allereerst dat je in diepste zin jezelf als nietig gaat herkennen. Nietig zijn wij tegenover God, maar zéér bemind in Zijn ogen!

Het koninkrijk van God zoeken betekent allereerst: erkennen dat je niets van jezelf hebt en bent, maar dat je alles krijgt en gekregen hebt van God.

Het koninkrijk van God zoeken betekent dat je als Maria ontvankelijk probeert te leven en in elke situatie van je leven met haar gaat zeggen: ‘Hier mij, mij geschiedde naar uw believen.’

Het koninkrijk van God zoeken betekent God ruim baan geven in je spreken en in je zwijgen, in je denken en in je overwegen, in je doen en in je laten. Want alleen dan kan Hij in ons aan het licht komen, wat de komst van zijn koninkrijk op aarde betekent.

Want alleen zó kan en wil Hij in ons naar buiten treden, alleen zo wordt zijn Naam in zijn schepping geheiligd, alleen zo komt zijn koninkrijk hier en nu tot gestalte, geschiedt zijn wil in en onder ons op aarde.

Kunnen wij zijn komst van een afstandje bekijken om te zien of het allemaal klopt wat Jezus zegt? Nee, dit vraagt om een onvoorwaardelijk en blind geloof.

Door de nauwe deur gaan degenen die niet zien en toch geloven en die zich zo met hart en ziel toevertrouwen aan God in de concrete alledaagse dingen van het bestaan.


Pastor Leon Teubner

Pastor Leon Teubner

Pastoraal werker Leon Teubner is pastoraal werker bij onze parochie. Hij is tevens verbonden aan het wetenschappelijke Titus Brandsma Instituut in Nijmegen.Meer informatie »

0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *